Art. 140 Sr. ’s Hofs oordeel dat verdachte in de periode van 1-7-2000 t/m 22-11-2000 heeft deelgenomen aan een organisatie die bestond uit verdachte, A, B, C, D en E geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. Daarbij wordt in acht ge
Opiumwet
Art. 2 Opiumwet
Genoemd in 239 uitspraken · Officiële wettekst
239 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Bij besluit van 12 oktober 2018 heeft de burgemeester van Heerlen [appellanten] onder aanzegging van bestuursdwang gelast het bedrijfspand aan de [locatie] in Heerlen te sluiten met ingang van 18 oktober 2018 voor de duur van twaalf maanden. [appellanten] hebben een bedrijf in r
Bij besluit van 16 februari 2017 heeft de burgemeester [appellant] onder aanzegging van bestuursdwang gelast zijn woning aan de [locatie] te Heerlen met ingang van 1 maart 2017 te sluiten voor de duur van twaalf maanden.
Voortgezette handeling van medeplegen invoer van cocaïne (art. 2.A Opiumwet) en deelnemen aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). 1. Beroep op niet-ontvankelijkheid OM in vervolging wegens het op onjuiste wijze wijzigen van dagvaarding. 2. Had Hof aan vastgestelde schending va
Bij besluit van 22 mei 2017 heeft de burgemeester [appellant] onder aanzegging van bestuursdwang gelast de woning op de [locatie] in Hoensbroek voor de duur van twaalf maanden te sluiten.
Bij besluit van 5 april 2017 heeft de burgemeester de sluiting gelast van [eetcafé] voor de periode van een jaar.
Opzettelijk aanwezig hebben van 4 tabletten bevattende MDMA in keukenkastje van woning waarvan verdachte hoofdbewoner was, art. 2.C Opiumwet. Moet verdachte zich in meer of mindere mate bewust zijn geweest van aanwezigheid van verdovende middelen? ’s Hofs oordeel dat verdachte ve
Opiumwetdelicten (art. 3.B en 11b Opiumwet). Eendaadse samenloop (art. 55.1 Sr) en voortgezette handeling (art. 56.1 Sr). De HR wijdt algemene beschouwing aan eendaadse samenloop en voortgezette handeling vanwege het belang van deze regelingen in feitelijke aanleg. De zeer beperk
Bij besluit van 15 augustus 2017 heeft de burgemeester [appellante] onder aanzegging van bestuursdwang gelast de woning aan de [locatie] te Heerlen met ingang van 17 augustus 2017 te sluiten voor de duur van twaalf maanden.
Ayahuasca in [A] Kerk; schadelijkheid ayahuasca voor volksgezondheid; beperking vrijheid van godsdienst ex art. 9.2 EVRM. Het hof heeft vastgesteld dat de onder de klaagster inbeslaggenomen met ayahuasca vergelijkbare vloeistof DMT bevatte. DMT staat vermeld op de bij de Opiumwet
Conclusie AG. OM cassatie. Bijzondere voorwaarde met betrekking tot internetgedrag bij veroordeling ter zake van art. 240b Sr. Hof beperkt het toezicht op de naleving van deze voorwaarde door de bijstand door de politie bij onderzoek van geautomateerde bestanden en digitale gege
1. Art.1.2 Sr. Verandering van wetgeving. Plaatsing op lijst II behorende bij de Opiumwet (Ow) van paddenstoelen die van nature de stof psilocine of psilocybine bevatten. 2. Reikwijdte van in art. 2 en 3 Ow vervatte verboden. Ad 1.HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR
Bij bewijsvoering acht slaan op door verbalisanten waargenomen, maar door verdachte ontkende gedragingen, waarvoor verdachte geen redelijke verklaring heeft gegeven. Het staat de rechter vrij, indien verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere
Verzoekschrift tot regeling van rechtsgebied, art. 526.1 Sv. Verzoek berust op stelling dat sprake is van geschil over rechtsmacht a.b.i. art. 525.1.1 Sv, omdat verzoeker bij Rb Limburg en hof ’s-Hertogenbosch gelijktijdig voor ‘dezelfde zaak’ wordt vervolgd. Daartoe wordt i.h.b.
Conclusie AG in strafzaak met langdurige bijstandsfraude, witwassen en het opzettelijk aanwezig hebben van MDMA. Middelen over onder meer 1. de vraag of een strafkorting op de bijstandsuitkering van de verdachte wegens bijstandsfraude in de weg staat aan strafvervolging ter zake
Art. 9.2 Opiumwet. Onderzoek aan de kleding. Het Hof heeft geoordeeld dat i.c. sprake was van een onderzoek aan de kleding en dat de opsporingsambtenaar daartoe o.g.v. art. 9.2 Ow bevoegd was. De HR verstaat dit oordeel aldus dat de sommatie van de opsporingsambtenaar aan verdach
-
Veroordeling voor het medeplegen van strafbare voorbereidingshandelingen gericht op de productie van synthetische drugs en het voorhanden hebben van een jammer. Nu ten tijde van de aan verdachte onder feit 1 primair en subsidiair verweten gedragingen de kwalificatie van “geregist
Kwalificatie. Vrijheidsberoving en gijzeling. Artt. 282 en 282a Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:1695 m.b.t. het feit dat de dader van het in art. 282a Sr omschreven feit slechts strafbaar is indien hij handelt met het oogmerk een ander dan de gijzelaar
Preparaat a.b.i. art. 1 Opw en de term bewerken a.b.i. art. 2 Opw. ’s Hofs oordeel dat de in de bewezenverklaring bedoelde Acacia Mixture (verbrokkelde DMT bevattende acaciabladeren vermengd met passiebloem of enig ander product) is aan te merken als preparaat in de zin van de Op
Conclusie AG. Beklag (art. 552a Sv) over beslag (94a Sv) op de op naam van klager geregistreerde auto, ten laste van zijn zoon. Falend middel over door rb toegepaste maatstaf en begrijpelijkheid oordeel rb dat sprake is van mede-eigendom, zodat niet buiten redelijke twijfel staat
Conclusie AG. Veroordeling wegens aanwezig hebben van cocaine en voorhanden hebben van voorwerpen en stoffen voor productie/bewerking van cocaine. Eerste middel betwist dat de motivering van de betrokkenheid van verdachte toereikend is en het tweede middel klaagt over de schendin
Diefstal met braak en diefstal (art. 310 en 311.1.5 Sr). Eendaadse samenloop (art. 55.1 Sr) en voortgezette handeling (art. 56.1 Sr). De HR wijdt algemene beschouwing aan eendaadse samenloop en voortgezette handeling vanwege het belang van deze regelingen in feitelijke aanleg. De
Hofstad. OM-cassatie. Grondslagverlating. 1. Begrip “organisatie” a.b.i. artt. 140 en 140a Sr. 2. Begrippen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” a.b.i. art. 137d Sr . Ad 1. Het Hof heeft overwogen dat een groep personen alleen dan kan worden aangemerkt als een organisat
Conclusie AG. Medeplegen van witwassen (art. 47 jo. art. 420bis Sr). Middelen over het voorhanden hebben van drie (cash) geldbedragen in de woning van de verdachte en haar partner (medeverdachte). Had het hof uit de vastgestelde omstandigheden mogen afleiden dat de verdachte zich