Executieoverlevering. Art. 6 lid 2 jo. lid 5 OLW: Nederlandse rechtsmacht hetzij o.g.v. art. 2 Sr hetzij o.g.v. art. 7 lid 3 Sr jo. art. 86b Sr. Het “het rechtmatig verblijven in Nederland gedurende een onafgebroken periode van vijf jaar of langer” a.b.i. art. 86b Sr kan worden a
Opiumwet
Art. 13 Opiumwet
Genoemd in 31 uitspraken · Officiële wettekst
31 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Aanwezig hebben van 12 kilo cocaïne in sporttas, die verdachte op verzoek van zijn buurman heeft meegenomen uit Suriname, op Schiphol (art. 2.1.C Opiumwet). Bewijsklacht, tegenstrijdigheid tussen nadere bewijsoverweging en overweging t.a.v. verweer. Feit is ex art. 2.1.C jo. 10.1
1. Voorbereiding cfm. art. 10a lid 1 Opiumwet is ook strafbaar als (poging tot) misdrijf waarop de voorbereiding ziet is gevolgd. 2. Inkijkoperatie. Het cfm. art. 9 Opiumwet betreden pand was geen woning; hof hoefde niet te onderzoeken of pand onder art. 8 lid 1 EVRM viel.
HR: art. 81.1 RO. Ambtshalve constateert de HR -overeenkomstig het in het bestreden arrest besloten liggende oordeel van het Hof- dat het feit niet is verjaard. Conclusie AG: anders, verjaring feit.
Conclusie AG. Betekeningsperikelen en verjaring. 1. Had ex art. 588a.1 ahf. en onder b (oud) Sv een afschrift naar door verdachte laatst opgegeven adres verzonden moeten worden? 2. Is het recht tot strafvordering van het OM t.a.v. de als zaak B (overtreding van een voorschrift ex