Opiumwetdelict (opzettelijk verkopen van 8 gr. hennep). 1. Misdrijf of overtreding? Art. 11.6 Opiumwet. 2. Vordering tul, art. 14j Sr. Ad 1. HR herhaalt ECLI:NL:HR:AD2114, NJ 1994/674: ex art. 11.6 Opiumwet zijn handelingen a.b.i. art. 11.2 Opiumwet, indien deze betrekking hebben
Opiumwet
Art. 11 Opiumwet
Genoemd in 1.038 uitspraken · Officiële wettekst
1.038 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat een beroep op artikel 7 Handvest niet kan slagen. Onder verwijzing naar een uitspraak van deze rechtbank van 3 mei 2018 (ECLI:NL:RBAMS:2018:2991) overweegt de rechtbank dat overlevering een toegestane beperking is in de
EAB Polen. 1) Het betreft hier een vonnis dat buiten aanwezigheid van de opgeëiste persoon is gewezen, nadat deze met de officier van justitie in Polen een overeenkomst had gesloten met betrekking tot de te verwachten bewezenverklaring en de strafoplegging. Het is vaste rechtspr
Aanwezig hebben van een hoeveelheid hennep (“zeker meer dan 5 gram en mogelijk wel 10 gram”), art. 3.C Opiumwet. 1. Ontvankelijkheid h.b. Verdachte ten onrechte ontvankelijk geacht in h.b., aangezien hij door Rb is veroordeeld wegens een overtreding en hem met toepassing van art.
Executie-EAB uit Letland. Gelijkstellingsverweer slaagt. Overlevering geweigerd onder gelijktijdge strafovername. Verzoek schorsing bevel 27 lid 4 afgewezen.
Conclusie AG. Opzettelijke overtreding art. 3.C Opiumwet, meermalen gepleegd, door opzettelijk aanwezig hebben van 2092,24 gram hennep en 4,85 gram hasjiesj. Had de bewezenverklaring v.z.v. betrekking hebbend op de hasj ex art. 11.6 Opiumwet als (inmiddels verjaarde) overtreding
Conclusie AG over art. 11 lid 6 Opiumwet. Aangezien het voorhanden hebben van hennep(gruis) volgens de bewijsmiddelen betrekking heeft op een hoeveelheid van minder dan dertig gram heeft het hof dit feit volgens de AG ten onrechte als misdrijf gekwalificeerd. De AG geeft de Hoge
Opiumwetdelict (opzettelijk verkopen van 8 gr. hennep). 1. Misdrijf of overtreding? Art. 11.6 Opiumwet. 2. Vordering tul, art. 14j Sr. Ad 1. HR herhaalt ECLI:NL:HR:AD2114, NJ 1994/674: ex art. 11.6 Opiumwet zijn handelingen a.b.i. art. 11.2 Opiumwet, indien deze betrekking hebben
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verstrekken van cocaïne en aan het medeplegen van dealen in softdrugs gedurende een periode van tweeëneenhalf jaar. Verder heeft verdachte zich tot tweemaal toe schuldig gemaakt aan een mishandeling en eenmaal aan een bedreiging met z
Dit EAB uit Polen is na 1 augustus 2011 in Nederland ontvangen, waardoor blijkens de toepasselijke wijzigingswet het nieuwe artikel 12 OLW van toepassing is. Aangezien daardoor het wettelijk kader veranderd is, ziet de rechtbank aanleiding om te onderzoeken of haar eerder ingenom
IRK, EAB Polen. Overlevering geweigerd. Uitvaardigende justitiële autoriteit heeft niet in redelijkheid tot oordeel kunnen komen om feit als lijstfeit aan te duiden. Gekwalificeerde dubbele strafbaarheid ontbreekt.