Verlenging van de proeftijd van de VI met één jaar is in strijd met het legaliteitsbeginsel ex artikel 7 EVRM. Veroordeelde wordt zwaarder gestraft dan ten tijde van de oplegging van die straf was te voorzien. Beslissing is in lijn met de door de verdediging aangehaalde beslissin
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 7 EVRM
Genoemd in 495 uitspraken
495 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Verlenging proeftijd VI. De gewijzigde regeling is geen wijziging in strafbaarstelling of sanctierecht: geen schending art. 7 EVRM en OM ontvankelijk. De rechtbank wijst de vordering af, nu een bijzondere voorwaarde slechts in geringe mate is overtreden.
Vordering verlenging proeftijd voorwaardelijke invrijheidstelling. Artikel 15c lid 3 Sr. Verlenging niet in strijd met artikel & EVRM. Vordering niettemin afgewezen.
“Vordering verlenging proeftijd voorwaardelijke invrijheidstelling. Artikel 15c lid 3 Sr. Verlenging niet in strijd met artikel 8 EVRM
Wet IB 2001. Boetes bij navordering wegens verzwijging van Zwitserse bankrekening bij UBS-bank (art. 67e AWR). Vrijwillige inkeer in de zin van artikel 67n van de AWR? Nee, eiser moest gezien de feiten in oktober 2015 objectief redelijkerwijs vermoeden dat verweerder met de onjui
Onbeperkte navorderingstermijn erfbelasting/successierecht. Uitleg nationaal recht; strijd met unierecht? Omdat artikel 66, derde lid, van de SW op 1 januari 2012 in werking is getreden zonder dat daarbij in overgangsrecht is voorzien, is dit artikel naar het oordeel van de recht
Conclusie AG. OM cassatie, klacht over niet-ontvankelijkheid OM i.v.m. eerdere gijzeling van verdachte in een fiscale zaak en met verwijzing naar het Nederlands ne bis in idem-beginsel. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Inkeerregeling. Het geschil ziet op de vraag of de boeteoplegging in een situatie zoals hier in strijd is met de artikelen 7 EVRM en 15 IVBPR, in aanmerking genomen dat ten tijde van het begaan van de beboetbare feiten nog de oude inkeerregeling gold. De rechtbank overweegt dat i
Cassatie vd: 81.1 RO. Cassatie OM. Art. 1.2 Sr en 36f.1 Sr. Ovar en tbs met verpleging van overheidswege. Geen schadevergoedingsmaatregel. Verandering in de regels van sanctierecht. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2004: AO3233. HR: art. 36f.1 Sr houdt m.i.v. 1 januari 2014 in dat de in di
Art. 425 aanhef en onder 2˚ Sr: “onder zijn hoede” staand gevaarlijk dier (i.c. Pitbull en Rottweiler). Het Hof heeft de verdachte kunnen aanmerken als degene die voldoende zorg dient te dragen voor het onschadelijk houden van zijn gevaarlijke dieren, nu aan de verdachte als eige
Profijtontneming. Overschrijding redelijke termijn. Het Hof heeft volstaan met constatering van de overschrijding van de redelijke termijn a.b.i. art. 6 EVRM. Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2008:BD2578 en waarnaar is verwezen in ECLI:NL:HR2014:296 is het daartegen g
1. Smaadschrift. Tll. van “bepaalde feiten” a.b.i. art. 261 Sr. 2. Voorwaardelijke veroordeling met algemene voorwaarde, wijziging van art. 14c Sr. Ad 1. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BI1171. Het oordeel van het Hof dat verdachte de eer en de goede
Onrechtmatige overheidsdaad; tenuitvoerlegging gevangenisstraf. Vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling. Wetswijziging die vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf in Nederland voorwaardelijke invrijheidstelling onthoudt, art. 15 lid 3 onderdeel c Sr. Overgangsrecht, onm
Kort geding. Voorwaardelijke invrijheidstelling ten aanzien van een vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet. Toepassing van het op 1 april 2012 - zonder overgangsrecht - in werking getreden nieuwe artikel 15 Sr.
Boete wegens overtreding artikel 11a, eerste lid, Tabakswet. Rookvrije werkplek. Objectief vast te stellen hinder of overlast. Ongelijke behandeling. Artikel 7, eerste lid, EVRM: bepaalbaarheidsgebod. Artikel 1 Eerste Protocol EVRM: ongestoord genot eigendom.
Bouwrecht. NEN-normen geen algemeen verbindende voorschriften; Bekendmakingswet niet van toepassing. Auteursrecht op NEN-normen; aanspraak op vergoeding proceskosten op de voet van art. 1019h Rv.
De voorzieningenrechter beveelt de providers binnen tien werkdagen na betekening van dit vonnis hun sub VI van de dagvaarding bedoelde diensten die door hun abonnees worden gebruikt om inbreuk te maken op de auteurs- en naburige rechten van de rechthebbenden wier belangen BREIN b
Art. 5 (oud) en 8 Leerplichtwet 1969 (LPW). 1. De opvatting in het middel dat ook nadat de jongere leerplichtig is geworden een eerste kennisgeving houdend een beroep op vrijstelling als bedoeld in art. 5.ahf.b (oud), LPW kan worden ingediend vindt geen steun in het recht. Het oo
OM-cassatie. Art. 8 en 9 (oud) wet Oorlogsstrafrecht. Bij de beoordeling van de gezagsverhouding tussen de meerdere en zijn ondergeschikte als bedoeld in art. 9 (oud) wet Oorlogsstrafrecht heeft het Hof terecht aansluiting gezocht bij het internationale recht ter zake. Daarbij he
Profijtontneming. 1. Verwerping verweer strekkende tot n-o verklaring van het OM. 2. Schatting w.v.v. Ad 1. Het uitgangspunt van het middel dat het Hof bij de schatting van het w.v.v. mede het voordeel heeft betrokken dat verband houdt met in Groot-Brittannië gepleegde feiten ber
Straftoemeting. LOVS-oriëntatiepunten, richtsnoeren Haarlemse rechtbank. Art. 7 EVRM en art. 15 IVBPR. Niet gezegd kan worden dat het Hof een zwaardere straf heeft opgelegd dan ten tijde van het begaan van het feit “van toepassing” was.
Kinderporno. Vervolg op HR LJN AD9579 en HR LJN AR5740. Vordering OvJ ex art. 552f Sv tot o.a.h.v. van onder de belanghebbende (fotograaf/kunstartiest) ibs foto’s en ander beeldmateriaal. Het Hof heeft een gedeelte van het ibs materiaal aangemerkt als ‘kinderporno’ en de o.a.h.v.
Frans van A. 1. Rechtsmacht NL strafrechter. 2. Verbindendheid art. 8 WOS. 3. Opzet op medeplichtigheid. 4. Deskundigheid getuige-deskundige. 5. Bewijsmiddelen (bwm) die mening, gissing, of conclusie bevatten? 6. Strafmotivering. 7. N-o-verklaring vorderingen bp. Ad 1. De opvatti
Tabakswet
Tabakswet