Conclusie AG. Doodslag op drie Amsterdamse vrouwen en het wegmaken van het lijk van één van hen. Twee zaken betreffen cold cases uit 2003 en 2004. De eerste drie middelen richten zich met verscheidene deelklachten tegen de bewezenverklaarde doodslagen en het wegmaken van het lijk
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 7 EVRM
Genoemd in 495 uitspraken
495 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Veilig land van herkomst India. Eiser is werkzaam geweest bij de Congrespartij. In India werd hij bedreigd en aangevallen door leden van de Bharatiya Janata Party (BJP) waarop eiser zijn land heeft ontvlucht. Verweerder gelooft eisers werkzaamheden voor de Congrespartij, maar nie
Conclusie PG. Bijzondere voorwaarden bij voorwaardelijke straf. De PG geeft de Hoge Raad in overweging de maatstaf ‘ter bevordering van een goed levensgedrag van de veroordeelde’ teneinde te bepalen of een voorwaarde het gedrag van de veroordeelde betreft te vervangen dan wel te
Economische zaak. Opzettelijke invoer uit China van zakjes met granulaat, inhoudende Cost (beschermde plantensoort), meermalen gepleegd (art. 3.37.1 Wet natuurbescherming). Afwezigheid van alle schuld, beroep op verontschuldigbare rechtsdwaling. HR herhaalt relevante overwegingen
Conclusie AG. Economisch delict. Opzettelijke overtreding van art. 3.37 Wet natuurbescherming. Geklaagd wordt onder meer over de motivering van de verwerping van een (impliciet) beroep op verontschuldigbare rechtsdwaling. Nu die motivering niet goed verenigbaar is met de bewezenv
Kort geding. Ten uitvoerlegging vervangende hechtnis verbonden aan schadevergoedingsmaatregelen. Geen schending van gelijkheidsbeginsel en artikelen 5, 6, 7, 13 en 18 EVRM. Geen rekening houden met toekomstig recht.
Bedrieglijke bankbreuk, art. 344a en 341 (oud) Sr. Strafmotivering. Verandering in regels van sanctierecht, art. 1.2 Sr. Regels van sanctierecht zijn ten gunste van verdachte veranderd en Hof had het uit art. 344a Sr voortvloeiende mildere sanctieregime met een strafmaximum van v
Artt. 4 (oud), 8c, 83, 86b en 140a Sr. Art. 2 van het Verdrag inzake de bestrijding van terroristische bomaanslagen. Artt. 2, 4 en 6 van het Besluit internationale verplichtingen extraterritoriale rechtsmacht. De conclusie is dat rechtsmacht bestaat voor het terroristische misdri
Herziening ten nadele. Art. 482a e.v. Sv. Vivaldi-zaak, waarbij de bedrijfsleider van een Aldi-supermarkt tijdens een gewapende overval is doodgeschoten. HR beperkt zich tot de beoordeling van de vraag of de aanvraag voldoet aan de eisen van 482a.1a in verbinding met 482a.3b Sv.
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, heeft in Nederland en in Duitsland van andere ondernemers goederen (computeronderdelen) aangekocht en deze doorverkocht aan afnemers in Italië. Belanghebbende noch de afnemers van de goederen hebben in Italië aangifte gedaan voor intr
In een kort geding tussen eiser en de Staat over de voorwaarden voor zijn invrijheidstelling, oordeelt de rechter dat het openbaar ministerie de voorwaarden op goede gronden heeft opgelegd, maar dat het locatieverbod en het daaraan gekoppelde elektronische toezicht voor de gemeen
Niet onverwijld gemeld dat betrokkene is gehoord als verdachte; terecht boete opgelegd van € 1000 wegens overtreding van artikel 102 Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft
Op 29 juni 2010 heeft belanghebbende aan de inspecteur verklaard in het bezit te zijn van vermogen in Zwitserland. Aan belanghebbende zijn navorderingsaanslagen met boetes opgelegd. Met betrekking tot het boete-aspect doet belanghebbende een beroep op het 'oude', voor belanghebbe
Strafzaak tegen een voormalige functionaris van de Afghaanse militaire inlichtingendienst Khad-e-Nezami. Rechtsmacht: De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak rechtsmacht bestaat. Amnestie: De rechtbank is van oordeel dat aan het gegeven dat in Afghanistan een amnestieregelin
Organisatie piramidespelen 12 maanden gev. straf waarvan 9 mnd. voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar
Conclusie AG. Medeplegen moord, overtreding WWM, brandstichting en diefstal in vereniging. Middel 1 klaagt dat de Wet straffen en beschermen tot gevolg heeft dat de vrijheidsbeneming van verdachte langer is dan voorzienbaar ten tijde van bewezenverklaarde feiten. Middel 2 klaagt
Overheidsprivaatrecht. Vordering van veroordeelde op grond van onrechtmatige daad na weigering van gratie. Gratieverzoek op grond dat strafbare feit was verjaard toen hof arrest wees. Hoge Raad heeft in strafzaak arrest van hof niet op die grond ambtshalve vernietigd. Gratie door
Conclusie AG. Middelen verdachte. 1. Kennelijke misslag in strafoplegging. 2. Duur vrijheidsbeperkende maatregel bij onder 2 bewezenverklaard feit. 3. Totale duur gijzeling bij schadevergoedingsmaatregelen. 4. Klacht dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden. Ambtshalve op
geen onrechtmatige afwijzing gratieverzoek
Conclusie AG. Liquidatiezaak. Ennetcom-data. Veroordeling tot 24 jaar en zes maanden wegens o.m. medeplegen van voorbereiding van moord en tweemaal medeplegen van moord. Vijf middelen, met betrekking tot bewijs van (M1) voorbereiding en (M2 en M3) medeplegen, (M4) de strafopleggi
De rechtbank acht zich op grond van art. 6:6:25 Sv bevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot opheffing van de gijzeling, maar wijst het verzoek af.
Veilig land van herkomst India. Eiser is werkzaam geweest bij de Congrespartij. Ook nam hij deel aan boerenprotesten. In India werd hij bedreigd en aangevallen door leden van de Bharatiya Janata Party (BJP) waarop eiser zijn land heeft ontvlucht. Verweerder gelooft eisers werkzaa
De Staat handelt niet onrechtmatig door eiser geen gratie te verlenen ter zake van een strafbaar feit dat was verjaard ten tijde van het wijzen van arrest door de Hoge Raad. In dat arrest was ambtshalve cassatie wegens verjaring achterwege gebleven.
Conclusie AG. Bedrieglijke bankbreuk (art. 343 (oud) Sr en art. 344a Sr) en opzettelijk zonder vergunning optreden als betaaldienstverlener, terwijl hiervan een gewoonte is gemaakt (art. 2:3a.1 Wft). Klachten over bewezenverklaring van opzet op bedrieglijke bankbreuk en van 'het
Conclusie AG. Profijtontneming. w.v.v. uit Opiumwetdelicten. Soortgelijke feiten. Vervolg op HR:2008:BC9411. Twee middelen met klachten over de motivering van de maatregel. Is buiten gerede twijfel vastgesteld dat de betrokkene voordeel heeft verkregen uit soortgelijke feiten? Be