Beslissing op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling ex artikel 6:1:18 tweede lid van het Wetboek van Strafvordering.
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 7 EVRM
Genoemd in 495 uitspraken
495 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
Veroordeling wegens moord op moeder en het vervolgens wegmaken van haar lijk. Openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging ter zake van verduistering (relatief klachtdelict) wegens te laat ingediende klacht. Bewezenverklaring moord op 79-jarige moeder doo
Veroordeling van eiser in de proceskosten van het kort geding dat hij heeft aangespannen en vervolgens één dag voor de geplande mondelinge behandeling heeft ingetrokken. Het hoger beroep dat eiser tegen die proceskostenveroordeling heeft ingesteld, wordt verworpen. Toepassing van
Kort geding. Eisers zijn gedetineerden en zij vorderen opschorting van de Wet straffen en beschermen. Die vordering wordt afgewezen; de wet is niet onmiskenbaar onverbindend. Niet de opgelegde straf wordt gewijzigd, maar alleen de wijze van tenuitvoerlegging van de straf. Dat bet
Conclusie AG. Mensensmokkel naar Groot-Brittannië. Art. 1.2 en 197a.1 Sr en art. 7 EVRM. Middel klaagt dat verdachte is veroordeeld wegens mensensmokkel naar een andere EU-lidstaat, te weten Groot-Brittannië, terwijl Groot-Brittannië geen EU-lidstaat meer is, zodat strafbaarheid
Conclusie AG. Een van de middelen betreft de vraag of sprake is van een wijziging van toepasselijke regels van sanctierecht die ten voordele van de verdachte werkt, nu art. 37 (oud) Sr per 1 januari 2020 is vervallen en de strafrechter sedertdien (daarvoor in de plaats) de mogeli
Afwijzing vordering verlenging van de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling. De aan de veroordeelde opgelegde bijzondere voorwaarde inhoudende een locatiegebod met een enkelband, houden een dusdanige beperking van zijn vrijheid in dat dit strijdig is met artikel 7 v
Conclusie AG over omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr en art. 6:4:20 Sv. Vervolg op ECLI:NL:HR:2020:914. Toepassing overgangsregeling in zaken waarin schriftuur voor 26 juni 2020 is ingediend in relatie tot art. 80a RO. De conc
Conclusie AG over omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr en art. 6:4:20 Sv. Vervolg op ECLI:NL:HR:2020:914. Toepassing overgangsregeling ambtshalve cassatie in zaken waarin schriftuur voor 26 juni 2020 is ingediend. AG bepleit dat
Zwartspaarder. Door berichten in de media kon eiser redelijkerwijs vermoeden dat de fiscus hem al op het spoor was. Inkeerregeling daarom niet van toepassing.
Afwijzing vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke ISD maatregel. Gelet op de verklaring van de getuige en het feit dat veroordeelde na het vonnis niet is gerecidiveerd moet veroordeelde bij wijze van allerlaatste kans in staat worden gesteld de bijzondere voorwaarden na te le
Profijtontneming, w.v.v. uit handel in coffeeshop die zich niet aan de gedoogvoorwaarden heeft gehouden. Middelen over voordeel verkregen in een periode die voorafgaat aan de bewezen verklaarde periode, het geschatte voordeel dat is genoten uit omzetverzwijging en de redelijke te
Conclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit handel in coffeeshop die zich niet aan de gedoogvoorwaarden heeft gehouden. 1. Heeft het hof bij de schatting van het w.v.v. ten onrechte voordeel betrokken dat betrokkene zou hebben verkregen in een periode die voorafgaat aan de bewezen
Voorhanden hebben creditcardmes op luchthaven in Eindhoven, art. 13.1 WWM. Beroep op art. 7 EVRM. Kan creditcardmes worden aangemerkt als blank wapen dat uiterlijk gelijkt op ander voorwerp dan wapen a.b.i. art. 2.1.4 WWM? HR: art. 81.1 RO.
Mensenhandel in vereniging, meermalen gepleegd, en medeplegen van gewoontewitwassen. Verweren betrouwbaarheid verklaringen medeverdachte m.b.t. jegens aangeefster toegepast geweld en dwangmiddel ‘geweld’ verworpen.
In hoger beroep is hetzelfde geschil als bij als de Rechtbank aan de orde, zich toespitsend op de vraag of de boeten moeten worden opgelegd volgens de regels die gelden ten tijde van het doen van de (onjuiste) aangiften dan wel volgens de regels die gelden ten tijde van het inker
Conclusie AG. Inpandig (in trappenhuis en ontvangstruimte) plaatsen van noodaggregaat voor stroomvoorziening aan restaurant. 1. Is het verweer dat onder het begrip 'lucht' a.b.i. art. 173a en 173b Sr ‘buitenlucht’ moet worden verstaan door het hof op toereikende gronden verworpen
Economische zaak. Ten verkoop in voorraad hebben van ivoor van Afrikaanse olifant (“Loxodonta africana”), meermalen gepleegd, art. 13.1.a Flora- en faunawet (oud). 1. Geldt t.a.v. verbod op ten verkoop voorhanden of in voorraad hebben van ivoor afkomstig van Afrikaanse olifant vo
Conclusie AG. Belastingfraude door facturen voor verbouwing privéwoning in de bedrijfsadministratie op te nemen. Cassatiemiddelen over o.m. het beroep op de inkeerregeling van art. 69 lid 3 AWR dienen volgens de AG te worden verworpen. Wel strafvermindering wegens overschrijding
Kort geding. Eiser is een levenslang gestrafte. In verband met de behandeling van een gratieverzoek wint de Staat advies in bij het OM. Eiser wil dat de Staat nadere informatie verstrekt aan het OM en het OM verzoekt over bepaalde specifieke onderwerpen te adviseren. Vorderingen
Conclusie AG. Veroordeling voormalig wethouder van de gemeente Roermond. De veroordeling betreft schending van geheimen bij de benoeming van een nieuwe burgemeester in Roermond (art. 272 Sr), stempasfraude (art. Z3 Kieswet), ambtelijke corruptie (art. 363 Sr) en witwassen (art.
Het hof veroordeelt een 49-jarige verdachte ter zake van seksueel misbruik van minderjarigen en een gewoonte maken van het vervaardigen en het in bezit hebben van kinderporno tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren. Daarnaast legt het hof TBS met voorwa
Klacht tegen notaris. Vervaltermijn art. 99 lid 12 (oud) Wna. Overgangsrecht vervaltermijn. Art. 99 lid 21 Wna. Artikel 6 EVRM
Eiser heeft met de belastingdienst een vaststellingsovereenkomst gesloten over onder meer de fiscale gevolgen van het aanhouden van een buitenlandse bankrekening. De rechtbank is van oordeel dat eiser is gebonden aan de vaststellingsovereenkomst. De vaststellingsovereenkomst beva
BBBB, artikel 7 EVRM en 15 IVBPR