Beschikking op een vordering ex artikel 577c van het Wetboek van Strafrecht: overgangsrecht bij lijfsdwang
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 7 EVRM
Genoemd in 495 uitspraken
495 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Beklag ex art. 13a Sv. bij Hoge Raad over niet-vervolging van oud-ministers Donner en Verdonk voor beweerdelijk gepleegde ambtsmisdrijven als bedoeld in art. 76 RO rond de Schipholbrand; ontvankelijkheid; regeling besluitvorming tot strafvervolging aangelegenheid van nationaal re
Verjaringstermijn ex art. 72.2 Sr en reikwijdte art. 73 Sr. Het tenlastegelegde betreft een overtreding die heeft plaatsgevonden op 16-1-99. Op 6-10-05 heeft het HvJ EG uitspraak gedaan n.a.v. het arrest van de HR van 23-12-03 (LJN AL4343). Blijkens de wetsgeschiedenis strekt art
Veroordeling o.g.v. art. 78.1 APV ’s-Gravenhage 1982: zonder daartoe bevoegd te zijn op de drempel van een gebouw zitten. 1. Bepaaldheidsgebod. 2. Liberty of movement. Ad 1. Art. 78.1 APV ‘s-Gravenhage 1982 is niet in strijd met het bepaaldheidsgebod. De in die bepaling geformule
Verdachte stelde te laat appèl in. Hof behandelde de zaak in appèl zonder in te gaan op de overschrijding van de appèltermijn. HR grijpt niet ambtshalve in.
Overgang SOV-ISD. Het hof heeft aan verdachte de ISD-maatregel opgelegd t.z.v. feiten die zijn begaan vóór inwerkingtreding op 1-10-04 van de wet waarin is voorzien in de mogelijkheid tot oplegging van die maatregel. Bij de afschaffing van de mogelijkheid tot oplegging van de SOV
Zich ontdoen van gevaarlijke – seleen houdende – afvalstoffen. 1. Het Besluit aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen (1997) (oud) is wat betreft de i.c. relevante stoffen, te weten stoffen waarin zich seleen bevindt in een hogere dan de toegestane concentratie, niet gegrond op art.
Art. 67a AWR; § 21 BBBB; het meetellen van een eerder verzuim houdt niet in een beboeting terzake van ook dat verzuim.
Geen onverbindendheid van art. 15 Besluit inzake stoffen die de ozonlaag aantasten 1995 en art. 6 Regeling lekdichtheidsvoorschriften koelinstallaties 1997 wegens strijd met bepaaldheidsgebod. De aard en de inhoud van de aan de hier toepasselijke voorschriften ten grondslag ligge
Geen onverbindendheid van art. 15 Besluit inzake stoffen die de ozonlaag aantasten 1995 en art. 6 Regeling lekdichtheidsvoorschriften koelinstallaties 1997 wegens strijd met bepaaldheidsgebod. De aard en de inhoud van de aan de hier toepasselijke voorschriften ten grondslag ligge
Piramidespel; HR verwerpt cassatieberoep en verwijst daartoe naar conclusie A-G, inhoudend: 1. De beslissingen van de rc, de raadkamer van de rb en de rb om een door de verdediging verzochte getuige-deskundige niet als zodanig te benoemen, kunnen in cassatie niet worden bestreden
Geen onverbindendheid van art. 15 Besluit inzake stoffen die de ozonlaag aantasten 1995 en art. 6 Regeling lekdichtheidsvoorschriften koelinstallaties 1997 wegens strijd met bepaaldheidsgebod. De aard en de inhoud van de aan de hier toepasselijke voorschriften ten grondslag ligge
Geen onverbindendheid van art. 15 Besluit inzake stoffen die de ozonlaag aantasten 1995 en art. 6 Regeling lekdichtheidsvoorschriften koelinstallaties 1997 wegens strijd met bepaaldheidsgebod. De aard en de inhoud van de aan de hier toepasselijke voorschriften ten grondslag ligge
Onttrekking aan het verkeer ex art. 36d Sr. 's Hofs oordeel dat de voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking ex art. 36d Sr getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting, gelet op zijn vaststellingen dat de voorwerpen in beslag genomen zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar h
Onttrekking aan het verkeer ex art. 36b.1.4 Sr. 1. Ontvankelijkheid OM. 2. Omvang verwijzingsopdracht. Ad 1. 's Hofs gebruik van het Zwolsmancriterium bij de verwerping van het beroep op niet-ontvankelijkheid van het OM, is onjuist noch onbegrijpelijk. Ad 2. De rechter naar wie d
Beroep op AVAS wegens dwaling ten aanzien van de wederrechtelijkheid van het bewezen verklaarde feit. Vereist is dat aannemelijk is dat een verdachte heeft gehandeld in een verontschuldigbare onbewustheid ten aanzien van de ongeoorloofdheid van de hem verweten gedraging (HR NJ 19
Bewezenverklaring is onvoldoende met bewijsmiddelen onderbouwd. HR vernietigt ambtshalve onder verwijzing naar onderdeel van de conclusie A-G. Uitgebreide conclusie A-G over ‘ambtshalve cassatie’. (Vgl. HR 24-02-2004, 02104/02; HR vernietigt n.a.v. een cassatiemiddel in de zaak v
-
-
-
-
-
-