Tabakswet
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 7 EVRM
Genoemd in 495 uitspraken
495 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Tabakswet
Tabakswet
Veroordeling o.g.v. art. 78.1 APV ’s-Gravenhage 1982: zonder daartoe bevoegd te zijn op de drempel van een gebouw zitten. 1. Bepaaldheidsgebod. 2. Liberty of movement. Ad 1. Art. 78.1 APV ‘s-Gravenhage 1982 is niet in strijd met het bepaaldheidsgebod. De in die bepaling geformule
Vaststelling boetenota's naar aanleiding van het correctie premieloon. Is sprake is van een eerste verzuim en voorts van opzet of grove schuld en is onbedoeld meegewerkt aan de eigen veroordeling? Schending redelijke termijn.
Inkomstenbelasting; art. 67a AWR, par. 21 BBBB, art. 7, lid 1, EVRM, art. 15, lid 1, IVBPR; vereiste aangifte niet gedaan, matiging verzuimboete, wijziging BBBB en overgangsrecht, motiveringsklacht m.b.t. strafmotivering.
Herziening ten nadele door OM. Vrijspraak t.z.v. moord op vrouw in 2006 in Alphen aan den Rijn, die op 13-3-2012 onherroepelijk is geworden. Aangevoerd wordt dat verdachte zou zijn veroordeeld voor opzettelijk begaan misdrijf dat dood van vrouw ten gevolge heeft gehad als rechter
Conclusie AG. OM-cassatie. Verandering van wetgeving ten gunste van de verdachte als gevolg van inwerkingtreding van de Wet seksuele misdrijven? Middel komt op tegen beslissing tot n-o verklaring van de officier van justitie in de strafvervolging wegens verjaring, op de grond dat
Conclusie PG. Aanvraag tot herziening ten nadele van een vrijspraak (art. 482a e.v. Sv). Zaak waarbij in 2006 een 28-jarige vrouw dood is aangetroffen in een woning in Alphen aan den Rijn. De uitspraak waarbij de gewezen verdachte is vrijgesproken, is in 2012 onherroepelijk gewor
Kort geding. Overdracht tenuitvoerlegging Nederlandse gevangenisstraf aan Polen. Vorderingen strekkende tot intrekking WETS-verzoek en onmiddellijke invrijheidstelling afgewezen.
Megazaak Eris – hoger beroep Eris betreft een onderzoek naar het (in opdracht van anderen) uitvoeren van liquidaties, pogingen daartoe en voorbereiding daarvan, die zijn gepleegd in een crimineel samenwerkingsverband. In hoger beroep staan negentien verdachten terecht. Het hof ac
OM-cassatie. Medeplegen poging tot diefstal d.m.v. braak, art. 311.1 Sr. Afwijzing vordering tot herroeping van voorwaardelijke invrijheidstelling. Kon hof oordelen dat de als bijzondere voorwaarde aan VI verbonden verplichte klinische opname van verdachte, geheel in aftrek komt
Conclusie A-G. OM-cassatie. Cassatieberoep richt zich tegen de afwijzing van de vordering tot herroeping van de v.i. voor de duur van 150 dagen. De vragen die in cassatie centraal staan zijn (1) of de gedwongen klinische opname in een zorginstelling i.k.v. bijzondere voorwaarde m
Conclusie AG. Mensenhandel. Eerste middel klaagt over het opgelegde contactverbod. De oplegging daarvan is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd nu hof kenbaar heeft gemaakt dat maatregel wordt opgelegd ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten en omdat er rekening mee g
Vordering tot cassatie in het belang der wet. Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). (1) Het hof kan volgens de AG, gelet op de eigenstandige positie van de WAHV, bij verandering van wetgeving ten gunste van de overtreder nadat de sanctiebeschikking is opgel
Afwijzing vordering verlenging proeftijd voorwaardelijke invrijheidsstelling vanwege het overschrijden van de maximale feitelijke duur van de door de rechter opgelegde vrijheidsstraf. Verwijzing naar arrest van de Hoge Raad van 15 juni 2021 (ECLI:NL:HR:2021:850).
Conclusie AG. Verdachte (een politieman) veroordeeld wegens poging tot doodslag. Middelen over (1) voorwaardelijk opzet en (2) niet toepassen art. 372 Sr met een beroep op art. 1.2 Sr (lex mitior). Volgens AG falen beide middelen. Wat het tweede middel betreft is de AG van oordee
Het hof veroordeelt de verdachte ter zake van doodslag tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren en 6 maanden met aftrek van voorarrest en beslist op de vordering van de benadeelde partij.
Afwijzing van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Legaliteitsbeginsel. Artikel 7 EVRM. Artikel 15c lid 3 (oud) Sr. Artikel 6:1:18 lid 2 Sv. Bijzondere omstandigheden. Vrijheidsbeneming.
Conclusie AG. Twee schietincidenten in Amsterdam-Zuidoost. Veroordeling in zaak A voor poging moord (art. 289 jo. 45.1 Sr) en in zaak B voor o.m. medeplegen bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht (art. 285 Sr). Twaalf middelen over o.m. de motivering van de verwerpi
Conclusie AG. Drie middelen van verdachte over ’s hofs strafoplegging en -motivering. Middel b.p. klaagt dat het hof de b.p. onterecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in vordering inzake ‘shockschade’. AG adviseert het cassatieberoep te verwerpen (art. 81 RO).
Conclusie AG. Middel 1 is gericht tegen het bewezenverklaarde ‘voorhanden hebben’ van een wapen en munitie. Het oordeel van het hof dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van het wapen en de munitie, is niet zonder meer begrijpelijk.
Conclusie AG. Caribische zaak. Moord op de Curaçaose politicus H.M. Wiels uitgelokt door voormalig Minister van Financiën Curaçao. Daarnaast veroordeeld wegens opzettelijk gebruik maken van vals geschrift en wegens valsheid in geschrift waarbij gebruik is gemaakt van macht, geleg
Conclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit oplichting. Middelen over 1. beslissing hof over in mindering brengen van in strafzaak aan b.p. toegekende schadevergoeding en 2. duur door hof bepaalde gijzeling van 1095 dagen. Alhoewel het eerste middel deels terecht is voorgesteld, k
Beslissing op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling ex artikel 6:1:18 tweede lid van het Wetboek van Strafvordering.