onrechtmatige overheidsdaad. Gewezen verdachte. Begaclaim-criteria
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 6 EVRM
Genoemd in 24.629 uitspraken
24.629 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
-
De bewijslast inzake het ondernemingskarakter van verrichte diensten rust op de inspecteur.
Aanslagen Vpb 2013, 2014 en 2015. Artikel 3, lid 1, letter a, en lid 2, Wet Vpb; artikel 17a, letter a, Wet Vpb. Belanghebbende is een naar Curaçaos recht opgerichte Stichting Particulier Fonds (SPF). Is belanghebbende buitenlands belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting?
Beschikking op grond van art. 530 Sv. Het hof overweegt hoe de maatstaf van (het ontbreken van) gronden van billijkheid van art. 534 Sv wordt toegepast en hoe die toepassing zich verhoudt tot de onschuldpresumptie van art. 6 lid 2 EVRM. Het hof gaat daarbij in op de situatie waar
Belanghebbende is een naar het recht van Cyprus opgerichte Limited. Haar statutaire bestuur bevindt zich op Cyprus en zij heeft op Cyprus aangiften gedaan. De middellijk (enig) aandeelhouder van belanghebbende woont in Nederland. De activiteiten van belanghebbende bestaan uit het
In geschil is of het Hof tot het verwerpen van de administratie kon oordelen, indien de Inspecteur geen informatiebeschikking heeft vastgesteld. Tevens is in geschil of belanghebbenden de vereiste aangiften hebben gedaan en of de Inspecteur bij het vaststellen van de (navordering
5 jaar gevangenisstraf voor het schenden van ambtsgeheimen, het plegen van computervredebreuk en witwassen.
Opzettelijke verzwijging en opzettelijk claimen van een schade die door een eerdere verzekeraar al was vergoed rechtvaardigen de vermelding van de verzekeringnemer in het CIS-register met extern verwijzingsregister. Toetsing aan het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financi
Beklag. Conservatoir beslag. Italiaans rechtshulpverzoek. Art. 13a WOTS. 1. Witwasverdrag. Rechtstreekse toezending rechtshulpverzoek. 2. Onschuldpresumptie. Ad 1. V.zv. aan het middel de opvatting ten grondslag ligt dat een rechtshulpverzoek niet kan worden aangemerkt als een re
Samenloop strafvorderlijk zwijgrecht en fiscaalrechtelijke meewerkplicht: vormt de onderhavige civielrechtelijke dwangsom ontoelaatbare dwang? Betekenis van het EHRM-arrest Chambaz voor het Nederlandse recht. Feiten: Eiser tot cassatie had een bankrekening in Zwitserland. Hij was
Clickfondszaak. Onrechtmatige overheidsdaad; persberichten van het openbaar ministerie, schending van de onschuldpresumptie als bedoeld in art. 6 EVRM. Niet-onrechtmatige mededelingen bij mondelinge behandeling van vordering van openbaar ministerie tot onderbewindstelling van ver
Het Hof is gelet op het hiervoor overwogene van oordeel, dat belanghebbende met wat zij heeft gesteld onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt, dat het bedrag van € 625,= niet in een redelijke verhouding staat tot de werkelijk aan de betekening verbonden kosten en dat de betekeningk
7 oktober 2003 Strafkamer nr. 02470/02 P EW/ABG Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 1 mei 2002, nummer 22/005212-01 PO, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
Beëindiging bankrelatie op grond van artikel 5 lid 3 Wwft, het niet kunnen afronden van cliëntenonderzoek, en artikel 35 ABV. Toetsing aan zorgplicht bank en artikel 6:248 lid 2 BW. Invloed van grondrechten op die toetsing.
Caribische zaak. Uitlokking tot moord op Curaçaose politicus door voormalig Minister van Financiën in Curaçao in 2013. Ongeoorloofde inbreuk op onschuldpresumptie a.b.i. art. 6.2 EVRM en EU-richtlijn 2016/343/EU t.g.v. vonnis van Gemeenschappelijk HvJ in strafzaak tegen mededader
Conclusie AG. Middelen over criterium “(niet) aannemelijk geworden” en verwerping beroep op noodweer(exces). De AG is van mening dat geen noodzaak bestaat om de maatstaf van “aannemelijkheid” te vervangen en dat het beroep op noodweer(exces) toereikend gemotiveerd is verworpen. C
Profijtontneming, w.v.v. uit handel in coffeeshop die zich niet aan de gedoogvoorwaarden heeft gehouden. HR: Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat “voldoende aanwijzingen” bestaan dat de betrokkene ook voorafgaand aan de bewezenverklaarde periode in de hoofdzaak heeft deelgenome
Conclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Klacht dat hof bij schatting w.v.v. ook voordeel heeft betrokken dat is gerelateerd aan partiële vrijspraak in de hoofdzaak (Geerings-problematiek). Conclusie strekt tot vernietiging.
schadevergoeding na vrijspraak; gebleken onschuld-criterium; strijd met de onschuldpresumptie van art. 6 EVRM? Prejudiciële vragen Hoge Raad
Conclusie AG met betrekking tot de zogenaamde Amsterdamse medicijnmoorden. De AG gaat in het bijzonder in op de vraag of schakelbewijs alleen toelaatbaar is indien de modus operandi wordt vergeleken van twee strafbare feiten waarvan op andere gronden kan worden aangenomen dat zij
Meerdere gekwalificeerde (pogingen tot) diefstallen. Schakelbewijs. Met de term schakelbewijs pleegt te worden aangeduid een bewijsvoering waarbij voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de - uit één of meer b.m. blijkende - omstandigheid dat verdacht
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
1. Tiende middel van verdachte. De door de bp-en gevorderde kosten voor rechtsbijstand. V.zv. het middel erover klaagt dat de toegewezen kosten deels zijn gemaakt t.b.v. bp-en die in hun vorderingen geheel of gedeeltelijk n-o zijn verklaard, miskent het middel dat die enkele omst