Arbeidsrecht. Verhaal door werkgever op werknemers van verkeersboetes die aan de werkgever als kentekenhouder zijn opgelegd voor door werknemers tijdens de uitoefening van hun werkzaamheden begane verkeersovertredingen; uitleg art. 7:661 BW.
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 6 EVRM
Genoemd in 24.629 uitspraken
24.629 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 25 · live
Belastingfraude bij de aanleg van een nieuw sportpark in de gemeente Etten-Leur. Samenhang met 02451/06 en 02453/06. 1. Strafrechtelijke immuniteit mbt handelen i.h.k.v. bestuurstaak. Art. 359.2 en 358.3 Sv. 2. Ontvankelijkheid OM. 3. Opzet rechtspersoon. Verdachte is een publiek
KBLux-zaak. Art. 6 EVRM en art. 16, lid 4 AWR. Door de inspecteur in het kader van de vaststelling van de belastingschuld opgevraagde en door de belastingplichtige verstrekte gegevens m.b.t. een (verzwegen) banktegoed kunnen ook worden gebruikt ten behoeve van het opleggen van ee
Uitspraak EHRM in zaak Geerlings (NJ 2007, 349) staat aan toepassing artikel 36 e, derde lid Sr niet in de weg.
Ontneming. Geerings. Het ontnemen van voordeel dat wederrechtelijk is verkregen door soortgelijke feiten is niet in strijd met art. 6 EVRM aangezien de in art. 511b Sv e.v. geregelde procedure aan betrokkene de gelegenheid wordt geboden zich te verdedigen, waartoe mede behoort de
HR ambtshalve: In de samenhangende zaak onder nummer 03222/06 B waarin de Rb de vordering a.b.i. art. 552f Sv strekkende tot onttrekking aan het verkeer van de in de beschikking omschreven runderen heeft toegewezen, doet de HR heden uitspraak, vernietigt de beschikking en verwijs
Bevoegdheid economische kamer. Art. 38 en 46 WED. De totstandkomingsgeschiedenis van de wet van 8-11-1993 (Stb. 591) waarbij art. 46 WED is komen te vervallen, bevat geen aanwijzing dat de wetgever heeft beoogd op rechtbankniveau de economische kamers niet langer als raadkamers t
Het geschil betreft het antwoord op de volgende vraag: Is het aan (voorwaardelijk) opzet van belanghebbende te wijten dat de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekering 1999 onjuist is gedaan? Belanghebbende is van mening dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord.
Artikel 36e lid 2 Sr, ontnemen wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank is van oordeel dat van veroordeelde alleen een bedrag kan worden ontnomen waarvan aanwijzingen bestaan dat zij wederrechtelijk zijn verkregen van een strafbaar feit waarvoor hij is veroordeeld.
Onverkorte betalingsplicht van hoge Wav-boete na primair besluit en lange duur van procedure in bezwaar en (hoger) beroep levert tot het moment waarop (on)schuld in rechte vast komt te staan schending op van artikel 6, tweede lid, van het EVRM. Naar voorlopig oordeel van de voorz
Afwijzing vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wegens strijd met het onschuldbeginsel De onderhavige ontnemingsvordering is blijkens de ontnemingsrapportage en het verhandelde ter terechtzitting gebaseerd op het strafbare feit van artikel 225 van het Wet
Niet gebruiken van RCIE-informatie bij de berekening van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Clickfondszaak. Onrechtmatige overheidsdaad; persberichten van het openbaar ministerie, schending van de onschuldpresumptie als bedoeld in art. 6 EVRM. Niet-onrechtmatige mededelingen bij mondelinge behandeling van vordering van openbaar ministerie tot onderbewindstelling van ver
Op grond van art. 67d AWR kan bij primitieve aanslag alleen dan een vergrijpboete worden opgelegd wanneer sprake is van opzet, waaronder begrepen voorwaardelijke opzet. In casu kan belanghebbende worden verweten dat zij onzorgvuldig is geweest door haar aangiftebiljet te ondertek
Op grond van art. 67d AWR kan bij primitieve aanslag alleen dan een vergrijpboete worden opgelegd wanneer sprake is van opzet, waaronder begrepen voorwaardelijke opzet. In casu kan belanghebbende worden verweten dat hij onzorgvuldig is geweest door zijn aangiftebiljet te ondertek
Navordering en vergrijpboete Navordering is toegestaan, nu de inspecteur zijn onderzoeksplicht niet heeft verzuimd. De inspecteur heeft, na met een normale zorgvuldigheid van de ingediende aangifte kennis te hebben genomen, niet in redelijkheid zodanige twijfel met betrekking tot
Het geschil betreft nog slechts de vraag of de opgelegde boete ten bedrage van € 486 verschuldigd is. De Inspecteur acht boete verschuldigd wegens opzet, voorwaardelijk opzet of grove onachtzaamheid Belanghebbende acht geen boete verschuldigd. [...] In zijn arrest van 1 december
Navordering en vergrijpboete Navordering is toegestaan, nu de inspecteur zijn onderzoeksplicht niet heeft verzuimd. De inspecteur heeft, na met een normale zorgvuldigheid van de ingediende aangifte kennis te hebben genomen, niet in redelijkheid zodanige twijfel met betrekking tot
In geschil is het antwoord op de vraag of aan eiseres terecht een vergrijpboete is opgelegd.
Bepaling wederrechtelijk verkregen voordeel. Aangevoerd is dat van de € 14.064,17 die in beslag is genomen, € 9.000,- door betrokkene van een derde was geleend en dus geen wederrechtelijk verkregen voordeel behelst. Het hof heeft willen aannemen dat de betrokkene een bedrag heeft
Profijtontneming. Volgens de CAG heeft het hof de verwerping van het verweer onvoldoende gemotiveerd verworpen, maar hoeft dit niet tot cassatie te leiden, nu het hof het verweer slechts had kunnen verwerpen. HR doet de zaak af met art. 81 RO.
Procesrecht; ambtshalve kennisneming door appelrechter van (overwegingen uit) strafvonnissen, schending van het beginsel van hoor en wederhoor (art. 19 Rv).
Zaak Anne Frankplantsoen Eindhoven. HR verwerpt cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.
Arrest van de Hoge Raad van 1 december 2006 nr. 40.518 (V-N 2006/62.4), waarin de Hoge Raad ten aanzien van een vergrijpboete de mogelijkheid van toerekening van opzet of grove schuld van een ander dan de belastingplichtige aan de belastingplichtige heeft uitgesloten, is van o
Rechtbank past het arrest van de Hoge Raad van 1 december 2006, nr 40369 inzake de toerekening van opzet/grove schuld van adviseur aan belanghebbende toe in de situatie waarbij een notaris aangifte overdrachtsbelasting doet naar een te lage waarde. Geen toerekening nalatigheid no