Vervolg op rechtbank Amsterdam, 25-03-2009, 327950, LJN: BI8260. Vooropgesteld wordt dat met de uitspraak van het CBb van 31 juli 2007 onherroepelijk vaststaat dat het afwijzingsbesluit rechtmatig is. Dat de wijze van bekendmaking, onafhankelijk van de inhoud en de wijze van tots
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 6 EVRM
Genoemd in 24.629 uitspraken
24.629 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 24 · live
In geschil is of de vergrijpboete terecht is opgelegd, welke vraag belanghebbende ontkennend en de Inspecteur bevestigend beantwoordt. Belanghebbende betoogt dat hij niet opzettelijk een onjuiste aangifte heeft gedaan. Daarentegen meent de Inspecteur dat sprake is van voorwaardel
Profijtontneming. Het Hof heeft bij de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel ook het voordeel in aanmerking genomen dat verdachte heeft verkregen uit soortgelijke feiten a.b.i. art. 36e.2 Sr. In dat opzicht behoeft de bestreden uitspraak nadere motivering, nu ’s
Antilliaanse zaak. Een overzicht van het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties is, gelet op de regelgeving, een geschrift a.b.i. in art. 387.1.c SrNA, dat zelfstandig voor het bewijs mag worden gebezigd.
Beklagzaak. HR: art. 81 RO.
Antilliaanse zaak. Strafmotivering. Het Hof heeft meegewogen “de omstandigheden dat de verdachte op verschillende momenten had kunnen afzien van zijn voornemen om op een dergelijke wijze zijn gram te halen” terwijl het Hof verdachte heeft vrijgesproken van handelen met voorbedach
Procesrecht. Herroeping wegens bedrog; aangifte door bank van (poging tot) fraude, valsheid in geschrifte en oplichting in de zin van art. 225 en 326 Sr. Wet bescherming persoonsgegevens; opname strafrechtelijke persoonsgegevens (art. 16 en 22 Wpb) in incidentenregister van bank;
OM-cassatie. Ontnemingsvordering t.a.v. feit a.b.i. art. 36e.2 Sr waarvoor betrokkene niet afzonderlijk is vervolgd. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. ontneming t.a.v. feiten a.b.i. art. 36e.2 Sr in het licht van art. 6 EVRM uit HR LJN BC2319. I.c. is de vraag aan de orde
Profijtontneming. Schending art. 6 EVRM? De opvatting dat een nietigverklaring van de dagvaarding ten aanzien van een bepaald feit kan worden gelijk gesteld aan een vrijspraak t.a.v. dat feit, zoals bedoeld in de uitspraak Geerings tegen Nederland (EHRM 1 maart 2007, NJ 2007, 349
Ontbreken stukken. Een raadsman die bevindt dat de processtukken niet volledig zijn, moet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn schriftelijk een verzoek om aanvulling indienen bij de rolraadsheer (HR LJN AO8819) en – thans ook – Procesreglement van de Strafkamer HR 2008). I
Incidentele vordering tot niet-ontvankelijkverklaring van eisers in de hoofdzaak, taakverdeling tussen burgerlijke rechter en bestuursrechter, formele rechtskracht
Verzoekschrift ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), vergoeding kosten raadsvrouw ivm ontnemingsvordering. De rechtbank overweegt dat niet blijkt dat het verzoeker is geweest die de declaratie van de raadsvrouw heeft voldaan, zodat niet kan worden vastgesteld d
Herziening.
Beoordeling vergrijpboete bij formele rechtskracht navorderingsaanslag.
Conclusie PG (Geen) toerekening kwade trouw gemachtigde aan belastingplichtige bij navordering. Deze zaken betreffen navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen voor 1999, 2000 en 2002 en hangen samen met zaak 07/10944 waarin de A.-G. Wattel heden eveneens concludeert. Alle zaken
Conclusie PG (Geen) toerekening kwade trouw gemachtigde aan belastingplichtige bij navordering. Deze zaken betreffen navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen voor 1999, 2000 en 2002 en hangen samen met zaak 07/10944 waarin de A.-G. Wattel heden eveneens concludeert. Alle zaken
Telecommunicatiewet Spamverbod, boete, bewijs, geheimhouding personalia, anonieme verklaringen, criminal charge, overtreding, bewijs, beleidsregels, cautie
Profijtontneming. Vzv. het middel een beroep doet op HR NJ 2007, 349 is het gegrond, nu het Hof bij de schatting van het w.v.v. een feit heeft betrokken waarvan verdachte is vrijgesproken.
Profijtontneming. In het kader van de ontnemingsprocedure kan i.c. aan het doorhalen van de woorden “of omstreeks” in de strafzaak niet de conclusie worden verbonden dat de Rb betrokkene heeft vrijgesproken van de drugstransacties die door betrokkene in de door het woord “omstree
Profijtontneming. Betrokkene is in de hoofdzaak vrijgesproken van het onder 5 primair en subsidiair tenlastegelegde feit. Gelet daarop heeft het Hof bij het ontnemingsbedrag ten onrechte het in de bestreden uitspraak aan dat feit gerelateerde voordeel van € 1.300,- betrokken (vgl
Profijtontneming. Het Hof heeft geoordeeld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel in zijn geheel aan betrokkene moet worden toegerekend. Dit oordeel is zonder nadere motivering die ontbreekt niet begrijpelijk, in aanmerking genomen dat ten laste van betrokkene bewezen is verk
Onrechtmatige overheidsdaad. Afgewezen schadevordering informant CID tegen de Staat (81 RO).
OM-cassatie. Art. 165 WVW 1994 (vordering om als kentekenhouder naam en personalia van de bestuurder kenbaar te maken) en zwijgrecht. Nu de wettelijke regeling tz. naar de kern genomen niet is gewijzigd, heeft het Hof terecht tot uitgangspunt genomen hetgeen in HR LJN ZC9475 uit
ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
Profijtontneming. Het middel neemt als uitgangspunt dat o.g.v. ’s Hofs overwegingen de ontneming is gebaseerd op voordeel dat is verkregen uit feiten waarvoor betrokkene in de hoofdzaak is vrijgesproken. Dat uitgangspunt berust echter op een verkeerde lezing van de uitspraak en ’