Belediging. In geval van een belediging die iemand mondeling in zijn tegenwoordigheid is aangedaan, moet een uitlating als beledigend worden beschouwd wanneer zij de strekking heeft die ander aan te randen in zijn eer en goede naam. Het oordeel dat daarvan sprake is zal bij woord
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 6 EVRM
Genoemd in 24.629 uitspraken
24.629 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Deelneming aan criminele organisatie die zich bezig houdt met hennepteelt, art. 11a.1 (oud) Opiumwet. Is kader uit post-Keskin ook van toepassing op rechtmatigheidsgetuigen? Afwijzing van voorafgaand aan tz. in h.b. per e-mail gedaan en ttz. in h.b. herhaald verzoek tot horen van
Beoordeling wrakingsverzoeken in strafzaken. Feitelijk leiding geven aan oplichting (art. 326.1 Sr), bedrieglijke bankbreuk (art. 341 Sr) en valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) begaan door rechtspersoon, meermalen gepleegd en medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter.1 Sr). Her
1. Verwerping verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM in de vervolging, subsidiair bewijsuitsluiting en meer subsidiair strafvermindering. 2. Deelneming aan een criminele organisatie, art. 140 Sr. Ad 1. Gelet op ‘s Hofs, in cassatie onbestreden vaststellingen is zij
Motorrijtuigenbelasting; art. 3, lid 1, aanhef en letter a, en art. 24b, lid 1, Wet MRB; art. 3, lid 1, Uitvoeringsregeling MRB; art. 6 EVRM; in bestelauto verplaatste bijrijdersstoel; tarief bestelauto dan wel personenauto; eisen aan laadruimte; boetebeschikking vervalt vanwege
Liquidatieproces Passage. Verdachte is veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor betrokkenheid bij vier moorden en poging tot moord (art. 289 Sr). 1. Kroongetuigenregeling, art. 226g Sv en art. 44a Sr. 2. Verenigbaarheid levenslange gevangenisstraf met art. 3 EVRM, art. 63
Inkomstenbelasting. Art. 27e, lid 1, AWR. Redelijke schatting; Stelplicht en bewijslast.
Liquidatieproces Passage. Verdachte is veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor betrokkenheid bij twee moorden (art. 289 Sr), deelneming aan een criminele organisatie (art. 140.1 Sr) en bezit van valse reisdocumenten (art. 231.2 Sr). 1. Kroongetuigenregeling, art. 226g Sv
1. Art. 126dd Sv, gebruik tapgegevens voor een ander strafrechtelijk onderzoek. 2. Bewijs medeplegen t.a.v. feit 1. 3. Bewijsmotivering feiten 1 en 3. Opzet van mededaders. Uitleg HR LJN AU2246. 4. Gegronde bewijsklacht (feit 1). De Hoge Raad spreekt om doelmatigheidsredenen zelf
Loonbelasting. Algemene wet inzake rijksbelastingen Naheffing wegens zwart uitbetaald loon. Brutering. Verhoging. Uitleg van de ne-bis-in-idem-regeling volgens § 19, derde lid, LAB 1984; mededelingsplicht.
Conclusie Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19
Bewijsminimum art. 342.2 Sv (unus testis nullus testis). HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BM2452. In het onderhavige geval kan niet kan worden gezegd dat de tot bewijs gebezigde verklaringen van getuige X onvoldoende steun vinden in het overige bewijsmateriaal. Geen
Bevoegdheidsverdeling burgerlijke rechter en strafrechter. Strafrechtelijke vervolging tegen agenten wegens doodslag; strafrechter oordeelt het noodzakelijk dat de agenten om veiligheidsredenen anoniem in strafzaak optreden. Vordering van nabestaanden in kort geding dat aan hen d
Opiumwetdelicten (art. 10a en 10.5 Opiumwet). Eendaadse samenloop (art. 55.1 Sr) en voortgezette handeling (art. 56.1 Sr). De HR wijdt algemene beschouwing aan eendaadse samenloop en voortgezette handeling vanwege het belang van deze regelingen in feitelijke aanleg. De zeer beper
1. Afwijking u.o.s. m.b.t. bruikbaarheid verklaringen getuige voor bewijs. 2. Vordering b.p. Ad 1. ’s Hofs overwegingen voldoen aan het motiveringsvoorschrift van art. 359.2, tweede volzin, Sv, en die bepaling noopte het Hof niet tot een nadere motivering. Ad 2. Het oordeel van h
1. Bedreiging Minister-President, art. 285 Sr. 2. Opruiing, art 132 Sr. 3. Vrijheid van meningsuiting, art 10 EVRM. Ad 1. De opvatting dat art. 285 Sr slechts ziet op bedreiging met een door de “bedreiger”zelf te plegen misdrijf is onjuist. 2. De opvatting dat voor een veroordeli
1. Beletten van vragen door hof i.c. onbegrijpelijk. 2. Toelaatbaarheid stelselmatig inwinnen van informatie door opsporingsambtenaar incognito terwijl verdachte voorlopig is gehecht. Ad 1. Beletten door hof van vragen van raadsman aan getuige die van belang konden zijn voor de w
-
Bewijs opzet. Verdachte is met X en hun dochter een kanaal ingereden. ’s Hofs oordeel dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de zich in de door hem bestuurde auto bevindende passagier X door zijn toedoen zou overlijden en dat derhalve zijn opzet
Wederrechtelijke vrijheidsberoving van, ontucht met en doodslag op elfjarige jongen op de Brunssummerheide in 1998 (art. 282, 247 en 287 Sr) en verwerven en bezit kinderporno (art. 240b Sr). Schakelbewijs. 1. Bewijsklacht ontucht. 2. Bewijsklacht wederrechtelijke vrijheidsberovin
Motivering beslissing op vordering b.p. De opvatting dat t.a.v. de motivering van een op een vordering van een b.p. te nemen beslissing “aansluiting dient te worden gezocht” bij het motiveringsvoorschrift van art. 359.2 2e volzin Sv, is niet juist. Het ook in h.b. van toepassing
Profijtontneming. Het middel neemt als uitgangspunt dat o.g.v. ’s Hofs overwegingen de ontneming is gebaseerd op voordeel dat is verkregen uit feiten waarvoor betrokkene in de hoofdzaak is vrijgesproken. Dat uitgangspunt berust echter op een verkeerde lezing van de uitspraak en ’
Redelijke termijn. Herijking vuistregels m.b.t. redelijke termijn en vraag welk rechtsgevolg dient te worden verbonden aan overschrijding redelijke termijn zoals samengevat in ECLI:NL:HR:2008:BD2578? N.a.v. pleidooi AG voor aanpassing van de gehanteerde maatstaven, wijdt de HR aa
Witwassen: niet geloofwaardige verklaringen van verdachte over de herkomst van geldbedragen. Het Hof heeft geoordeeld dat de in de bewijsmiddelen vastgestelde f&o het vermoeden van witwassen rechtvaardigen en dat, gelet daarop, van verdachte mocht worden verlangd dat hij een verk
Art. 80a RO. HR wijst overzichtsarrest i.v.m. het op 1 juli 2012 in werking getreden art. 80a RO: de mogelijkheid om het beroep in cassatie n-o te verklaren. De HR geeft aan welke zaken zich daarvoor kunnen lenen en hoe de HR voornemens is met art. 80a RO procedureel gezien om te