Voorhanden hebben van nepvuurwapen, “pepperspray”-wapen en munitie in woning, art. 13.1 WWM en art. 26.1 WWM. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1169 en ECLI:NL:HR:1998:ZD1403, NJ 1999/152 m.b.t. het voorhanden hebben van een wapen of munitie. Gelet op hetgeen
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 6 EVRM
Genoemd in 24.629 uitspraken
24.629 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 15 · live
Diefstal in vereniging van een geldbedrag. 1. Niet redengevende verklaringen in bewijsmiddelen. 2. Bronvermelding in bewijsoverweging. 3. Toereikend gemotiveerde verwerping standpunt verdediging? Ad 1. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2012:BV3442, NJ 2012/204. Het Hof heeft ten onrechte on
1. Toestemming voor bloedonderzoek, art. 8.2.b. WVW 1994. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2005:AT3993. Hieruit volgt dat art. 359a Sv het toetsingskader vormt voor de gevolgen te verbinden aan het mogelijk onbevoegd vragen van toestemming voor bloedonderz
Art. 11.3 Opiumwet. Handelen “in de uitoefening van een beroep of bedrijf”. Mede met het oog op het strafverhogende effect van dit bestanddeel - verdrievoudiging strafmaximum op te leggen vrijheidsstraf - moeten aan de vaststelling daarvan bepaaldelijk eisen worden gesteld en die
‘In vereniging’ ex art. 141 Sr. Van ‘in vereniging’ plegen van geweld is sprake indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet gewelddadig hoeft te zijn (HR LJN BH9029). ’s Hofs oordeel dat verdach
Benadeelde partij. Art. 592a Sv. Het Hof heeft de b.p. n.o. verklaard in haar vordering en bepaald dat de b.p. haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. HR: Een dergelijke n.o.- verklaring brengt niet z.m. mee dat de b.p. zelf de kosten moet dragen. Als in
Art. 36f Sr. Schadevergoedingsmaatregel en draagkracht. Ex art. 36f.2 Sr kan de rechter de maatregel oplegen indien en vzv. verdachte jegens het s.o. naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. De draagkracht van verdachte spe
Art. 6 EVRM, ‘impartial tribunal’. De bestreden uitspraak is mede gewezen door een raadsheer die bij de behandeling van de zaak van de mededader door de Rb als OvJ is opgetreden. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter i.d.z.v. art. 6
Profijtontneming. 1. Middel over verwerping van bewijsuitsluitingsverweer faalt omdat a. 's hofs voordeelberekening steunt op bewijsmiddelen ten aanzien waarvan niet is aangevoerd dat zij onrechtmatig zouden zijn verkregen, b. het hof de in het verweer bedoelde gegevens slechts t
Art. 46(oud) Sr. Verdachte heeft een uitgebreide brief met informatie over het plegen van een gewapende overval op een geldtransportauto ontvangen van een gedetineerde, deze gelezen en 2 maanden in bezit gehouden in een winterjas die hij al die tijd niet meer heeft gedragen. Daar
Conclusie AG. Verwerping beroep op noodweer door hof. Proportionaliteitseis. ’s Hofs kennelijke oordeel dat zich bij de wijze waarop het verdedigingsmiddel is ingezet een te grote onbalans voordoet tussen de middelen die bij de aanranding zijn gebruikt (meermalen duwen en geven v
Gevangenisstraf van zeven jaren en zes maanden voor deelname aan de terroristische organisatie Islamitische Staat, voorbereidingshandelingen tot het plegen van een terroristisch misdrijf en een oorlogsmisdrijf. Uit het dossier blijkt dat verdachte op 24 oktober 2014 is uitgereisd
Medeplegen poging tot moord. Samenstel van medeplichtigheidsgedragingen. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:3474, ECLI:NL:HR:2015:718 en ECLI:NL:HR:2016:1316 m.b.t. gevallen waarin medeplegen niet bestaat in een gezamenlijke uitvoering. Hof heeft vastgesteld d
Strafmotiveringklacht, art. 359.6 Sv. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2016:2191. Het Hof heeft uitdrukkelijk doen blijken dat alleen een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf te dezen passend en geboden is en aldus in overeenstemming met art. 359.6 Sv i.h.b. de redenen opgegeven die de opge
1. Beroep op nietigheid inleidende dagvaarding mogelijk indien verdachte n-o wordt verklaard in het h.b.? Art. 422 en 416.2 Sv. 2. Beroep op overschrijding redelijke termijn na uitspraak Hof. Ad 1. Ex art. 422 Sv is het Hof slechts gehouden tot de beraadslaging a.b.i. art. 348 en
Bewijsklacht voorbereiding moord. Artt. 46, 287 en 289 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. het bestanddeel “voorbedachte raad” uit ECLI:NL:HR:2013:963, NJ 2014/156. De opvatting dat aan de bewezenverklaring van de voorbereiding van moord dezelfde (motiverings-)eisen moe
1. Tiende middel van verdachte. De door de bp-en gevorderde kosten voor rechtsbijstand. V.zv. het middel erover klaagt dat de toegewezen kosten deels zijn gemaakt t.b.v. bp-en die in hun vorderingen geheel of gedeeltelijk n-o zijn verklaard, miskent het middel dat die enkele omst
Economische zaak. Ontvankelijkheid OM. Dierenarts in hoedanigheid van toezichthouder namens de Voedsel en Waren Autoriteit. Gelet op hetgeen is aangevoerd, bestond voor n-o verklaring van het OM geen grond. ’s Hofs oordeel dat het daarop betrekking hebbende verweer moet worden ve
Brandstichting. Levensgevaar voor een ander. Art. 157 Sr. HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR LJN BG1653. De gebezigde bewijsmiddelen, waaruit kan worden afgeleid dat brand is gesticht in een woning in een complex van naast en boven elkaar gelegen woningen, op een tijdsti
Last onder dwangsom. Bestuurlijke boete. Cautie. Bewijslast. Documentatieverplichting.
Hofstad. 1. Art. 140 en art. 140a Sr. Deelneming aan een criminele c.q. terroristische organisatie. 2. “Openbaar gezag” a.b.i. art. 131 Sr en art. 132.1 Sr. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. het bestanddeel “deelneming” uit HR LJN BM4415. ’s Hofs oordeel dat de verd
Straftoemeting. LOVS-oriëntatiepunten, richtsnoeren Haarlemse rechtbank. Art. 7 EVRM en art. 15 IVBPR. Niet gezegd kan worden dat het Hof een zwaardere straf heeft opgelegd dan ten tijde van het begaan van het feit “van toepassing” was.
Belaging, art. 285b Sr. ’s Hofs oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk gelet op de indringendheid, de duur en de frequentie, de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden. De omstandigheid dat de berichten en brieven gestuurd werden naar de
Strafmotivering. Grondslag opleggen geldboete. Het Hof heeft in de strafmotivering met de enkele verwijzing naar de omstandigheid dat ‘de ovj niet in hoger beroep is gegaan tegen de afwijzing van de ontnemingsvordering in e.a. (nu verdachte in de strafzaak is vrijgesproken)’ en n
Vervolgingsuitlevering aan VS. Na algemene overwegingen met verwijzing naar HR LJN AE5288; NJ 2004, 42; NJ 2002, 244; NJ 2001, 618 en LJN AD4290 oordeelt de HR dat de enkele omstandigheden dat de OvJ in strijd met de wet - want voorafgaand aan een daartoe door de Rb te verlenen v