1. Ontoelaatbare beperking cassatieberoep. 2. Vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno door naaktfoto’s te maken van jeugdige modellen. Kennelijk jonger dan achttien jaar, art. 240b.1 Sr. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:CA1610 m.b.t. de mogelij
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 6 EVRM
Genoemd in 24.629 uitspraken
24.629 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 13 · live
1. Vordering b.p., 2. schadevergoedingsmaatregel en draagkracht, 3. inzendtermijn. Ad 1. Het oordeel van het Hof dat de vorderingen (gedeeltelijk) kunnen worden toegewezen is niet onbegrijpelijk en behoeft, in het licht van hetgeen namens de verdachte is aangevoerd, geen nadere
Geklaagd wordt dat de bewezenverklaring van beroeps- of bedrijfsmatig handelen a.b.i. art. 11.3 Ow i.c. ten onrechte is gekwalificeerd als “meermalen gepleegd”. Bij deze klacht over het ten onrechte toepassing geven aan art. 57 Sr mist vd een voldoende rechtens te respecteren bel
Art. 69.2 (oud) AWR. “bij de Belastingwet voorziene aangifte”. De opvatting van het middel “dat onder een aangifte wordt verstaan een op uitnodiging van de inspecteur gedane schriftelijke (elektronische) opgave door een burger of onderneming die belastingplichtig of inhoudingspli
Schuldheling. Relationele sfeer. ’s Hofs oordeel dat i.c. sprake is van schuldheling is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering, ook niet in het licht van de tussen verdachte en X bestaande relatie. Conclusie AG: anders.
Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. De aan het middel ten grondslag liggende opvatting dat, gelet op de artt. 7 en 8 EVRM, de resultaten van het onderzoek o.b.v. de op 01-02-2005 inwerkinggetreden Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden onrechtmatig zijn verkregen, is onjuist (vgl.
Inrijden op VVD-fractieleider en persvoorlichter. Bewijs voorbedachte raad. Voor bewezenverklaring van voorbedachte raad is vereist dat komt vast te staan dat het handelen van verdachte het gevolg is geweest van een tevoren door hem genomen besluit en dat verdachte tussen het nem
Oplegging levenslange gevangenisstraf voor medeplegen 3 moorden, medeplegen voorbereiding van moord (art. 289 Sr) en deelneming aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). 1. Levert oplegging levenslange gevangenisstraf, gelet op huidige tenuitvoerleggingspraktijk in Nederland, sc
Brandstichting in woning met dodelijke afloop, art. 157 Sr. Inzet undercoveragent op luchtplaats politiebureau tijdens pauze van regulier politieverhoor van kwetsbare verdachte a.b.i. art. 28b.1 Sv. Stelselmatig informatie inwinnen, art. 126j Sv. Is verklaring van verdachte in st
Conclusie AG. Moord op broer van kroongetuige in Marengo-proces. Enige middel verdachte betreft omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Vier middelen b.p's. Middel 1 klaagt over oordeel hof dat bp’s n-o zijn in hun vordering v.zv.
De rechtbank heeft beslist op onderzoekswensen met betrekking tot de EncroChat-data in de zaak 26Douglasville. De raadslieden hebben aan de onderzoekswensen ten grondslag gelegd dat stukken verstrekt moeten worden omdat hen – kort gezegd – de mogelijkheid moet worden geboden om o
Jeugdzaak. Seksueel binnendringen bij meisje onder 16 jaren door als 16-jarige verdachte in woning van medeverdachte in Amsterdam ontuchtige handelingen te plegen met 13-jarig meisje dat meerdere glazen whisky heeft gedronken, art. 245 Sr. Toepassing art. 80a of 81 RO na vrijspra
Medeplegen opruiing door in Haagse Schilderswijk posters te plakken met o.m. de tekst “Weg met de politie en de staat, leve de opstand”, art. 131.1 Sr en 10 EVRM. Uitleg van woorden “gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag”. Opvatting dat van opruien tot “gewelddadig optred
Medeplichtigheid aan gekwalificeerde doodslag, art. 287 en 288 Sr. Voor medeplichtigheid vereist opzet en eis van voldoende verband tussen beoogd en gepleegd delict in context van ripdeal. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BO4471 m.b.t. situatie waarin (voor
Kernroljurisprudentie. Art. 423.1 en 423.2 Sv, verzoek tot terugwijzing zaak naar de Rb. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1996:ZD0442 m.b.t. de vraag in welke gevallen een hof de zaak dient terug te wijzen naar de rechtbank. Vonnis in e.a. is bij verstek gewezen
Arbeidsrecht. Werkgeversaansprakelijkheid. Mesothelioom. Beroep op verjaring (art. 3:310 lid 2 BW) naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? HR 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5635, NJ 2000/430 (Van Hese/De Schelde). Betekenis van EHRM 11 maart 2014, nrs. 5
Vuurwerkbom opgehangen aan flitspaal die bij ontmanteling explodeert, waarna letsel ontstaat bij medewerkers Explosieven Opruimingsdienst en een politiemedewerker. 1. Causaal verband. 2. Opzet. 3. Maximumduur vervangende hechtenis schadevergoedingsmaatregel. Ad 1. Hof heeft toere
Antilliaanse zaak. Het in deze zaak van toepassing zijnde art. 385.3 Wetboek van Strafvordering van Curaçao (SvC) is gelijkluidend aan art. 342.2 Sv. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BM2452, welke ook gelden voor art. 385.3 SvC. V.zv. het middel betoogt d
1. Gebruik van een niet-redengevend onderdeel van de verklaring van verdachte als bewijs. Dit leidt niet tot cassatie omdat de bewezenverklaring, indien voormeld onderdeel van de verklaring van verdachte wordt weggedacht, z.m. toereikend is gemotiveerd. 2. Overschrijding inzendte
Art. 359.2, tweede volzin, Sv. Niet-aanvaarding u.o.s. t.a.v. betrouwbaarheid verklaringen getuigen. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 2006/393. In ’s Hofs overwegingen ligt als zijn oordeel besloten dat de getuigen de handelingen van verdachte waarover zij hebben verk
Art. 359.2 Sv, uos. Het standpunt van de raadsman omtrent het ontbreken van steunbewijs vindt in voldoende mate zijn weerlegging in de door het Hof gebezigde bewijsvoering. Art. 359.2 Sv noopte het Hof niet de bestreden uitspraak in dit opzicht nader te motiveren.
Profijtontneming. Art. 359.2 Sv (u.o.s.). Het pv t.t.z in h.b. houdt niet in dat de raadsman aldaar het woord heeft gevoerd overeenkomstig de pleitnota van mr. X en houdt evenmin in dat het Hof heeft ingestemd met het verzoek van de raadsman om die pleitnota “hier als herhaald en
“Feitelijkheid” in art. 246 Sr. Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat het slachtoffer a.g.v. “het onverhoeds binnenlopen van de woning van het slachtoffer” en “het doorgaan met de ontuchtige handelingen ondanks dat het slachtoffer (meermalen) zei dat hij daarmee niet moest doorg
Vrijwillige terugtred. Of gedragingen van verdachte toereikend zijn om de gevolgtrekking te wettigen dat het misdrijf niet is voltooid t.g.v. omstandigheden die van zijn wil onafhankelijk zijn, hangt – mede gelet op de aard van het misdrijf – af van de concrete omstandigheden van
Verkrachting van 16-jarig meisje (art. 242 (oud) Sr) na heimelijk toebrengen van GHB. 1. Schriftuur benadeelde partij. Kan b.p. zich met vordering tot vergoeding van immateriële schade in strafproces voegen zonder opgave van concreet bedrag? 2. Kon hof schadevergoedingsmaatregel