Strafprocesrecht. Antillenzaak. Schade als gevolg van uitgeoefend geweld door politieambtenaren. Exclusieve bevoegdheid strafrechter. Ontvankelijkheid. Schade die verdachte lijdt als gevolg van handelingen die zijn gepleegd met het oog op of in verband met de toepassing van een s
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 5 EVRM
Genoemd in 1.168 uitspraken
1.168 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Op formele gronden vernietigde machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg: Jeugdzorg niet schadeplichtig voor verblijf dat - achteraf bezien - zonder titel heeft plaatsgevonden.
BOPZ. Geen toewijzing mogelijk van verzoek tot verlening machtiging tot voortgezet verblijf dat is ingediend na het einde van de geldigheidsduur van de lopende machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling.
Afstand van rechtsbijstand. O.g.v. art. 6.3.c EVRM en art. 28.1 Sv is de verdachte bevoegd zich te laten bijstaan door een raadsman. In een aantal gevallen is toevoeging van een raadsman verplicht maar of een verdachte zichzelf ttz. wil verdedigen is zijn vrije keuze. Voor enkele
Levenslange gevangenisstraf (gvs) en art. 3 en 5.4 EVRM. Is zolang de wet niet voorziet in een periodieke rechterlijke toetsing van de tenuitvoerlegging (tul) van levenslange gvs, het opleggen daarvan niet toegestaan wegens strijd met 1 of meer waarborgen van het EVRM? Aan de EHR
Geschil tussen de Staat en Begaclaim over de (verklaring voor recht tot) aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad jegens Van den Nieuwenhuyzen c.s. door tegen hem in de HCS-zaak en RDM-zaak - voor valsheid in geschrifte en misbruik van voorwetenschap - strafvervolging in te stell
Hof verklaart verzoeker in verzoekschrift ex artikel 89 WvSv niet-ontvankelijk. Ook in artikel 89 heeft het begrip "zaak" de betekenis van "al datgene waarop het rechtsgeding betrekking had".
Bureau Jeugdzorg onrechtmatig gehandeld door minderjarige in een gesloten inrichting te plaatsen.
18 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C03/239HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE STAAT DER NEDERLANDEN, Ministerie van Justitie, zetelende te 's-Gravenhage, EISER tot cassatie, advocaat: mr. G. Snijders, t e g e n 1. [Verweerder 1], wonende te [woonplaats], 2.
Bewaring / politiecel. De tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring is aangevangen in een politiecel. Eiser is niet tijdig overgeplaatst naar een justitiële inrichting. Het niet meewerken aan het identiteits- en nationaliteitsonderzoek kan naar het oordeel van de rechtbank
Bewaring / staandehouding / redelijk vermoeden illegaal verblijf. Eiser wordt staande gehouden en overgebracht naar een plaats bestemd voor verhoor ter ophouding. Vervolgens wordt eiser uitgezet, zonder voorafgaande inbewaringstelling. Artikel 93 Vw 2000 voorziet in grondslag voo
-
Art. 35 Wet Bopz; toekenning van schadevergoeding naar billijkheid; immateriële schade; art. 6:106 BW.
Onrechtmatige daad overheid. Vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige rechtspraak en onrechtmatige vrijheidsbeneming. Beslissing op verzoek art. 89 Sv. Voorlopige hechtenis. Betekenis art. 6 lid 2 EVRM.
Onrechtmatige overheidsdaad. Inverzekeringstelling. Verhouding tussen art. 1401 BW (oud) en art. 89 e.v. Sv (oud). Staan art. 89 e.v. Sv (oud) in de weg aan voorziening bij de burgerlijke rechter op de voet van art. 1401 BW (oud)? Aanspraak op volledige vergoeding van schade ten