BOPZ. Machtiging tot voortzetting inbewaringstelling, art. 27 Wet Bopz. Geneeskundige verklaring; art. 21 en 29 lid 2 Wet Bopz en art. 5 lid 1 onder e EVRM. Onderzoek door een niet bij de behandeling betrokken psychiater (HR 26 september 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD4375, NJ 2008/60
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 5 EVRM
Genoemd in 1.168 uitspraken
1.168 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Constatering lange duur behandeling hoger beroep tegen bevel gevangenneming, geen consequenties.
Bopz. Recht op schadeloosstelling na overschrijding beslistermijn door rechter, art. 35 Wet Bopz, art. 5 lid 5 EVRM. Immaterieel nadeel als gevolg van onzekerheid over rechtmatigheid gedwongen verblijf in psychiatrisch ziekenhuis (HR 13 december 1996, ECLI:NL:HR1996:ZC2229, NJ 19
Cassatie in het belang der wet. Tekst noch strekking van art. 69.1 Sv beperken het recht van de verdachte opheffing van de voorlopige hechtenis (VH) te verzoeken. Voor een beperking tot gevallen waarin niet eerder h.b. tegen de toewijzing van de vordering gevangenhouding is inges
Verschoningsrecht. Art. 219 Sv. Casus: betrokkene is beschoten tijdens een schietincident en wordt als getuige gehoord bij de RC. De RC oordeelt dat betrokkene de vragen wie hem heeft beschoten en met wie hij t.t.v. het incident had afgesproken heeft geweigerd te beantwoorden. De
Bopz. Voorwaardelijke machtiging omgezet in voorlopige machtiging (art. 14d Wet Bopz). Procedure als bedoeld in art. 14e Wet Bopz. Naast invrijheidstelling tevens verzoek om rechterlijke beoordeling van rechtmatigheid vrijheidsbenemende maatregel. Verzuim op dat verzoek te beslis
Hof oordeelt dat de uitleveringsdetentie van de opgeëiste persoon onrechtmatig is. Volgens art. 40 van het Statuut kunnen vonnissen, door de rechter in het Koninkrijk gewezen en bevelen, door hem uitgevaardigd, in het gehele Koninkrijk ten uitvoer worden gelegd. Beslissing van 6
Art. 80a lid 1 RO. Jeugdrecht. Ondertoezichtstelling. Volgt uit beëindiging plaatsing in gesloten inrichting schadevergoedingsplicht voort uit art. 5 lid 5 EVRM? Stelplicht. Belang.
Dadelijke uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarde a.b.i. art. 14e. Sr. De opvatting dat uitsluitend de rechter in e.a. bevoegd is bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren is onjuist. Hof heeft de beslissing tot dadelijke uitvoerbaarheid toereikend gemotiveerd, nu in
BOPZ. Verzoek machtiging voortgezet verblijf; art. 15 Wet Bopz. Termijn voor beslissing rechtbank nadat op verzoek van betrokkene ingewonnen deskundigenbericht ter griffie is ingekomen; art. 5 lid 1 onder e EVRM. Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen afwijzing verzoek om sch
Oorlogsmisdrijven Rwanda. Levenslang. HR: 81.1 RO en ambtshalve: constatering overschrijding van de redelijke termijn.
Bopz. Verzoek voorlopige machtiging als bedoeld in art. 2 Wet Bopz en verzoek voortzetting inbewaringstelling op de voet van art. 27 Wet Bopz. Vrijheid rechter eerst het verzoek met de verste strekking te behandelen.
Uithuisplaatsing. Korte verlenging van de machtiging zonder de moeder te horen levert schending van het beginsel van hoor en wederhoor op. Schending van dat beginsel wordt in beginsel ondervangen door de behandeling in het hoger beroep (HR 26 maart 2004, LJN AO1991).
N-o verklaring ingestelde h.b. Verdachte heeft h.b. ingesteld tegen het vonnis van de Rb, waarbij het OM n-o werd verklaard in de strafvervolging. De aan het oordeel van het Hof ten grondslag liggende rechtsopvatting dat een verdachte in zijn h.b. n-o kan worden verklaard als hij
Bopz. Voorwaardelijke machtiging omgezet in voorlopige machtiging, art. 14d lid 1 Wet Bopz; toetsing ex nunc, vervulling voorwaarden; later verleend voorwaardelijk ontslag; grenzen rechtsstrijd.
Art. 81 RO. Bopz, machtiging tot voortgezet verblijf; voorwaardelijke machtiging, art. 14a en 14d Wet Bopz; overschrijding beslistermijn, art. 48 lid 1 Wet Bopz; deelbeschikking.
Veroordeling wegens verkrachting, feitelijke aanranding van de eerbaarheid en feitelijke aanranding van de eerbaarheid meermalen gepleegd. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie zedenmisdrijven gepleegd bij twee kwetsbare meisjes en een kwetsbare jong volwassen vrouw. Eén
Verdachte mist belang bij bespreking van het middel dat klaagt dat het Hof ten onrechte een bevel gevangenneming heeft gegeven omdat de Rb in haar vonnis het eerder gegeven, nadien geschorste bevel tot voorlopige hechtenis had opgeheven. Nu het andere voorgestelde middel geen doe
De raadsman heeft bij de verkeerde griffie hoger beroep willen instellen. Het hof verklaart de terbeschikkinggestelde toch ontvankelijk in zijn beroep.
Tweede toetsingsverzoek ISD-maatregel toch ontvankelijk als procedure bij de rechtbank en het gerechtshof bij het eerste verzoek tot tussentijdse toetsing lang heeft geduurd? Het hof heeft de rechtmatigheid van de maatregel bij de eerste tussentijdse toetsing ex nunc getoetst. Ho
Hof verklaart zich onbevoegd inzake vordering Openbaar Ministerie tot herstel tbs-verlengingsbeslissing wegens een door een niet bevoegd psychiater ondertekend verlengingsadvies
Familierecht. Machtiging jeugdige te plaatsen in inrichting voor gesloten jeugdzorg. Belang bij rechtsmiddel tegen tijdelijke maatregel waarvan geldingsduur is verstreken. In EHRM 7 juni 2011, no. 277/05 ziet HR aanleiding terug te komen op eerdere rechtspraak. Aangenomen moet wo
BOPZ Ondanks schending van vormvoorschriften bij gesloten kamerprogramma, in het kader van de Wet Bopz, geen toekenning van schadevergoeding. Ook geen ten onrechte gesloten kamerprogramma.
Schietpartij in een Rotterdams café. Levenslange gevangenisstraf voor o.m. medeplegen van moord, meermalen gepleegd. Afwijzing verzoek om nader onderzoek naar de verenigbaarheid van de levenslange gevangenisstraf met art. 3 EVRM. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR L
Schietpartij in een Rotterdams café. Levenslange gevangenisstraf voor o.m. medeplegen van moord, meermalen gepleegd. HR: art. 81 RO. Ambtshalve redelijke termijn: aangezien de aan verdachte opgelegde levenslange gevangenisstraf zich naar haar aard niet voor vermindering leent vol