Verzoek tot opheffing cq schorsing van de voorlopige hechtenis
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 5 EVRM
Genoemd in 1.168 uitspraken
1.168 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie plv. AG. Vordering tot cassatie in het belang der wet over de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis bij eindvonnis. In de vordering wordt nader ingegaan op het wettelijk kader, de noodzakelijke belangenafweging, hoorplicht en motiveringsplicht voor deze
Overheidsaansprakelijkheid. Begaclaim-zaak: aansprakelijkheid Staat voor strafvorderlijk optreden OM en politie. A-grond: onrechtmatigheid van meet af aan. Inverzekeringstelling minderjarige van 14 jaar. Artikelen 3 lid 1, 37 en 40 lid 1 IVRK en artikelen 3, 5 en 6 EVRM. Rechtmat
Overlevering. Prejudiciële vragen naar aanleiding van ECLI:EU:C:2016:385 (Bob-Dogi) over de uitleg van de uitdrukking ‘rechterlijke beslissing’ zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, Kaderbesluit 2002/584/JBZ.
Vordering cassatie in het belang der wet. De vordering snijdt diverse rechtsvragen aan op het gebied van de dadelijke uitvoerbaarheid van de tbs met voorwaarden die nog niet onherroepelijk is. Naar aanleiding van twee beslissingen van de penitentiaire kamer van het gerechtshof Ar
Faillissementsgijzeling ex art. 87 Fw (met contactbeperking) niet in strijd met artikelen 5, 6 en 8 EVRM;
Overheidsprivaatrecht. Procesrecht. Aansprakelijkheid Staat voor strafrechtelijk optreden. Art. 5 lid 1 en 3 EVRM en art. 37, aanhef en onder b en d, IVRK. Inverzekeringstelling minderjarige (art. 57 Sv). Betekenis beschikking ex art. 89 (oud) Sv voor civiele schadevergoedingspro
Wvggz. Machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel (art. 7:7 Wvggz) op andere naam dan machtiging crisismaatregel door burgemeester. Persoonsverwisseling.
Conclusie AG. 1. Afwijzing van verzoeken tot schorsing c.q. opheffing van de vh van verdachte in strijd met art. 5 EVRM? 2. Redelijke termijn in h.b. Ad 1. AG bespreekt dat een veroordeling in e.a. als grond voor voortzetting dan wel oplegging van de vh in h.b. (o.g.v. art. 75.1
Verdachte wordt vrijgesproken van het medeplegen van het voorbereiden van zware mishandeling met voorbedachten rade, deelneming aan een criminele organisatie, de handel in en het bezit van 15 kilogram cocaïne op 4 mei 2019, het bezit van een hoeveelheid MDMA op 10 juli 2019 en de
Overheidsprivaatrecht. Procesrecht. Aansprakelijkheid voor strafrechtelijk optreden. Inverzekeringstelling minderjarige. Toetsing aan o.m. de art. 5 EVRM en 3 en 37 IVRK. Betekenis Beijingsregels, Havanaregels en General Comments van het VN-Kinderrechtencomité. Inverzekeringstell
Conclusie AG. Beklag a.b.i. art. 552a Sv i.v.m. met art. 5.1.11 Sv gericht tegen kennisneming en gebruik van gegevens die n.a.v. Oekraïense rechtshulpverzoeken zijn gevorderd o.g.v. art. 126nd Sv in verbinding met art. 5.1.8 lid 1 Sv. Klachten over i. oordeel rechtbank dat geen s
Eiser is gedetineerd. Hij voert zijn eigen verdediging in een strafzaak en heeft daarnaast andere procedures lopen. Hij eist verwijdering, althans afschaling van de GVM-lijst. Daarnaast vordert hij schorsing van zijn voorlopige hechtenis, dan wel herplaatsing naar een afdeling va
Conclusie AG. Veroordeling voor o.a. poging tot diefstal met geweld en poging tot afpersing met geweld. Het eerste middel richt zich tegen het oordeel van het hof dat de goederen in kwestie aan een ander ‘toebehoren’. Het tweede middel klaagt over de motivering van het bevel tot
Conclusie AG. 1. Afwijzing van verzoeken tot schorsing c.q. opheffing van de vh van verdachte in strijd met art. 5 EVRM? 2. Redelijke termijn in h.b. Ad 1. AG bespreekt dat een veroordeling in e.a. als grond voor voortzetting dan wel oplegging van de vh in h.b. (o.g.v. art. 75.1
Verdachte wordt veroordeeld voor deelneming aan een criminele organisatie voor een periode van bijna twee maanden. De criminele organisatie hield zich bezig met het bewerken van en de handel in cocaïne. Verdachte wordt daarnaast veroordeeld voor het medeplegen van het bewerken va
Verdachte wordt vrijgesproken van het medeplegen van het voorbereiden van zware mishandeling met voorbedachten rade, deelneming aan een criminele organisatie, de handel in en het bezit van 15 kilogram cocaïne op 4 mei 2019 en 32,5 kilogram hasj op 10 mei 2019 en het witwassen van
Verdachte wordt vrijgesproken van het medeplegen van het voorbereiden van zware mishandeling met voorbedachten rade en deelneming aan een criminele organisatie. Verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van het bewerken van grote hoeveelheden cocaïne in de periode van 19 fe
Cassatie in het belang der wet. Faillissementsgijzeling (art. 87 Fw). In verzekerde bewaringstelling van bestuurder van gefailleerde vennootschappen (art. 87 Fw in verbinding met art. 106 Fw). Loopt wettelijke termijn van art. 87 lid 3 Fw door gedurende voorwaardelijke schorsing?
Na weigering om conform artikel 105 Fw inlichtingen te verstrekken aan de curator wordt een bestuurder van een gefailleerde vennootschap in verzekerde bewaring gesteld op de voet van het bepaalde in artikel 87 Fw. De bestuurder wordt op vrije voeten gesteld omdat hij niet binnen
Een 22-jarige man uit Bunschoten-Spakenburg die in maart van dit jaar in Amersfoort een agente in een wurggreep hield is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. De man is op een eerder moment gescho
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Last tot inbewaringstelling, art. 21 Wet Bopz. Psychiatrisch onderzoek voorafgaand aan de vrijheidsontneming of “immediately after the arrest” (EHRM 5 oktober 2000, zaak nr. 31365/96 (Varbanov), art. 5 EVRM). Betekenis. Onrechtmatige last in de
Na herhaalde inverzekeringstelling geen bewaring.
Tussenbeslissing op verzoek opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachten en afsplitsing van de "1993-zaken".
Promis. Strafzaak tegen vijf Somalische piraten. Ten laste is gelegd zeeroof ex artikel 381 van het Wetboek van Strafrecht. Verwerping van de verweren strekkende tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie. Nederland heeft in het Wetboek van Strafrecht universele recht