kort geding; executie schadevergoedingsmaatregel; gedaagde handelt niet onrechtmatig jegens eiser door tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis in het kader van een schadevergoedingsmaatregel over te gaan.
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 5 EVRM
Genoemd in 1.168 uitspraken
1.168 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
BOPZ. Machtiging tot voortgezet verblijf. Mondelinge behandeling aangehouden voor contra-expertise; hervatting en beslissing na ruim zes maanden. Strijd met art. 17 en 48 Wet Bopz en art. 5 lid 1, onder e, en lid 4 EVRM? Overschrijding van beslistermijn verrekenen met geldigheids
Oplegging Tbs-maatregel bij veroordeling t.z.v. art. 6 jo. 175 WVW 1994. Motiveringsplicht ex art. 359.7 Sv. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2013:BY8434: ingeval aan verdachte de maatregel van TBS met verpleging van overheidswege is opgelegd t.z.v. een misdrijf dat gericht is tegen of gev
onrechtmatige overheidsdaad door opleggen en/of ten uitvoer leggen tbs-maatregel? Onrechtmatige rechtspraak? Onrechtmatige detentie? Gesloten stelsel van rechtsmiddelen
Anti-piraterijmissie Somalië. Art. 5 EVRM. Artt. 105 en 110 UNCLOS. Verhouding tussen defensiebelang en strafvorderlijk belang. Geen willekeurige vrijheidsbeneming a.b.i. art. 5.1 aanh sub c EVRM gedurende de periode vanaf de arrestatie op zee door de Commandant Nederlandse Mari
Anti-piraterijmissie Somalië. Art. 5 EVRM. Artt. 105 en 110 UNCLOS. Verhouding tussen defensiebelang en strafvorderlijk belang. Geen willekeurige vrijheidsbeneming a.b.i. art. 5.1 aanh sub c EVRM gedurende de periode vanaf de arrestatie op zee door de Commandant Nederlandse Mari
Anti-piraterijmissie Somalië. Art. 5 EVRM. Artt. 105 en 110 UNCLOS. Verhouding tussen defensiebelang en strafvorderlijk belang. Geen willekeurige vrijheidsbeneming a.b.i. art. 5.1 aanh sub c EVRM gedurende de periode vanaf de arrestatie op zee door de Commandant Nederlandse Mari
Anti-piraterijmissie Somalië. Art. 5 EVRM. Artt. 105 en 110 UNCLOS. Verhouding tussen defensiebelang en strafvorderlijk belang. Geen willekeurige vrijheidsbeneming a.b.i. art. 5.1 aanh sub c EVRM gedurende de periode vanaf de arrestatie op zee door de Commandant Nederlandse Mari
Art. 80a lid 1 RO. BOPZ. Voorlopige machtiging alcoholverslaafde. Stoornis van de geestvermogens. Art. 1 lid 1 Wet Bopz.
Procesrecht. BOPZ. Plicht tot verstrekken afschrift proces-verbaal mondelinge behandeling (art. 290 lid 2 Rv).
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Last tot inbewaringstelling, art. 21 Wet Bopz. Psychiatrisch onderzoek voorafgaand aan de vrijheidsontneming of “immediately after the arrest” (EHRM 5 oktober 2000, zaak nr. 31365/96 (Varbanov), art. 5 EVRM). Betekenis. Onrechtmatige last in de
Malta, artikel 5 EVRM, Vo 604/2013, claimakkoord, detentie, valse documenten, rechtsmiddelen, bewaringsmaatregel, ECRI, European Commission against Racism and Intolerance, AIDA, Asylum Information database, ECRE, terugkeer, superintendent Immigration Officer, verboden immigrant,
Anti-piraterijmissie Somalië. Art. 5 EVRM. Artt. 105 en 110 UNCLOS. Verhouding tussen defensiebelang en strafvorderlijk belang. Geen willekeurige vrijheidsbeneming a.b.i. art. 5.1 aanh sub c EVRM gedurende de periode vanaf de arrestatie op zee door de Commandant Nederlandse Mari
Anti-piraterijmissie Somalië. Art. 5 EVRM. Artt. 105 en 110 UNCLOS. Verhouding tussen defensiebelang en strafvorderlijk belang. Geen willekeurige vrijheidsbeneming a.b.i. art. 5.1 aanh sub c EVRM gedurende de periode vanaf de arrestatie op zee door de Commandant Nederlandse Mari
Anti-piraterijmissie Somalië. Art. 5 EVRM. Artt. 105 en 110 UNCLOS. Verhouding tussen defensiebelang en strafvorderlijk belang. Geen willekeurige vrijheidsbeneming a.b.i. art. 5.1 aanh sub c EVRM gedurende de periode vanaf de arrestatie op zee door de Commandant Nederlandse Mari
Anti-piraterijmissie Somalië. Art. 5 EVRM. Artt. 105 en 110 UNCLOS. Verhouding tussen defensiebelang en strafvorderlijk belang. Geen willekeurige vrijheidsbeneming a.b.i. art. 5.1 aanh sub c EVRM gedurende de periode vanaf de arrestatie op zee door de Commandant Nederlandse Mari
Art. 81 lid 1 RO. BOPZ. Verzoek machtiging tot voortgezet verblijf; art. 15 Wet Bopz. Persoonlijkheidsstoornis. Alcoholverslaving. Gevaar.
Art. 80a lid 1 RO. BOPZ. Voorlopige machtiging (art. 2 Wet Bopz). Bereidheid om gehoord te worden, motivering, art. 8 Wet Bopz.
Afwijzing vordering verlenging TBS - Niet aannemelijk dat sprake is van gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens en evenmin dat TBS-gestelde een (pathologisch bepaald) recidivegevaar in zich bergt. Art. 509t, tweede lid, tweede volzin, Sv staat niet aa
Strafzaak tegen negen Somalische piraten. Ten laste is gelegd medeplegen van zeeroof ex artikel 381 van het Wetboek van Strafrecht en medeplegen van poging moord/poging doodslag c.q. daden van geweld tegen Nederlands marinepersoneel. Verhouding militaire taken en opsporingstaken
Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdzorg. Instemmingsverklaring gedragswetenschapper op grond van art. 29b lid 5 Wjz. Art. 5 lid 1, aanhef en onder d, EVRM en art. 12 IVRK. Eisen aan onderzoek gedragswetenschapper. Is gedragswetenschapper een deskundige
"Onrechtmatige rechtspraak en/of onrechtmatige detentie (art. 6 en 5 EVRM). Vraag of de veroordeelde ten onrechte tbs met dwangverpleging heeft ondergaan.
Wet Bopz. Verzoek nieuwe voorwaardelijke machtiging; geneeskundige verklaring afkomstig van psychiater die niet bij behandeling betrokken was? Art. 14c lid 5 Wet Bopz. HR 20 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY9228, NJ 2007/259; HR 16 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK0342, NJ 2009/518
Verlenging TBS. Uit de tekst, noch de strekking van de wet volgt dat de vraag of de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de terbeschikkingstelling eist uitsluitend mag worden beoordeeld op basis van (het recidiverisico gerelateerd aan)
Cassatie in het belang der wet. Artt. 37a, 37b, 38d en 38e Sr en art. 359 Sv. Verlenging terbeschikkingstelling (TBS). HR haalt de wetsgeschiedenis van art. 38e Sr en art. 359.7 Sv aan en citeert uit de uitspraak van het EHRM van 31 juli 2012, Van der Velden tegen Nederland, LJN: