Herziening na uitspraak EHRM. Medeplegen van gekwalificeerde zware mishandeling, medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en overtreding van de Opiumwet. Schending aanwezigheidsrecht van in Noorwegen gedetineerde verdachte, art. 6 EVRM. De aanvraag is gebaseerd op een n.
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 44 EVRM
Genoemd in 5 uitspraken
5 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie PG. Herziening vanwege de uitspraak in de zaak van Keskin tegen Nederland (EHRM 19 januari 2021, nr. 2205/16) en de daarin vastgestelde schending van het uit art. 6 EVRM voortvloeiende recht van de aanvrager om belastende getuigen te ondervragen. Omdat herziening noodza
Conclusie AG. Herziening. Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd en medeplegen poging tot oplichting, art. 326.1 Sr. Aanvraag is gebaseerd op de n.a.v. een klacht van aanvrager gedane uitspraak van EHRM (nr. 34507/16), waarin is vastgesteld dat het uit art. 6.3.d EVRM voor
Herziening in de zaak Vidgen. Gelet op EHRM LJN BX3071 (Vidgen tegen Nederland) en de op een Staat rustende verplichting tot het bieden van rechtsherstel indien het EHRM een schending van een verdragsregel heeft vastgesteld, verklaart de HR de aanvrage tot herziening gegrond.
Herzieningsaanvrage na EHRM-uitspraak ex art. 457.1.3° Sv. De aanvrage moet ex art. 458.2 Sv zijn ingediend binnen 3 maanden nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de uitspraak van het EHRM op grond waarvan de aanvrage is gedaan, de veroordeelde bek