OM-cassatie. Mensenhandel. Art. 273a (oud) Sr. 1. Misbruik. 2. Uitbuiting. Ad 1. De totstandkomingsgeschiedenis en rechtspraak (m.n. HR LJN AD5235) m.b.t. art. 250a (oud) Sr (welk artikel is geïncorporeerd in art. 273a (oud) Sr) en art. 250ter (oud) Sr hebben niet hun belang verl
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 4 EVRM
Genoemd in 36 uitspraken
36 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie AG. Opzettelijke en wederrechtelijke beschadiging van twee trams i.h.k.v. een demonstratie, art. 350 Sr. Post-Keskin. Eerste middel is gericht tegen de afwijzing van een (voorwaardelijk) getuigenverzoek. De AG meent dat de afwijzing van dit verzoek in de kern berust op
Veilig land van herkomst India. Eiser is werkzaam geweest bij de Congrespartij. In India werd hij bedreigd en aangevallen door leden van de Bharatiya Janata Party (BJP) waarop eiser zijn land heeft ontvlucht. Verweerder gelooft eisers werkzaamheden voor de Congrespartij, maar nie
OM-cassatie. Art. 273f.1 onder 3 Sr. Grondslagverlating. Mede gelet op de wetsgeschiedenis moet art. 273f.1 onder 3 Sr aldus worden uitgelegd dat het oogmerk van verdachte erop gericht moet zijn dat de betrokkene zich in een ander land dan waar deze is aangeworven, meegenomen of
OM-cassatie. Art. 273f.1 onder 3 Sr. Grondslagverlating. Mede gelet op de wetsgeschiedenis moet art. 273f.1 onder 3 Sr aldus worden uitgelegd dat het oogmerk van verdachte erop gericht moet zijn dat de betrokkene zich in een ander land dan waar deze is aangeworven, meegenomen of
Veilig land van herkomst India. Eiser is werkzaam geweest bij de Congrespartij. Ook nam hij deel aan boerenprotesten. In India werd hij bedreigd en aangevallen door leden van de Bharatiya Janata Party (BJP) waarop eiser zijn land heeft ontvlucht. Verweerder gelooft eisers werkzaa
-
Conclusie PG. Veroordeling wegens mensenhandel. Afwijzing door het hof van herhaalde verzoeken om de aangever ter zitting te horen. Tekort in het doorvoeren van een door het hof toegezegde compensatie voor het niet ter zitting horen van de gevraagde getuige. De PG stelt zich op h
Feiten: de belanghebbende is de echtgenoot van de belanghebbende in zaak 17/02574, waarin ik heden eveneens concludeer. De belanghebbende had in 2013 een belastbaar inkomen uit werk en woning ad € 42.108. Aan hem is een aanslag IB/PVV 2013 opgelegd die na verrekening van voorheff
Feiten: de belanghebbende had in 2013 geen arbeidsinkomen. Haar is een nihilaanslag IB/PVV 2013 opgelegd waarbij haar op grond van art. 8.9(2) Wet IB 2001 een algemene heffingskorting ad € 1.468 is uitbetaald in plaats van de maximale algemene heffingskorting ad € 2.001 die een p
Slagende bewijsklacht mensenhandel. Art. 273f Sr. De HR merkt op dat de opvatting dat van mensenhandel slechts sprake kan zijn als de bewezenverklaarde gedragingen een schending van art. 4 EVRM opleveren geen steun vindt in het recht. Conclusie AG: anders.
‘s Hofs oordeel dat de enkele omstandigheid dat verdachte te kennen heeft gegeven niet te willen werken zich niet verzet tegen het opleggen van een taakstraf in de vorm van een werkstraf geeft, mede tegen de achtergrond van de wetsgeschiedenis, geen blijk van een onjuiste rechtop
Art. 7 IVRK. Art. 8 lid 1 EVRM. Uit het aan deze bepalingen ten grondslag liggende algemeen persoonlijkheidsrecht vloeit het recht van een meerderjarig natuurlijk kind voort om te weten wie haar vader is. Afweging van de wederzijdse belangen.
De rechtbank veroordeelt een vrouw wegens medeplichtigheid aan mensenhandel van haar dochter, en het medeplegen van het profiteren van de verdiensten daarvan. Zij krijgt een gevangenisstraf van 2 jaar. Eerder werd haar medeverdachte, een 53-jarige man, door de rechtbank veroordee
De rechtbank veroordeelt een 53-jarige man voor zijn belangrijke rol in het prostitutiewerk en verkrachting van een 16-jarig meisje tot een gevangenisstraf van 48 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Ook moet hij schadevergoeding aan het slachtoffer betalen.
Eiseressen verbleven in hun jeugd tussen 1951-1979 in één of meer instellingen van de katholieke congregatie van de Zusters van de Goede Herder. Zij stellen dat zij daar dwangarbeid hebben verricht en schade hebben geleden, die zij van de Goede Herder vergoed willen hebben. De Go
Onderzoek Schipbeek. Medeplegen mensenhandel in de zin van seksuele uitbuiting van meerdere vrouwen, mensensmokkel en verwerking non-punishment beginsel.
Conclusie AG over mensenhandel (art. 273f Sr) en non-punisment/non-prosecutionbeginsel. De AG geeft de Hoge Raad in overweging het cassatieberoep te verwerpen en het verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen aan het EU-Hof van Justitie af te wijzen.
Ten onrechte urenuitbreiding tijdens reintegratietraject. Geen medisch advies gevraagd. Geen aanleiding voor schadevergoeding op grond dat appellant ten onrechte 16 uur in plaats van 12 uur per week heeft gewerkt.
De rechtbank Overijssel verlengt de maatregel van terbeschikkingstelling met een termijn van 1 jaar.
Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond omdat zij afkomstig is uit een veilig land van herkomst, in dit geval Mongolië. Aan de orde is de vraag of Mongolië in het algemeen als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt. De rechtbank dient da
Slagende bewijsklacht mensenhandel. Art. 273f Sr. De HR merkt op dat de opvatting dat van mensenhandel slechts sprake kan zijn als de bewezenverklaarde gedragingen een schending van art. 4 EVRM opleveren geen steun vindt in het recht. Conclusie AG: anders.
1. Belediging in vreemde taal. De opvatting dat de tll. de door verdachte gedane uitlating dient te vermelden in de taal waarin zij is gedaan vindt geen steun in het recht. ’s Hofs oordeel dat verdachte aan X en Y de Papiamentse woorden heeft toegevoegd die in de tll. en de bewez
OM-cassatie. Art. 273f.1 onder 3 Sr. Grondslagverlating. Mede gelet op de wetsgeschiedenis moet art. 273f.1 onder 3 Sr aldus worden uitgelegd dat het oogmerk van verdachte erop gericht moet zijn dat de betrokkene zich in een ander land dan waar deze is aangeworven, meegenomen of
Een aanbod om 32 uur per week als algemeen medewerker te worden aangesteld kan niet als een tegenprestatie naar vermogen worden aangemerkt. Uit de overeenkomst moet duidelijk blijken om welke tegenprestatie het gaat. Gelet op de bedoeling van de wetgever is met een aanbod van wer