HR: art. 81.1 RO en overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 2 EVRM
Genoemd in 257 uitspraken
257 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Veroordeling voor doodslag, poging tot doodslag meermalen gepleegd en wapenbezit. Verdachte heeft het slachtoffer (de bijrijder in een auto) van dichtbij beschoten. Het slachtoffer is aan zijn schotwonden overleden. Verdachte heeft vervolgens zijn pistool leeggeschoten op de wegr
De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de volgende feiten: medeplegen van het door beloften, het verschaffen van middelen en inlichtingen, en bedreiging opzettelijk uitlokken van moord; medeplegen van moord, meermalen gepleegd; medeplegen van pogi
Beklag ex art. 552a Sv. Verschoningsrecht. De Rechtbank heeft bij de beoordeling van het klaagschrift de maatstaven aangelegd die in de jurisprudentie van de Hoge Raad zijn ontwikkeld m.b.t. het verschoningsrecht (vgl. o.m. HR LJN BG5979). De Rechtbank heeft overeenkomstig die ma
Afwijzing voorlopige ondertoezichtstelling in verband met levensvatbaarheidsgrens van ongeboren vrucht.
OM niet ontvankelijk verklaard nu - naar het oordeel van het hof - aan de Gemeente Amsterdam, een openbaar lichaam i.d.z.v. hoofdstuk 7 Grondwet, strafrechtelijke immuniteit toekomt omdat het verlenen van toestemming om afvalstoffen (slops) terug te pompen in het schip de Probo K
1. Psychische overmacht. 2. Non-punishmentbeginsel. Ad 1. Het Hof heeft bij het gedane beroep op psychische overmacht als maatstaf gehanteerd of sprake is geweest van een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet behoefde te bied
Eiser is zowel verdachte als getuige in het Passageproces, heeft de status van bedreigde getuige en is opgenomen in een getuigenbeschermingsprogramma. Ter beoordeling ligt voor of gedaagde mogelijk in de toekomst, door op zijn website (een link naar) ongebalkte foto's van eiser t
De rechtbank te Zutphen heeft vandaag een politieman vrijgesproken van het opzettelijk schenden van zijn ambtsgeheim tijdens een telefoongesprek. De politieman is in maart 2008 buiten functie gesteld. Vaststaat dat de betrokken agent in februari 2008 het bewuste telefoongesprek h
Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie. Veronderstelde partijdigheid officier van justitie. Beroep op EHRM jurisprudentie inzake Ramsahai. Beginselen van behoorlijk procesrecht. Vernietiging vonnis en terugwijzing naar de rechtbank.
AC / Haiti / 3 EVRM De voorzieningenrechter is met verweerder van oordeel dat de aardbeving die voor verzoeker aanleiding is geweest om Haïti te verlaten geen omstandigheid is waartegen artikel 3 EVRM bescherming beoogt te bieden. De voorzieningenrechter kan zich vinden in de in
Tussenuitspraak Passage met betrekking tot gevoerde preliminaire (niet-ontvankelijkheids-) verweren, onderzoekswensen en/of voorlopige hechtenis.
Gedaagde weigert medewerking aan het vestigen van een opstalrecht voor het plaatsen van een zendmast. Hij had daartoe een overeenkomst gesloten, die hij niet meer wenst na te komen. Hij beroept zich ondermeer op artikel 2 EVRM, strijd met de wet, de goede zeden en de openbare ord
Herziening. Geuridentificatieproef. Bekentenis n.a.v. voorhouden resultaat geuridentificatieproef. De HR herhaalt de alg. beschouwingen uit HR BC9637 en BC8789 en de relevante overwegingen t.a.v. bewijsuitsluiting o.g.v. art. 359a Sv uit HR LJN AM2533. Aannemelijk is dat de Rb he
Beklag ex art. 13a Sv. bij Hoge Raad over niet-vervolging van oud-ministers Donner en Verdonk voor beweerdelijk gepleegde ambtsmisdrijven als bedoeld in art. 76 RO rond de Schipholbrand; ontvankelijkheid; regeling besluitvorming tot strafvervolging aangelegenheid van nationaal re
Uitlevering. Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Servië van 11 maart 1896 tot regeling der wederzijdsche uitlevering van misdadigers (hierna: Ovk.). 1. Uitlevering deels ontoelaatbaar. 2. Ontkennen van schuld. 3. Nog te ondergane straf en al onder
Voorwaardelijke geldboete van tweemaal € 50,00 met een proeftijd van 2 jaar voor overtreding van artikel 2 eerste lid van de Leerplichtwet 1969, twee keer gepleegd. De vraag, die in dit geding centraal staat is de vraag of De Ruimte voldoet aan de eisen, die aan scholen worden ge
Voorwaardelijke geldboete van € 100,00 met een proeftijd van 2 jaar voor overtreding van artikel 2 eerste lid van de Leerplichtwet 1969. De vraag, die in dit geding centraal staat is de vraag of De Ruimte voldoet aan de eisen, die aan scholen worden gesteld in de zin van de Leerp
Het hof gelast de officier van justitie bij de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank te Amsterdam een vordering te doen strekkende tot instelling van een gerechtelijk vooronderzoek tegen [politieambtenaar 1], [politieambtenaar 2], [politieam
Onrechtmatige overheidsdaad. Kort geding van bewoners van het appartementencomplex tegen de Staat over de vraag of de Staat jegens hen onrechtmatig heeft gehandeld door daarin een – ter uitvoering van beleid tot bewaking en beveiliging van bepaalde bedreigde personen aangekocht –
Onrechtmatige overheidsdaad. Kort geding tussen Koerdische die lid is (geweest) van de PKK en de Staat tot verbod haar aan Turkije uit te leveren wegens dreigende schending van art. 3 EVRM door aanwezigheid van een reëel gevaar van foltering bij gebreke van genoegzame garanties i
WSNP, tussentijdse beëindiging van toepassing van schuldsaneringsregeling op grond van art. 350 lid 3, aanhef en onder a, F.; schending door schuldenaren van informatieplicht (81 RO).
Overheidsaansprakelijkheid. Geschil tussen motorrijder en een gemeente over aansprakelijkheid van de gemeente als wegbeheerder voor schade als gevolg van ernstig ongeval na botsing tegen een vluchtheuvel op een voor openbaar verkeer openstaande weg in bebouwde kom (tunneltracé);
Mercatorpleinzaak. Verzoek tot bewilliging in het doen uitgaan van knvv. Vervolg op beschikking van 23 juni 2004 naar aanleiding van een klacht ex artikel 12 Sv. Hof bewilligt in het doen uitgaan van een knvv, nu het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter tot een andere b
Alleen t.a.v. een persoon die wordt verdacht van overtreding van art. 8 WVW 1994 kan de procedure strekkende tot een onderzoek van diens bloed worden toegepast, welke procedure aanvangt met het vragen van diens toestemming daartoe door een opsporingsambtenaar. Het hof heeft vastg