Vervolgingsuitlevering aan VS. Na algemene overwegingen met verwijzing naar HR LJN AE5288; NJ 2004, 42; NJ 2002, 244; NJ 2001, 618 en LJN AD4290 oordeelt de HR dat de enkele omstandigheden dat de OvJ in strijd met de wet - want voorafgaand aan een daartoe door de Rb te verlenen v
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 13 EVRM
Genoemd in 795 uitspraken
795 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Vervolgingsuitlevering aan Turkije van persoon verdacht van deelneming aan PKK en daarmee samenhangende terroristische activiteiten toelaatbaar. 1. Dubbele strafbaarheid en toepasselijkheid commuun strafrecht naast humanitair oorlogsrecht art. 3 Geneefse Conventies en art. 6 WIM.
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Rwandese nationaliteit) aan Rwanda t.z.v. o.a. genocide en misdrijven tegen menselijkheid. Rb heeft uitlevering ontoelaatbaar verklaard wegens risico dat opgeëiste persoon door uitlevering zal worden blootgesteld aan risico van flagrante
Discriminatieverbod. Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet. (on)gelijke behandeling van oudedagsvoorzieningen van werknemers resp. ondernemers? Feiten: de belanghebbende heeft bij het staken van zijn onderneming stakingswinst ad € 32.196 gemaakt. Na ondernemingsaftrek
Art. 26a Wet WOZ; art. 1 Eerste Protocol EVRM. Toepassing van de zogenoemde Fierensmarge, die de mogelijkheid tot betwisting van een bij WOZ-beschikking vastgestelde waarde beperkt, is onverenigbaar met art. 1 Eerste Protocol EVRM.
Antilliaanse vervolgingsuitlevering aan de V.S. OM-cassatie. Blijkens ’s Hofs overwegingen heeft het Hof bij zijn oordeel dat de verzochte uitlevering ontoelaatbaar moet worden verklaard mede tot uitgangspunt genomen dat de omstandigheid dat “de litigieuze bewijsmiddelen” “via ee
EU-VIS, Vo 604/2013, claimakkoord, bewijsmiddelen, indirecte bewijsmiddelen, Uitvoeringsverordening, EHRM, I.M. tegen Frankrijk, 2 februari 2012 (nr. 9152/09), HvJ EU, Shamso Abdullahi tegen Bundesasylamt (Oostenrijk) van 10 december 2013 (ECLI:NL:XX:2013:274), uitspraak van de A
Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. invoer van harddrugs (art. 10a.1.2 Opiumwet) en medeplegen gewoontewitwassen van geldbedragen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr). 1. Betekenis van EncroChat-uitspraak van HvJ EU voor toetsingskader dat is uiteengezet in HR:2023:913 over
Uitlevering aan Rwanda voor onder meer genocide, schending van gemeenschappelijk artikel 3 van de Geneefse Conventies en misdrijven tegen de menselijkheid. De rechtbank verklaart uitlevering aan Rwanda ontoelaatbaar. De rechtbank is van oordeel dat namens de opgeëiste persoon vol
Geen verbod op uitlevering aan Turkije van een persoon die wordt verdacht van een drugsdelict
Bij besluiten van 22 en 30 april 2014 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aan [appellante] toegekende voorschotten zorgtoeslag over de berekeningsjaren 2013 en 2014 op nihil vastgesteld.
Uitlevering van genocideverdachten naar Rwanda; eerlijk proces; inbreuk op familieleven; art. 2, 3, 6 en 8 EVRM; bijzondere hardheid
Dublin Malta – verwijzing naar het Hof van Justitie voor het stellen van prejudiciële vragen. De rechtbank stelt prejudiciële vragen over de reikwijdte en strekking van het interstatelijk vertrouwensbeginsel – de rechtbank verzoekt het Hof om uit te leggen of schendingen van gron
Personen en familierecht, jeugdbeschermingsrecht. Toelaatbaarheid niet toegelichte producties .Verzoek tot verlenging OTS in hoger beroep niet-ontvankelijk, omdat kinderrechter OTS niet heeft verlengd en de maatregel inmiddels is verlopen. Geen strijd met artt. 6, 8 en 13 EVRM.
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit) naar Marokko t.z.v. deelname aan criminele organisatie, internationale handel in verdovende middelen en omkoping. OM-cassatie tegen ontoelaatbaarverklaring uitlevering. Bevoegdheidstoedeling aan u
Bij onderscheiden besluiten van 11 november 2016 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hun opgedragen de Europese Unie binnen een termijn van 28 dage
Encrochat-verweren, mede in verband met het arrest van het HvJ van 30 april 2024 inzake Richtlijn 2014/41. Afwijzing verzoeken tot aanhouding/het horen van getuigen/het verrichten van nader onderzoek/het voegen van stukken. Verdachte wordt veroordeeld ter zake medeplegen van opze
Conclusie AG. Prejudiciële vragen rechtbank Noord-Nederland over onder meer de toepassing van het interstatelijke vertrouwensbeginsel. Gegevens vergaard via servers waar EncroChat en SkyECC gebruik van maakten. AG maakt algemene opmerkingen over de prejudiciële procedure in straf
Onderzoek Echinops. Veroordeling tot 13 jaar gevangenisstraf in verband met minimaal vier internationale transporten van grote hoeveelheden cocaïne, waaronder 1169 en 20 kilo cocaïne. Daarnaast het aanwezig hebben van hoeveelheden van 1000 en 50 kilo cocaïne en uitvoer van 188 ki
Overheidsprivaatrecht. Onrechtmatige overheidsdaad. Oplegging verkeersboetes o.g.v. Wahv. Boetes ten onrechte opgelegd omdat auto reeds vernietigd was. Boetes om die reden vernietigd door ovj in administratief beroep. Vraag of boeteoplegging onrechtmatig kan of moet worden geoord
Overheidsaansprakelijkheid. Is de Staat gehouden om vrouwelijke IS-uitreizigers en hun kinderen te repatriëren of zich daartoe in te spannen? Mensenrechten; rechtsmacht buiten grondgebied Staat; art. 1 EVRM, art. 2 IVBPR en art. 2 IVRK. Zorgvuldigheidsnorm; art. 6:162 BW; belange
In English: ECLI:NL:RBDHA:2020:1878. SyRI-wetgeving in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten voor de Mens De rechtbank heeft vandaag uitspraak gedaan in een zaak over het Systeem Risico Indicatie (SyRI). SyRI is een wettelijk instrument dat de overheid gebruikt voor de
Vervolgings-EAB Letland. Redelijke termijn - verweer verworpen. Detentieomstandigheden - verweer verworpen. Overlevering toegestaan.
Beslissing rechter-commissaris op onderzoekswensen in een aantal strafzaken waarin cryptodata-verweren betreffende het cryptodata platform ANOM zijn gevoerd. In de beslissing wordt door de rechter-commissaris een duidelijk beoordelingskader uiteengezet.
De zaak is een van de zaken die worden uitgeprocedeerd in een zogenoemde massaal-bezwaarprocedure. In die procedures is de vraag aan de orde of box 3 van de inkomstenbelasting (de vermogensrendementsheffing) in strijd is met art. 1 EP en/of art. 14 EVRM. De belastingplichtige in