Auteursrecht. Plaatsing uitsnede foto’s en hyperlinks naar foto’s op website (Geenstijl.nl) voorafgaand aan publicatie in Playboy. Inbreuk op auteursrecht? Voorwaarden citaatrecht (art. 15a Auteurswet, art. 5 lid 3 onder d Auteursrechtrichtlijn). Herkenbaarheid auteursrechtelijk
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Art. 10 EVRM
Genoemd in 2.046 uitspraken
2.046 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Belediging kroonprins en zijn echtgenote en beschadiging/onbruikbaarmaking kledingstukken omstanders door zakje met verf naar gouden koets te gooien. 1. Op de in art. 111 en 112 Sr strafbaar gestelde misdrijven zijn van toepassing de in Titel XVI van Boek II Sr onderscheiden wijz
Rechtspersonenrecht. Procesrecht. Boek 10 BW. Verzoek ex art. 2:20 lid 1 BW en art. 10:122 BW m.b.t. Nederlandse en buitenlandse Hells Angels-organisaties. Samenhangende zaken: 21/01164 en 21/01186.
Groepsbelediging, art. 137c.1 Sr. Toespraak PEGIDA-demonstratie. 1. Uitlating beledigend voor groep mensen wegens hun godsdienst? 2. Toegelaten beperking van vrijheid van meningsuiting a.b.i. art. 10.2 EVRM? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BJ9796 en E
Conclusie AG. Huisvredebreuk (art. 138 Sr). Demonstratierecht (art. 11 EVRM). 'Sit-in' bij pensioenfonds. Is verweer dat strekt tot ontslag van alle rechtsvervolging met beroep op demonstratierecht toereikend gemotiveerd verworpen? Conclusie strekt tot partiële vernietiging en to
De verdachte is veroordeeld tot 5 jaren en 6 maanden gevangenisstraf. De verdachte is veroordeeld wegens deelneming aan een criminele organisatie met onder meer een terroristisch oogmerk. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het op grote schaal met behulp van so
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Vrijheid van meningsuiting. Uitzending aflevering van tv-programma ‘Kassa’ onrechtmatig?
OM-cassatie. Valselijk opmaken KLM-pas door onderzoeksjournalist. Beveiliging Schiphol-Oost. Art. 10 EVRM. 1. ’s Hofs oordeel dat de onzorgvuldigheden bij het samenstellen van de televisie-uitzendingen en het uitvoeren van het daaraan ten grondslag liggende onderzoek van onvoldoe
De rechtbank verbiedt de gedaagden om beschuldigen te uiten over de eiser, onderzoek te (laten) doen naar het handelen van de eiser en publicaties over en persoonsgegevens van de eiser te publiceren of te verspreiden. Verder veroordeelt de rechtbank aan gedaagde 7 om een rectific
OM-cassatie. Vrijspraak verdachte (niet aangemerkt als politica) t.z.v. groepsbelediging door in toespraak tijdens demonstratie van PEGIDA in 2015 in Utrecht de woorden “een andere reden om Moslims te verachten en te haten is/om hun krankzinnige ideologie, want het is nooit een r
Ontslag werkneemster ROC wegens verstoorde arbeidsverhoudingen na publicatie boek over onderwijsvernieuwingen binnen ROC. Art. 10 EVRM. Vrijheid van meningsuiting. Causaal verband tussen uiting werkneemster en ontbindingsverzoek. Toetsingskader uitingen werknemer en sancties werk
Onrechtmatige tv-uitzending? Opnames met verborgen camera. Vordering tot afgifte van het volledige beeld- en geluidmateriaal; art. 843a Rv. Subsidiariteitsvereiste? Mogelijkheden tot vergaring van bewijs. Art. 10 EVRM, recht op vrije meningsuiting en vrije nieuwsgaring.
Gedaagde 1 heeft onrechtmatig gehandeld door in het openbaar uitlatingen over eiseres te doen die inbreuk maken op haar privacy en die hij bovendien op geen enkele manier kan waarmaken. Hem wordt verboden daarmee door te gaan. Daarnaast moeten alle drie de gedaagden stoppen met h
Onrechtmatige daad. Publicaties en uitlatingen gericht tegen optreden wethouder behoren tot politieke forum, waar in beginsel ruime uitingsvrijheid en (zeer) smalle beoordelingsmarge voor beperking vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM) binnen art. 6:162 BW. Uitlatingen gedaan
Tabakswet
Arbeidsrecht. Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst op de g-grond (art. 7:669 lid 3 sub g BW). Is sprake van inmenging in het recht op vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM) en de academische vrijheid? Begrip ‘inmenging’, chilling effect. Maatstaf causaal verband tussen e
Groepsbelediging homoseksuelen en joden in op YouTube geplaatste rap met bijbehorende videoclip die o.m. inhield de tekst “flikkers geef ik geen hand” en “ik haat die fucking joden nog meer dan de nazi’s”, art. 137c.1 Sr en 10 EVRM. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:
Klachtprocedure ex art. 13a RO. Klachten over een AG bij de HR wegens een door hem geschreven column in het Nederlands Juristenblad (NJB). 1. Ontvankelijkheid klacht. 2. Klacht ongegrond: gedraging van de AG kan i.c. niet worden aangemerkt als onbehoorlijk gedrag in de zin van ar
2 september 2005 Eerste Kamer Nr. C04/073HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. STICHTING OSTADE BLADE, gevestigd te Amsterdam, 2. [Eiser 2], wonende te [woonplaats], 3. [Eiser 3], wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysma
Onrechtmatige uitingen in de pers.
Auteursrecht. The Pirate Bay. Vervolg op HR 29 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1046. Bevel tegen internetproviders tot blokkering van IP-adressen en domeinnamen die toegang bieden tot websites The Pirate Bay waarmee inbreuk op auteursrecht wordt gemaakt (art. 26d Aw en art. 15e Wnr).
Conclusie AG. Terrorismeproces ‘Context’. Organisatie van personen die zich vanaf 2012 heeft geschaard achter de in Syrië te voeren gewapende jihadstrijd voor de stichting van een ‘kalifaat’. Oogmerk op onder meer opruien tot deelnemen aan de gewapende strijd, ronselen van Syriëg
Onrechtmatige daad. Grondrechten. Publicatie boek over bankafdeling met vermelding volledige naam medewerkers. Mogelijkheid werkgever om op te komen voor belangen werknemers; art. 7:611 BW. Botsing vrijheid van meningsuiting en recht op privacy. Verwijzing naar HR 18 januari 2008
In deze zaak, waarin het gaat over website-blocking: een rechterlijk bevel tegen Ziggo en XS4ALL tot blokkade van toegang van haar abonnees tot in dit geval een BitTorrent indexsite, The Pirate Bay (TPB), concludeert de A-G in het principale cassatieberoep vragen van uitleg te st
Verbod en ontbinding vereniging door rechter (art. 2:20 BW). Vrijheid van vereniging (art. 8 Gw en art. 11 EVRM). Vrijheid van meningsuiting (art. 7 Gw en art. 10 EVRM). Ontvankelijkheid in hoger beroep van door rechter ontbonden vereniging. Door wie wordt hoger beroep ingesteld?