Schepelingenvoorrecht. Concordantiebeginsel. Zeevarenden vorderen schadevergoeding omdat de werkgever niet heeft voldaan aan de uit de zee-arbeidsovereenkomsten voortvloeiende verplichting om zorg te dragen voor een (pre)pensioenvoorziening. Vallen deze vorderingen onder bereik v
Burgerlijk Wetboek
Art. 8:219 BW
Genoemd in 10 uitspraken · Officiële wettekst
10 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Brandstofleverantie aan zeeschip. OW Bunker. Eigenaar en manager van zeeschip vorderen verklaringen voor recht dat feitelijke leverancier niets van hen te vorderen heeft. Wie is contractspartij? Buitencontractuele vorderingen?
Vordering van zeevarenden tot schadevergoeding wegens het niet nakomen van de pensioentoezeggingen door de werkgever is bevoorrecht op de schepen waarop zij hebben gewerkt met voorrang boven hypotheek. Art. 8:211 aanhef en onder b BW, art. 8:219 BW.
Conservatoir beslag op zeeschip voor onbetaald gebleven bunkerleverantie aan tijdbevrachter. Opheffing beslag na stellen Rotterdams Garantieformulier door scheepseigenaar. Scheepseigenaar vordert teruggave van de garantie. Vordering bunkerleverancier niet verhaalbaar op het schip
Kort geding. Discussie over toepasselijk recht in maritieme kwestie. Gedaagde heeft beslag gelegd op het schip van eiser. Om het schip te kunnen laten uitvaren heeft eiser een garantie afgegeven. Vordering strekt tot teruggave van de gestelde zekerheid dmv het Rotterdams Garantie
Schepelingenvoorrecht. Concordantiebeginsel. Zeevarenden vorderen schadevergoeding omdat de werkgever niet heeft voldaan aan de uit de zee-arbeidsovereenkomsten voortvloeiende verplichting om zorg te dragen voor een (pre)pensioenvoorziening. Vallen deze vorderingen onder bereik v
Summary in English Seafarers’ claims for damages against their bankrupt employer - based on its failure to maintain adequate pension arrangements for them - may be recovered from the proceeds of the vessels they served on. The seafarers’ claims for damages take precedence over th
Cassatieberoep niet-ontvankelijk; overschrijding cassatietermijn van art. 402 lid 2 jo. 339 lid 2 Rv.
Voorrecht op zeeschip ex art. 8:211 sub b BW. Derdenverzet. Voorzieningenrechter bepaalt dat aan de dagvaarding ex art. 538 Rv. geen schorsende werking meer toekomt.
De schepeling had een voorrecht ex artikel 8:211 aanhef en sub b BW boven hypotheekhouders op de schepen (zie r.o. 4.1 t/m 4.5). De curator heeft i.v.m. de verkoop van die schepen door/t.b.v. hypotheekhouders art. 57 lid 3 Fw niet in acht genomen en heeft daarmee onzorgvuldig jeg