Vervolg op ECLI:NL:RBGEL:2019:5820. Aanvaring op de Waal. Aansprakelijkheid voor schade aan twee binnenschepen in verhouding tot het gewicht van de schuld van de bij de aanvaring betrokken schepen (artikel 8:1006 BW). Verletschade. Uitlating over de opbrengsten in de periode van
Burgerlijk Wetboek
Art. 8:1004 BW
Genoemd in 49 uitspraken · Officiële wettekst
49 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Leidingschade ontstaan bij werkzaamheden met een kraan vanaf een ponton, die aan de wal was aangemeerd. De regeling van de aanvaring is van toepassing, nu de schade is toegebracht door een schip op het water. Daarmee is de schade toegebracht "in de maritieme sfeer". Dat betekent
Rijnvaartzaak. Opeenvolgende aanvaringen op de Rijn bij Lobith. Tweede aanvaring niet het gevolg van eerste aanvaring. Geen overmacht, geen medeschuld. Berekening tijdverlet.
Renvooizaak. Schadevaring. Schuld van het schip (Casuele/De Toekomst). Geen overmacht/toeval.
Schadevaring duwcombinatie met meerpaal. Vordering gegrond op aansprakelijkheid eigenaar ex artikel 8:1005 en 1006 BW. Geen sprake van vereenzelviging van gedaagde en de eigenaren van de betrokken binnenschepen.
Aanvaring van twee schepen in de sluis te Lelystad. Bij de beoordeling van aansprakelijkheid strekt tot uitgangspunt het arrest HR 30 nov. 2001, S&S 2002, 35; NJ 2002, 143‘[naam vaartuig]’/‘[naam vaartuig]’. Bij de uitlegging van het begrip ‘schuld van het schip’ moet worden voor
-