Prejudiciële procedure. Beleggingsverzekeringen. Derde Levensrichtlijn en nationale uitwerkingen, zoals RIAV 1994 en RIAV 1998. Verhouding tussen sectorspecifieke informatieplichten en privaatrecht. Hebben levensverzekeraars, door te voldoen aan informatieplichten uit Derde Leven
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:975 BW
Genoemd in 19 uitspraken · Officiële wettekst
19 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Verbintenissenrecht. Aansprakelijkheid tussenpersoon/assurantieadviseur wegens schending zorgplicht bij advisering met betrekking tot waardeoverdracht pensioenkapitaal?
Procesrecht. Gezag van gewijsde. Art. 236 lid 1 Rv. Heeft de grondslag van de vordering in de onderhavige procedure betrekking op dezelfde geschilpunten als die waarover in een eerdere procedure bij kracht van gewijsde is beslist? Voorts motiveringsklacht tegen uitleg grief.
A-G Niessen heeft conclusie genomen betreffende de heffing ter zake van een uitkering uit een overeenkomst van levensverzekering die in 1995 premievrij was gemaakt. De belanghebbende sloot op 16 maart 1993 een overeenkomst waarbij een uitkering in 2013 werd verzekerd tegen premie
Verzekeringsrecht. Einddatum verzekering verstreken. Verzekering is een levensverzekering. De aard van de verzekering is niet gewijzigd. Verplichting tot verificatie identiteit begunstigde en vastleggen van daarbij gebruikte gegevens op grond van de Wwft. Door het weigeren mee te
Is een verzekering met een vaste som en aandeel winst een levensverzekering? De rechtbank oordeelt van wel. De Wwft is daarop van toepassing. Verzekeraar kan uitkering opschorten totdat zij heeft voldaan aan de identificatie- en verificatieverplichtingen van de Wwft. Verzekerde d
Aanwijzing begunstigde bij levensverzekering. Bij het vaststellen van de bedoeling van verzekeringnemer bij het aanwijzen van de begunstigde van een levensverzekering gaat het naast de schriftelijke mededeling daarvan aan de verzekeraar om verklaringen en gedragingen ten tijde va
Pensioenrecht, vervolg op HR 18 december 2020 (ECLI:NL:HR:2020:2099). Geschil tussen werkgever en pensioenverzekeraar over de uitleg van de uitvoeringsovereenkomst. Gesepareerd beleggingsdepot met winstdeling. Voorwaarden voor bijstortingsverplichting.
Faillissementsrecht. Verbintenissenrecht; onrechtmatige daad curator in hoedanigheid (art. 6:162 BW). Overdracht met toestemming van schuldenaar van tot de boedel behorende levensverzekering (art. 22a lid 2, tweede volzin, Fw). Verhouding tot de bij afkoop of wijziging begunstigi
Pensioenrecht; wijziging toeslagregeling door portefeuilleoverdracht; maatstaf PSW; ECN-arrest
Verzetprocedure. Gedaagden zijn met eiseres een overeenkomst aangegaan, waarbij eiseres zich, tegen een maandelijkse vergoeding, verplicht om bij overlijden onder andere de uitvaart te verzorgen. Gedaagden hebben de overeenkomst beëindigd en de betaalde vergoedingen als afkoopsom
Erfrecht. Uitleg van vervaltermijn in art. 4:216 BW. Peilmoment voor beoordeling gift (art. 7:188 BW) i.v.m. vermindering van uitkering (art. 4:120 lid 2 jo. art. 4:126 lid 2 sub b BW).
Algemeen vermogensrecht. Financieel toezichtrecht. Ondernemingsrecht. Pensioenrecht. Geschil inzake juridische fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon. Is fusie ongeldig? Bestaat grond voor treffen van voorzieningen als fusie niet ongedaan wordt gemaakt? Samenhang met 24/02595.
Algemeen vermogensrecht. Financieel toezichtrecht. Ondernemingsrecht. Pensioenrecht. Geschil inzake juridische fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon. Is fusie ongeldig? Bestaat grond voor treffen van voorzieningen als fusie niet ongedaan wordt gemaakt? Samenhang met 24/02593.
Verzekeringsrecht. Begrip levensverzekering. Verplichting begunstigde bij uitbetaling zijn identiteit te laten vaststellen (art. 3a Wwft). Schuldeisersverzuim.
Belanghebbende heeft op 1 november 1997 een levensverzekering afgesloten, die in 2002 premievrij is gemaakt. De levensverzekering voldoet op 31 december 2000 aan de voorwaarde van artikel I, onderdeel AL, lid 1, tweede volzin, letter a van de Invoeringswet IB 2001. De bepalingen
Pensioenrecht. Mag in uitvoeringsovereenkomst met pensioenverzekeraar bijbetalingsverplichting bij te lage dekkingsgraad worden overeengekomen? Uitleg uitvoeringsovereenkomst. Strijd met pensioen- (art. 23 en 25 Pensioenwet) en verzekeringsrecht? Eisen van redelijkheid en billijk
Faillissementsrecht. Verzekeringsrecht. Valt uitvaartverzekering in faillissementsboedel? Art. 20 en 22a Fw, hoogstpersoonlijk recht en art. 7:976 derde volzin BW.
Aftrek Belgische RSVZ-bijdrage. Voor aftrek van het element 'pensioen' dat is begrepen in de bijdragen is in beginsel vereist dat die bijdragen zijn gebaseerd op een (civielrechtelijke) overeenkomst tussen belanghebbende en een verzekeraar. Uit het verplicht-publiekrechtelijk kar