Pensioenrecht. Werkgever zegt uitvoeringsovereenkomst met ondernemingspensioenfonds op. Geschil over betalingsverplichtingen werkgever jegens pensioenfonds. Art. 23 en 25 lid 1, aanhef en onder h, Pensioenwet. Uitleg uitvoeringsovereenkomst; Haviltexmaatstaf. Opzegging duuroveree
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:920 BW
Genoemd in 26 uitspraken · Officiële wettekst
26 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Kort geding. De vorderingen tot nakoming van een postcontractueel non-concurrentiebeding zijn niet toewijsbaar. Grote kans dat in een (eventuele) bodemprocedure zal worden geoordeeld dat het postcontractueel non-concurrentiebeding nietig is, omdat niet is voldaan aan alle in art.
Toewijzing vorderingen in kort geding. Kwalificatie overeenkomst als franchiseovereenkomst. Nietigheid concurrentiebeding. Recht op leads.
Wijziging franchiseovereenkomst. Uitleg wijzigingsbeding en regeling collectieve opzegging. Vraag of beding onredelijk bezwarende karakter heeft en of het beroep op het wijzigingsbeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Kort geding. Vordering tot nakoming overeenkomst en schorsing non-concurrentie- en relatiebeding.
non-concurrentiebeding en relatiebeding uit hierziene franchiseovereenkomst worden geschorst. Door de wijzigingen die bij de herziening van het non-concurrentiebeding zijn doorgevoerd is de rechtspositie van de franchisenemers aanmerkelijke verslechterd. De franchisegever heeft h
Concurrentiebeding en relatiebeding in franchiseovereenkomst.
Overeenkomstenrecht. Opzegging duurovereenkomst (franchise); voldoet neutrale grond voor opzegging (wijziging distributiebeleid) aan voorbehouden reden dat in redelijkheid van franchisegever geen voortzetting kan worden verlangd?; additionele schadevergoeding ondanks inachtneming
Ondernemingsrecht. Beëindiging samenwerking in vof. Geen partiële verdeling van het vermogen van de vof. Heeft gedaagde concurrerende activiteiten verricht buiten de vof om?
Kort geding. Afwijzing vordering tot schorsen non-concurrentiebeding. Kort geding waarin aan de orde is: de vordering tot schorsing van een non-concurrentiebeding in een franchiseovereenkomst, de standstill-periode van de Wet franchise, de buitengerechtelijke vernietiging van de
Betaling geblokkeerde lidmaatschapsgelden door franchisegever in kort geding toegewezen. Vordering erkend. Beroep op opschortingsbevoegdheid: verrekening met boete en schade. Geen voldoende onderbouwing van beweerdelijke schadebrengende gebeurtenissen en verschuldigdheid van boet
beëindiging franchiseovereenkomst
Kort geding. Opheffing beslagen tegen zekerheidstelling. Vordering ontheffing non-concurrentieverbod en relatiebeding afgewezen.