Vermogensrecht. Ondernemingsrecht. Borgtocht en verjaring; art. 7:853 BW. Einde verjaringstermijn van vordering op niet meer bestaande rechtspersoon. Geldt verlengde termijn van art. 2:23c lid 2 BW jo. art. 3:320 BW slechts indien vereffening wordt heropend, of loopt verjaringste
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:868 BW
Genoemd in 8 uitspraken · Officiële wettekst
8 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Borgtocht. Verweermiddelen van de borg; vernietiging wegens dwaling geen verweermiddel borg zolang hoofdschuldenaar zich daarop niet heeft beroepen; verhouding art. 7:852 en 7:868 BW; redelijke termijn; rechtsgevolgen buitengerechtelijke verklaring; stelplicht- en bewijslastverde
Borgtocht. Geschil over de omvang van de vordering en over de vraag of de vordering tegen de failliete vennootschap en de vordering tegen de borg zijn verjaard. Stuiting door erkenning?
Tussenvonnis. De tussen partijen overeengekomen concerngarantie kwalificeert als een borgtochtovereenkomst in de zin van art. 7:850 BW. Gedaagde wordt niet gevolgd in haar (buitengerechtelijke) vernietiging van diverse bepalingen uit de concerngarantie en de algemene voorwaarden.
Faillissementsrecht. Vóór faillissement verstrekt pandrecht op onder meer bestaande vorderingen en op vorderingen die rechtstreeks worden verkregen uit reeds bestaande rechtsverhoudingen. Vorderingen tot ongedaanmaking of restitutie als gevolg van ontbinding of opzegging van een
Vermogensrecht. Ondernemingsrecht. Borgtocht en verjaring; art. 7:853 BW. Einde verjaringstermijn van vordering op niet meer bestaande rechtspersoon. Geldt verlengde termijn van art. 2:23c lid 2 BW jo. art. 3:320 BW slechts indien vereffening wordt heropend, of loopt verjaringste
Artikel 13b Wet Vpb 1969 (oud). Omzetting van een onvolwaardige regresvordering uit borgstelling in informeel kapitaal. Is regresvordering afgewaardeerd ten laste van de in Nederland belastbare winst?
Borgtocht. Verweermiddelen van de borg; vernietiging wegens dwaling geen verweermiddel borg zolang hoofdschuldenaar zich daarop niet heeft beroepen; verhouding art. 7:852 en 7:868 BW; redelijke termijn; rechtsgevolgen buitengerechtelijke verklaring; stelplicht- en bewijslastverde