zorgplicht bank jegens zakelijke borg
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:855 BW
Genoemd in 142 uitspraken · Officiële wettekst
142 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Borgtochtovereenkomst tussen eiseres en gedaagde. Er is geen afstand gedaan van enig vorderingsrecht, zodat de borgtochtovereenkomst met gedaagde niet teniet is gegaan. Ook beroep op vernietiging op grond van de artikelen 1:88 jo 1:89 BW slaagt niet, omdat eiseres te goeder trouw
Regres borg. Overlijden materiële procespartij. Procedure niet geschorst op grond van artikel 225 Rv. Zaak wordt voortgezet.
Borgtocht. Wie is partij bij de overeenkomst? Uitleg overeenkomst. Contractuele rente.
Uit deskundigenonderzoek van een handschriftdeskundige blijkt met voldoende zekerheid dat gedaagde zich borg heeft gesteld. Eiser heeft zorgplicht niet geschonden. Gedaagde moet borgsom aan eiser betalen.
Deze zaak gaat om de vraag of gedaagde partij als borg kan worden aangesproken door eisende partij. Omdat niet is gebleken dat voldaan is aan de eisen van artikel 7:855 BW, is de vordering van eisende partij op gedaagde niet opeisbaar (geworden). De kantonrechter zal om die reden
Kort geding. Niet-nakoming door een vennootschap van een koopovereenkomst en uitleg van een door een natuurlijk persoon daarvoor gesloten (zekerheids-) overeenkomst.
Verbintenissenrecht. Borgtocht. Opeisbaarheid borgsom. Stelplicht en bewijslast van de stelling dat partijen een opschortende voorwaarde zijn overeengekomen die verder strekt dan de niet betwiste voorwaarden en die de vordering tot nakoming blokkeert. Bevrijdend verweer? Wettelij
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Geschil over garantie (of borgtocht) in overeenkomst m.b.t. afname van hotelaccommodatie. Diverse klachten tegen het oordeel dat garantie kan worden ingeroepen.
Verbintenissenrecht. Verrekening voor faillissement.
Opheffing conservatoir beslag afgewezen. Geen sprake van strijd met art. 21 Rv. Beroep op 't ontbreken van een vorderingsrecht faalt. Overdracht van een bestaande vordering onder opschortende voorwaarde. Het geleverde vorderingsrecht heeft al goederenrechtelijke gevolgen.
Borgtocht. Staat schuldeisersverzuim in de weg aan het aanspreken van de borg? Artikel 7:855 BW. Is mededeling aan de borg vereist indien de schuldenaar is geraakt zonder dat ingebrekestelling is vereist?
Vordering in hoofdzaak uit overeenkomst van borgtocht (nakoming). Vordering in vrijwaring tegen assurantiemakelaar (onrechtmatige daad wegens tekortschieten in zorgplicht).
opzegging krediet door bank, waarna kredietnemende vennootschapfailleert en bank verhaal haalt op dga die zich jegens de bank hoofdelijk heeft verbonden
Borgtocht (art. 7:850 BW). Vraag of borgtochtovereenkomst op grond van art. 6:265 BW ontbonden kan worden. Wederkerige overeenkomst (art. 6:261 lid 1 BW)? Rechtsbetrekking die strekt tot wederzijds verrichten van prestaties (art. 6:261 lid 2 BW)? Schending zorgvuldigheidsverplich
borgtocht
normale uitoefening van het bedrijf als bedoeld in artikel 1:88 lid 5 BW
Overeenkomst van borgtocht. Duur van de overeenkomst. Beroep op verjaring verworpen. Beroep op artikel 1:88 BW verworpen. Artikel 7:857 BW
Borgtochtovereenkomsten. Echtgenote doet beroep op artikel 1:88 lid 1 jo. 1:89 BW. Sluiten van financieringsovereenkomsten ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf. 1:88 lid 5 BW. Terhandstelling algemene voorwaarden.
Geschil over borgtochtovereenkomst. Zorgplicht bank.
Uitwinnen borg-bestuurder die zeggenschap uitoefent via houdstermaatschappij.
Gedaagde is als borg gehouden tot betaling van de schuld van de gefailleerde vennootschap waarvan hij bestuurder was.
Bewijs gegrondheid van saldi van rekening-courant verhoudingen tussen werkgever en werknemer. Positie van borg; normale bedrijfsuitoefening; wettelijke rente. artikelen 1:88 en 89, 6:140, 7:852, 855 en 856 BW
Huurrecht; geldlening; ambtshalve aanvulling rechtsgronden (81 RO).
Eiseres grondt haar vordering op gestelde overeenkomsten van borgtocht. Gedaagde beroept zich onder meer op verjaring. Volgens eiseres is de verjaring gestuit. Eiseres moet bewijzen 1) dat de verjaring van de vorderingen tegen de hoofdschuldenaar tijdig is gestuit én 2) dat de ve