Borgtocht. Procesrecht. Vordering van bank jegens borgen wegens aan vennootschap verstrekte lening. Verweer dat hoofdschuldenaar heeft betaald; bewijslast. Schending van hoor en wederhoor.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:855 BW
Genoemd in 142 uitspraken · Officiële wettekst
142 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie van raadsheer advocaat-generaal De Bock over het verhalen van kosten door het UWV op een garantsteller in het geval dat een werkgever-eigenrisicodrager failliet is verklaard. De raadsheer advocaat-generaal stelt voorop dat voor verhaal op de garantsteller niet is vereis
Borgtochtovereenkomst. Verweermiddelen van de borg. Mocht de bank de kredietrelatie met de hoofdschuldenaar opzeggen wegens het niet verstrekken van financiële informatie aan de bank? Matiging rentevordering?
koopovereenkomst met fatale levertermijn en geen algemene voorwaarden van toepassing, te late en deels ondeugdelijke levering, geen (vertragings)schade komen vast te staan
Borg tot nakoming verplicht wegens verzuim hoofdschuldenaar ex art. artikel 6:83 aanhef en onder c BW. Geen onjuiste voorstelling van zaken bij overname lening. Beroep op balansgarantie afgewezen vanwege bekendheid met onjuistheid balans.
Faillissementsaanvraag; summierlijk blijken van steunvordering; motivering
Borgtocht. Procesrecht. Vordering van bank jegens borgen wegens aan vennootschap verstrekte lening. Verweer dat hoofdschuldenaar heeft betaald; bewijslast. Schending van hoor en wederhoor.
Belanghebbende heeft zich op 30 augustus 2007 borg gesteld ten behoeve van een aanmerkelijk-belangvennootschap (hierna: de BV). De borgstelling heeft betrekking op een door de bank aan de BV verstrekte schuld van € 150.000. Bij vonnis van 11 mei 2010 is de BV failliet verklaard.
Uitleg van overeenkomst van kredietverlening. Mede-ondertekening leidt niet tot hoofdelijke aansprakelijkheid. Uit de overeenkomst is af te leiden dat partijen de bedoeling hadden dat gedaagde borg zou zijn. Hoewel vordering gebaseerd is op hoofdelijke aansprakelijkheid is deze t
Borgstelling door bestuurder/indirect-aandeelhouder voor de schuld van een Duitse rechtspersoon ten behoeve van een Duitse bank. Toepasselijk recht. Artikel 1:88-89 BW. Toepassing van het bepaalde in artikel 1:88 lid 5 (uitzondering op het toestemmingvereiste) bij borgstelling vo
Opzegging kredietovereenkomst met onmiddellijke ingang door Rabobank. Bank spreekt borg aan. Zorgplicht bank in het kader van het aangaan van een borgstelling.
Tussenvonnis. Huurrecht, huurachterstand, garantstelling. Voorshands oordeel dat er sprake is van van oneerlijke bedingen buitengerechtelijke incassokosten, rente en huurprijswjiziging.
Rechtsmacht ontleend aan Brussel I-bis en relatieve competentie ontleend aan nationale ankergedaagderegeling. Het equivalent uit artikel 8 Brussel I-bis wordt niet toegepast nu alle gedaagden in één lidstaat wonen. Vervolg op ECLI:NL:RBAMS:2025:3310.
Zakelijke borgtocht. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat schuldeiser eerst pandrecht moet uitwinnen.
KG. Verstek. Vordering tot betaling bedrag wordt toegewezen. Positie van de borg.
Tussenvonnis. De garanties worden niet gekwalificeerd als borgtochtovereenkomsten, maar scheppen een (separate) hoofdelijke aansprakelijkheid aan de zijde van de garantsteller. Eisers worden toegelaten om bewijs te leveren ten aanzien van (onder meer) hun vorderingsgerechtigdheid
Veroordeling tot betaling op grond van borgtochtovereenkomst en rente, omdat de voorwaarden van de overeenkomst zijn ingetreden. Er is geen sprake van dwaling of onaanvaardbaarheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid
Regres borg. Overlijden materiële procespartij. Procedure niet geschorst op grond van artikel 225 Rv. Zaak wordt voortgezet.
Borgtocht. Wie is partij bij de overeenkomst? Uitleg overeenkomst. Contractuele rente.
Geldleningsovereenkomst. Borgtocht.
Borgtocht. Vordering tegen mede-borg toegewezen.
Eindvonnis na bewijslevering. Ontbindende voorwaarden bij borgtocht. Derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid. Oud dga's staan nog borg na de verkoop van hun bedrijf en zijn dus door het factoringsbedrijf aan te spreken voor gefalsificeerde facturen.
Vordering uit hoofde van borgtocht verjaard. Achterstelling staat niet in de weg aan opeisbaarheid geldlening.
Deze zaak gaat om de vraag of gedaagde partij als borg kan worden aangesproken door eisende partij. Omdat niet is gebleken dat voldaan is aan de eisen van artikel 7:855 BW, is de vordering van eisende partij op gedaagde niet opeisbaar (geworden). De kantonrechter zal om die reden
Art 7:857, 863 en 852 BW. Particuliere of zakelijke borg, bestuurder/aandeelhouder in vennootschap die onderneming drijft, maximum bedrag en beroep op verweermiddelen hoofdschuldenaar.