Vordering uit borgtocht jegens een bestuurder/enig aandeelhouder van een BV ter zake van onbetaalde vrachtpenningen. Gedaagde heeft een beroep gedaan op ontbreken toestemming echtgenote voor de borgstelling (artikel 1:88 BW) en een beroep gedaan op nietigheid van de borgstel
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:850 BW
Genoemd in 140 uitspraken · Officiële wettekst
140 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Manupassa beroept zich op vernietigbaarheid van de overeenkomst primair op grond van misbruik van omstandigheden en subsidiair op grond van dwaling in verband met een ongeoorloofd zwijgen van de bank. Meer subsidiair verzoekt Manupassa de rechtbank om op de voet van artikel 6:230
Geschil over borgstelling, betaling door de borg en regres op de hoofdelijk mede-aansprakelijk uit de onderliggende kredietovereenkomst.
Uitleg beïndiging overeenkomt; gevolgen daarvan.
Vermogensrecht. Geschil over borgtocht en vertegenwoordigingsbevoegdheid beherend vennoot v.o.f. (81 RO).
Vernietiging op grond van dwaling dan wel ontbinding van een rechtsbijstandovereenkomst, afgewezen
reikwijdte incassomachtiging
Ziekenhuis Rivierenland heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat bedaagde zich garant heeft gesteld voor de betaling van de geneeskundige behandelingen van betrokkene en dat hij, ondanks daartoe te zijn aangemaand, heeft nagelaten om de desbetreffende facturen te voldoen
Borgtocht.
De rechtbank is van oordeel dat art. 1:88 lid 1 onder c BW ook beoogt bescherming van de andere echtgenoot als de direct betrokkenen, de geldgever, de werkelijke geldnemer en de formese geldnemer desbewust hebben ingestemd met een constructie die materieel gelijk staat met een in
Zekerheidsrecht. Subrogatie borg in rechten van bank als schuldeiser/hypotheekhouder na uitwinning borgtocht?; toepasselijkheid van art. 1439 (oud) BW; overgangsrecht, strekking art. 220 Ow NBW.
Betaling kosten ziekenvervoer asielzoekers na faillissement van door VGZ ingeschakelde vervoersmakelaar (Zivoned). In dit hoger beroep gaat het om de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat VGZ verplicht is op grond van harerzijds gedane toezeggingen de nog niet door Z
Borgtocht; garantstelling door derde valt te kwalificeren als een overeenkomst van borgtocht; aan schuldeiser valt niet tegen te werpen dat zij zich pas tot de borg heeft gewend nadat de schuldenaar failliet was verklaard; gezien de omstandigheden is borg gehouden de schuld aan d
Vordering ingesteld tegen de bestuurders van een failliete vennootschap. Beklamelnorm: wisten de bestuurders of moesten zij begrijpen dat de vennootschap, toen de overeenkomsten waar het in deze zaken om gaat werden aangegaan, deze niet dan wel niet tijdig zou kunnen nakomen en d
-