Arbeidsrecht. Wet verplichte deelneming in bedrijfstakpensioenfonds. Art. 7:690 en 7:691 BW. Is voor uitzendovereenkomst een ‘allocatiefunctie’ vereist? Vereisten voor ‘toezicht en leiding’ van een derde als bedoeld in art. 7:690 BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:691 BW
Genoemd in 166 uitspraken · Officiële wettekst
166 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Art. 96 Wfsv en art. 5.4 Regeling Wfsv; kan uitzendbureau (sector 52) dat personeel hoofdzakelijk uitzendt naar bedrijven in de sector Gezondheid (sector 35) om die reden aanspraak maken op concernaansluiting en zodoende ook zelf in sector 35 terechtkomen?
Arbeidsrecht. Uitzendovereenkomst. Is uitzendbeding in cao inhoudende dat uitzendovereenkomst eindigt bij ziekte of arbeidsongeschiktheid rechtsgeldig? Strijd met opzegverbod tijdens ziekte of arbeidsongeschiktheid van art. 7:670 lid 1 BW? Strijd met wettelijke regeling van uitze
Arbeidsrecht. Concurrentiebeding. Belemmeringsverbod van art. 9a Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Voortzetting als zzp’er van werkzaamheden die eerst als gedetacheerd werknemer werden verricht. Uitleg art. 6 lid 2 Uitzendrichtlijn (2008/104/EG) in het lic
Art. 95 Wfsv; art. 7:690 BW. Sectorindeling werknemersverzekeringen. Uitzendbedrijf? Terbeschikkingstelling binnen concern. Toezicht door ter beschikking gesteld personeel.
Uitzendbeding. Is het cao-uitzendbeding dat in veel uitzendovereenkomsten is opgenomen rechtsgeldig, voor zover het leidt tot onmiddellijke beëindiging van de uitzendovereenkomst bij ziekte van de uitzendkracht? Strijd met art. 7:691 lid 2 BW? Strijd met het opzegverbod tijdens z
Arbeidsrecht. Is sprake van arbeidsovereenkomst(en)? Volgens ‘werkgever’ geëindigde uitzendovereenkomst. Strekking van art. 7:690 BW (HR 4 november 2016; ECLI:NL:HR:2016:2356). Is sprake geweest van opvolgend werkgeverschap (art. 7:667 lid 5 en art. 7:668a lid 2 (oud) BW)?
Aanvraag van werknemer om een ZW-uitkering is door het Uwv terecht afgewezen. Het Uwv heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat een uitzendbeding ontbrak en – uitgaande van de toepasselijkheid van de ABU-CAO – kon bij zijn besluitvorming uitgaan van een door appellante met
Uitzend-CAO van toepassing? Allocatiefunctie geldt als vereiste bij de vraag of sprake is van een uitzendovereenkomst. Intra concernuitzending? Instructiebevoegdheid.
Valt Lotra, een uitzendbureau, onder de werkingssfeer van de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het beroepsvervoer over de weg (of van de Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten)? Hiaat in het Besluit van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 jun
Arbeidsrecht. Platformwerk. Waren de schoonmakers bij het (inmiddels failliet verklaarde) platform Helpling werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst of uitzendovereenkomst met Helpling, of op basis van een arbeidsovereenkomst met de huishoudens? Kan een particulier huishoude
Arbeidsrecht. Wet verplichte deelneming in bedrijfstakpensioenfonds. Art. 7:690 en 7:691 BW. Is voor uitzendovereenkomst een ‘allocatiefunctie’ vereist? Vereisten voor ‘toezicht en leiding’ van een derde als bedoeld in art. 7:690 BW.
De Fondsen vorderen a. een verklaring voor recht dat [X.] (een uitzendonderneming) onder de werkingssfeer valt van het besluit tot verplichte deelneming in het pensioenfonds Metaal en Techniek en van de diverse algemeen verbindend verklaarde bepalingen van CAO's, b. veroordeling
Gelijke of gelijkwaardige functie in de zin van Artikel 8 Waadi (oud). Beloningscomponenten inlenersbeloning. Geen ambtshalve toepassing CAO voor uitzendkrachten.
Arbeidsrecht. Verbintenissenrecht. Gelijke behandeling uitzendkrachten en werknemers. Begrip 'loon' in art. 8 lid 1 (oud) Waadi en art. 5 Richtlijn 2008/104/EG (Uitzendrichtlijn). Hoge Raad doet zelf af.
Uitzendkracht heeft geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met inlener na aaneengesloten inleenperiode van ongeveer 13 jaar. Uitzendrichtlijn. Geen misbruik. Bepalen maximale termijn inlening en sancties is een taak voor de wetgever.
Is het uitzendbeding in de uitzendovereenkomst vernietigbaar wegens strijd met het opzegverbod tijdens ziekte?
Gedifferentieerde werkgeverspremie werkhervattingskas 2018; uitzendcontract met uitzendbeding; voor welke periode geldt de no-riskbepaling (art. 29b ZW) die werkgevers beschermt bij ziekte-uitval van werknemers met hoger ziekterisico als de referentieperiode wordt onderbroken, wa
Een uitzendbeding of een bepaling in de cao is niet rechtsgeldig voor zover daarin is bepaald dat de uitzendovereenkomst eindigt doordat werknemer de bedongen arbeid als gevolg van arbeidsongeschiktheid niet langer kan verrichten. Sprake van opzegverbod.
Uitzendovereenkomst. Beroep op uitzendbeding tijdens ziekte rechtsgeldig, want inlener geeft te kennen de opdracht te eindigen. Einde van rechtswege. Artikel 7:691 lid 2 BW.
Arbeidsrecht. Ketenregeling, art. 7:668a (oud) BW. Drie elkaar opvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten zijn gevolgd door een aansluitende tijdelijke uitzendovereenkomst bij payrolbedrijf, met ongewijzigde voortzetting van de werkzaamheden voor de oorspronkelijke werkgever. Is
Arbeidsrecht. Bedrog door werknemer bij sluiten arbeidsovereenkomst. Mogelijkheid tot vernietiging arbeidsovereenkomst op grond van art. 3:44 BW. Buitengerechtelijke vernietiging (art. 3:50 lid 1 BW). Verhouding tot wettelijk stelsel van ontslagrecht. Mogelijkheid werking van ver
Uitzendovereenkomst. Art. 7:690 BW. Verplichtstellingsbesluit van 19 december 2003 (Stcrt. 2003 nr. 251). Payrollonderneming premieplichting jegens Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP) indien terbeschikkingstelling van werknemers niet rechtstreeks aan inlener,
Premiesectorindeling van een payrollbedrijf dat geen allocatiefunctie op de arbeidsmarkt vervult maar juist zoveel mogelijk al bestaande arbeidscontracten van haar opdrachtgevers overneemt; Sector 52 (Uitzendbedrijven) of Sector 45 (Zakelijke dienstverlening III)? Of een tertium?
Belanghebbendes bezwaar tegen de beschikking tot herindeling van de voor belanghebbende geldende sectorindeling premieheffing werknemersverzekeringen is ten onrechte niet ontvankelijk verklaard, ook voor zover het bezwaar betrekking heeft op de jaren 2002 tot en met 2005. De insp