Een werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer, die, aldus de werkgever, tijdens werktijd via internet en met gebruikmaking van faciliteiten van de de werkgever, heeft gehandeld in gestolen digitale camera's. De werknemer ontkent dat de betreffende
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:685 BW
Genoemd in 1.481 uitspraken · Officiële wettekst
1.481 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen. De kantonrechter acht de vergoeding ad € 3.288,-- bruto die verzoekster ter zitting aan verweerster heeft aangeboden redelijk, maar gaat er daarbij wel vanuit dat verweerster in aanmerking komt voor het wachtgeld a
Een werkgeefster verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een van haar werknemers, omdat deze zich niet aan de voor de dienstbetrekking geldende regels zou houden en onvoldoende commercieel inzicht heeft om zijn functie te kunnen uitoefenen. De werknemer voert o.a. aan
Werknemer verzoekt de arbeidsovereenkomst onvoorwaardelijk te ontbinden. Werkgever stelt dat er geen arbeidsovereenkomst meer bestaat. De kantonrechter neemt voorshands aan dat de arbeidsovereenkomst nog steeds voortduurt en ontbindt deze voorwaardelijk, namelijk voor het geval d
kantonzaak, ontbinding arbeidsovereenkomst. Tweede ontbindingsverzoek van werkgever op vrijwel dezelfde gronden als het eerste, afgewezen verzoek. Aanvullende stelling dat collega's niet met betrokken werknemer willen samenwerken is onvoldoende aannemelijk. Niettemin ontbinding o
zoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische omstandigheden. Strijd met het anciënniteitsbeginsel. Damesmodezaak vraagt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met één van haar werkneemsters op grond van de penibele financiële situatie, zodat zij ook vra
kantonzaak, ontbinding arbeidsovereenkomst omdat werkgeefster zich terecht beroept op onvoldoende vertrouwen in voortgezette samenwerking, nadat werknemer had laten weten dat hij op termijn een eigen bedrijf in dezelfde branche wilde beginnen.
Uit de stellingen van eiser volgt dat hij Alewijnse verwijt dat zij met de op non-actiefstelling, zich niet als een goed werkgeefster heeft gedragen, in de zin van artikel 7:611 BW. De daarin besloten billijkheidstoets is dezelfde als die in artikel 7:685 BW. Op grond van de hier
23 januari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/023HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [verzoeker], wonende te [woonplaats], België, VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. B.D.W. Martens, t e g e n PHILIPS LIGHTNING B.V., gevestigd te Eindhoven, VERWEERSTER in
7:685 BW: vergoeding met correctiefactor c>1. Commercieel manager te snel aan de kant gezet door werkgever, hetgeen een hoge correctiefactor rechtvaardigt.
-
-
-
-