Dubbele (?) switch toelaatbaar, in vervolg op o.m. HR 07-10-1994 LJN:ZC1476 en Rb. Almelo 17-10-2006 LJN BA2430 en afwijzing kennelijk onredelijke opzegging
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:681 BW
Genoemd in 1.921 uitspraken · Officiële wettekst
1.921 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 29 · live
Voortzetting van tussenarrest van 1 februari 2011, LJN BU5341; schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.
Kennelijk onredelijke opzegging art. 7:681 BW/gefixeerde schadevergoeding 7:680 BW
Kennelijk onredelijk ontslag statutair directeur. Begroting schadevergoeding.
Het enkele feit dat geen ontslagvergoeding is toegekend maakt het ontslag niet kennelijk onredelijk.
Vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag. Gevolgencriterium. Stuiting van de verjaringstermijn van artikel 7:683 BW door instelling van een nieuwe vordering binnen zes maanden nadat de eerste vordering niet tot toewijzing heeft geleid (artikel 3:316 lid 2 BW) ."Piercing the
Kennelijk onredelijk ontslag-zaak. Beroep op (door werknemer gestelde) terugkeergarantie afgewezen omdat werkgever feitelijk niet in staat was daaraan uitvoering te geven. Werknemer niet ten onrechte boventallig verklaard. Heropening debat over de vraag of ontslag kennelijk onred
Kennelijk onredelijk ontslag. Hof passeert met kantonrechter "Habe nichts" verweer en kent € 7.500,-- voor tenminste op zijn plaats zijnde begeleiding voor een nieuwe baan. Eiser voor immateriële schadevergoeding.
Kennelijk onredelijk ontslag. Onregelmatig ontslag. Sociaal Plan
Voortzetting tussenuitspraak van 22 december 2009, LJN BT1830 Geen kennelijk onredelijk ontslag. Aangeboden functie passend.
Kennelijke onredelijk ontslag
Kennelijk onredelijk ontslagzaak. De financiële gevolgen van het ontslag voor de werknemer zijn aanzienlijk, maar die maken het ontslag, mede gelet op de door werkgever aangeboden voorzieningen en vergoeding, niet kennelijk onredelijk.
Kennelijk onredelijk ontslag. Valse reden voor ontslag en gevolgencriterium. Berekening van de toe te kennen schadevergoeding: geen volledige schadevergoeding.
Geen kennelijk onredelijk ontslag WSW-werknemer na bedreiging arbo-arts en weigering passende functie.
Berusting. Werknemer heeft berust door na ontvangst (via zijn advocaat) van de uitspraak van de kantonrechter een brief te sturen aan de werkgever waarin hij verklaart: Ik deel u hierbij mede dat ik af zie van een hoger beroep, want het is een beroep tegen het besluit ‘is de rech
Kopje: kennelijk onredelijk ontslag; schadeberekening .
Arbeidszaak. Vordering schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk. Het gestelde bestaan van een valse reden wordt niet onderschreven. Situatie van werknemer is weliswaar weinig florissant maar niet zodanig bijzonder dat in gunstige zin zou moeten worden afgeweken van het met de
Eiser vordert van gedaagde, zijn oud-werkgever, schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. Eiser is, na een lange en goede staat van dienst, arbeidsongeschikt geraakt wegens psychische omstandigheden. Reïntegratie binnen en buiten het bedrijf van gedaagde is niet geluk
Vordering verklaring voor recht dat opzegging kennelijk onredelijk is. Geen belang. De door de werkgever toegekende vergoeding is nagenoeg gelijk aan de door de werknemer gevorderde schadevergoeding.
Kennelijk onredelijk ontslag
Gewezen werkneemster vordert schadevergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag. Door de moedervennootschap was zij als cateringmedewerkster tewerk gesteld bij de vestiging van enkele werkmaatschappijen. Deze verplaatsten hun bedrijfsactiviteiten op bedrijfseconomische gr
Kennelijk onredelijk ontslag. Gevolgencriterium. Begroting schade na de arresten van de Hoge Raad van 27 november 2009 (NJ 2010/493) en 12 februari 2010 (NJ 2010/494).
Kennelijk onredelijk ontslag bij beëindiging bedrijfsvoering
Arbeidszaak: Gegeven ontslag kennelijk onredelijk. Van de werkgever had verwacht mogen worden dat zij enig "flankerend beleid" had getroffen ter verzachting van de schadelijke gevolgen van het ontslag. Bij het oordeel dat het onderhavige ontslag kennelijk onredelijk is, betrekt
kennelijk onredelijk ontslag; vaststellingsovereenkomst; arbeidsongeschiktheid; inkomenspositie werknemer bij voortduren arbeidsovereenkomst niet wezenlijk anders dan na het gegeven ontslag omdat termijn van 104 weken van artikel 7:629 BW was verstreken.