Arbeidsgeschil over de eenzijdige opzegging door werkgever van arbeidsovereenkomst (81 RO).
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:680 BW
Genoemd in 243 uitspraken · Officiële wettekst
243 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Ontslag op staande voet van drie werknemers, omdat zij tijdens hun dienstverband informatie aan derden zouden hebben verstrekt en met een derde in onderhandeling zouden zijn getreden om een met de onderneming van de werkgever concurrerend bedrijf op te zetten. Werknemers zijn doo
Arbeidsrecht. Vordering werknemer in verband met niet opgenomen vakantiedagen. De werkgever dient zijn betwisting van het door de werknemer gestelde tegoed aan vakantiedagen in beginsel te onderbouwen aan de hand van administratieve gegevens met betrekking tot genoten vakantiedag
Nu More de arbeidsovereenkomst op 15 september 2003 met onmiddellijke ingang heeft opgezegd zonder inachtneming van enige opzegtermijn en derhalve tegen een eerdere dag dan die tussen de partijen hiervoor gold, was de opzegging onregelmatig en is More op grond van artikel 7:677 l
[X.] (wn) is door [Y.] op staande voet ontslagen wegens werkweigering aangezien hij zonder reden of afmelding van-af 29 januari niet meer op het werk is verschenen. [X.] heeft [Y.] gedagvaard voor de kantonrechter en een ge-fixeerde schadevergoeding gevorderd met nevenvorderingen
kantonzaak, arbeidsrecht. Ex-werkgeefster vordert (gefixeerde) schadevergoeding van ex-werknemer die voortijdig is vertrokken. Procesrecht: is kantonrechter relatief bevoegd? Materieel: enkele stelling van werkgeefster dat er geen sprake was van voortijdige beëindiging met wederz
Een concurrentiebeding is slechts geldig indien dit beding schriftelijk is overeengekomen. De vordering in kort geding tot nakoming van een concurrentiebeding wordt afgewezen, nu niet aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:653 BW is voldaan en de kantonrechter niet aanne
-
Geen ruimte voor extensieve uitleg van art. 16.3 WW. Ontbinding arbeidsovk. per 1-2-1999 onder toekenning van een vergoeding. Verweerder heeft een fictieve opzegtermijn vastgesteld van 2-2-1999 tot 1-4-1999. Rb.: In de tekst van art. 16.3 WW kan slechts een verwijzing gelezen wor