Proeftijdontslag van een arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar, gevolgd door een arbeidsovereenkomst voor de duur van 4 maanden, die niet is verlengd. Geen nietig proeftijdbeding van 5 maanden. Geen onrechtmatig handelen door de werkgever.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:676 BW
Genoemd in 41 uitspraken · Officiële wettekst
41 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Opzegging tijdens proeftijd in strijd met het verbod op discriminatie als bedoeld in 7:646 BW?
WWZ; opzegging tijdens proeftijd; nietig proeftijd beding; in de bevestigingsbrief verwijst werkgever naar de proeftijd en uit die brief kan niet volgen dat werknemer op staande voet is ontslagen; ook opzegging tijdens proeftijd moet gemotiveerd worden.
Arbeidsrecht. Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met proeftijdbeding van één maand. Voorafgaand aan ingangsdatum van arbeidsovereenkomst beëindigt werkgever de arbeidsovereenkomst. In de specifieke omstandigheden van het geval is de werkgever schadeplichtig. Schadevergoeding
Arbeidszaak. Beroep op gelijk loon door werkneemsters in speciaal traject. Kwalificatie van voorwaarde voor verlenging.
“Opzegging arbeidsovereenkomst door werkgever tijdens proeftijd. Werknemer stelt dat er omstandigheden zijn die doen vermoeden dat er een verband is tussen de opzegging en haar zwangerschap”
Loonvordering gegrond op misbruik van de bevoegdheid de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd op te zeggen. Geen oneigenlijk gebruik en/of misbruik van die opzegbevoegdheid, terwijl evenmin onzorgvuldig handelen kan worden aangenomen
BW 7:905. Ontbinding vaststellingsovereenkomst. De EO belicht in een uitzending van haar programma “De Vijfde Dag” ernstige problemen in de behandelcultuur op een afdeling van Lentis in Zuidlaren. Daarbij wordt aandacht gegeven aan de rol die een psychiater in die problemen zou h
Ontslag tijdens proeftijd. Eiseres vordert in kort geding (primair) wedertewerkstelling, (subsidiair) schadevergoeding. De vorderingen worden afgewezen. Ontslag niet in strijd met het ontslagverbod tijdens zwangerschap van artikel 7:646 lid 5 BW en het verboden onderscheid op gro
Beeindiging arbeidsovereenkomst vóór aanvang proeftijd. Verboden onderscheid op grond van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap en chronische ziekte (WGBH/CZ).
Werkgever ontslaat werknemer aan het eind van de rechtsgeldig overeengekomen proeftijd, omdat hij voor de functie waarin hij was aangesteld niet geschikt was bevonden. Werknemer vordert schadevergoeding omdat werkgever niet als goed werkgever zou hebben gehandeld.De kantonrechter
Opzegging tijdens de proeftijd. Juridisch kader. Feit dat werknemer zich niet heeft kunnen bewijzen tijdens de proeftijd is onvoldoende om te concluderen tot verwijtbaar gedrag aan de zijde van de werkgever.
Arbeidsgeschil over ontslag werknemer in proeftijd; eisen van goed werknemerschap (81 RO).
Ontslag tijdens de proeftijd wegens onvoldoende geschiktheid valt binnen de bevoegdheid van de werkgever. Mate van inwerken en overdracht zijn eveneens ter beoordeling van de werkgever. Prijsgeven van langdurig dienstverband op initiatief nieuwe werkgever is irrelevant.
Proeftijdbeding. Werknemer niet schadeplichtig als hij ontslag neemt nog voor de arbeidsovereenkomst is ingegaan. Misbruik van bevoegdheid
Uitgangspunt bij de beoordeling is dat partijen in de proeftijd bevoegd zijn de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen (artikel 7:676 BW). De proeftijd is evenwel bedoeld om de werkgever in staat te stellen inzicht te krijgen in de hoedanigheden van de werkneme