Arbeidsrecht. Wwz. Transitievergoeding oudere werknemers (art. 7:673a (oud) BW). Onregelmatige opzegging waardoor arbeidsovereenkomst net geen tien jaren heeft geduurd. Bestaat desalniettemin recht op de hogere transitievergoeding van art. 7:673a (oud) BW?
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:672 BW
Genoemd in 1.418 uitspraken · Officiële wettekst
1.418 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
WWZ; ontslag op staande voet; geen dringende reden in verband met persoonlijke omstandigheden; gefixeerde schadevergoeding ex art. 7:672 lid 10 BW; hoge lat weigering transitievergoeding art. 7:673 lid 7 sub c BW; geen toets ernstig verwijt omdat de rechtsgrond voor toewijzing va
Arbeidsrecht. Berekening lengte van de opzegtermijn i.v.m. transitievergoeding en vergoeding onregelmatig ontslag. Opvolgend werkgeverschap. Vergeefse klacht tegen in hoger beroep niet bestreden rechtsoordeel van kantonrechter. Overwegingen ten overvloede over berekening lengte o
Arbeidsrecht. WWZ. Uitleg arbeidsovereenkomst (Haviltex). Nietig proeftijdbeding. Welke juridische grondslag mogelijk voor verzoek tot vergoeding wegens opzegging arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder tussentijds opzegbeding? Vergoeding toewijsbaar op grond van artikel 7:
Arbeidszaak; Wwz; artikel 7:673 lid 4 sub b BW; opvolgend werkgeverschap na faillissement.
Arbeidsrecht. Ontslag op staande voet van ceo; dringende redenen onverwijld meegedeeld? (art. 7:677 lid 1 BW); is deugdelijk onderzoek een voorwaarde voor een dringende reden?
Ontslag op staande voet CEO VCKG. Het hof oordeelt – anders dan de kantonrechter – dat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Uit de ontslagbrief blijkt dat VCKG zestien redenen ten grondslag heeft gelegd aan het ontslag op staande voet. Voor de onde
Arbeidsrecht. Bedrog door werknemer bij sluiten arbeidsovereenkomst. Mogelijkheid tot vernietiging arbeidsovereenkomst op grond van art. 3:44 BW. Buitengerechtelijke vernietiging (art. 3:50 lid 1 BW). Verhouding tot wettelijk stelsel van ontslagrecht. Mogelijkheid werking van ver
WWZ. Bij wijze van prorogatie zijn aan het hof verschillende vorderingen van een ontslagen statutair bestuurder voorgelegd. Een daarvan betreft de, door het hof afgewezen, vordering tot toekenning van een billijke vergoeding.
Ontslagzaak. Kantonrechter onbevoegd. Niet kan worden vastgesteld vanuit welke plaats gewoonlijk werd gewerkt. Welke rechter bevoegd is, kan niet worden vastgesteld aan de hand van artikel 21 lid 1, sub b, onderdeel I Brussel I-bis Verordening.
niet ontvankelijk verklaring verzoekster. Oosv is ingetrokken. Daarmee is geen sprake van een te vernietigen ontslag. Verzoekster kon na intrekking oosv niet meer berusten in het ontslag.
Opzegtermijn voor werkgever en werknemer in arbeidsovereenkomst (3 maanden voor wg en 6 maanden voor wn) i.s.m. art. 7:672.6 BW. Hof beschouwt e.e.a. als kennelijke misslag en leest de opzegbepaling met verbetering van die misslag. Gevolgen voor gefixeerde schadevergoeding maar o
Opzegging door werknemer met inachtneming van een maand opzegtermijn tegen datum indiensttreding. De stelling dat de opzegtermijn pas begint te lopen per datum indiensttreding, mist wettelijke grondslag, dus geen onregelmatige opzegging. “Door reeds ruim voor datum indiensttredin
Arbeidsrecht. Berekening lengte van de opzegtermijn i.v.m. transitievergoeding en vergoeding onregelmatig ontslag. Opvolgend werkgeverschap. Vergeefse klacht tegen in hoger beroep niet bestreden rechtsoordeel van kantonrechter. Overwegingen ten overvloede over berekening lengte o
Prejudiciële vraag over doorwerking van een (door het hof aangenomen) dringende reden bij een loondoorbetalingverplichting na een vernietiging door de kantonrechter ex art. 7:681 lid 1 BW van een opzegging als bedoeld in art. 7:677 lid 1 BW. Zie ECLI:NL:GHAMS:2018:1292, ECLI:NL:G
Arbeidsrecht. Transitievergoeding. Opvolgend werkgeverschap na een faillissement van voor de inwerkingtreding van de Wwz. Overgangsrecht.
Transitievergoeding, Overbruggingsregeling, overgang van onderneming. Werknemer verzoekt onder andere om betaling van transitievergoeding en openstaande verlofuren. Voormalig werkgever doet een beroep op toepassing van de Overbruggingsregeling, maar voldoet niet aan de drie cumul
Opzegging arbeidsovereenkomst zonder toestemming UWV van werknemer die 2 jaar ziek is.Billijke vergoeding afgewezen. Vergoeding geldt als alternatief voor vernietiging. Niet aannemelijk dat vernietiging van de opzegging geleid zou hebben tot loonaanspraak
Wwz-zaak. Onder verwijzing naar een uitspraak van 28 juni 2016 (ECLI:NL:RBNHO:2016:5444) oordeelt de kantonrechter dat niet alleen bij de vaststelling van de hoogte van de billijke vergoeding in het kader van een ontbinding van de arbeidsovereenkomst, maar ook bij de vaststelling
- geen gefixeerde schadevergoeding verschuldigd wegens voortijdige beëindiging arbeidsovereenkomst - studiekosten - schriftelijkheidsvereiste bij beëindigingsovereenkomst niet bij beëindiging op verzoek van werknemer.
Arbeidsrecht. Ontslag op staande voet van werknemer die beveiligingswerkzaamheden op de luchthaven Schiphol verrichtte wegens het intrekken van diens zogenoemde Schipholpas door Schiphol Nederland B.V. Aan werknemer verweten overtreding van Schipholregels en onzorgvuldig handelen
Een werknemer van 60 jaar is al 39 bij werkgever in dienst. Werknemer is op staande voet ontslagen omdat hij volgens werkgever bedrijfseigendommen zou hebben weggenomen en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan diefstal (of verduistering). Uit de door werknemer gegeven uitleg he
Bewijsopdracht over duur van de arbeidsovereenkomst: een half jaar of een jaar. Werknemer niet geslaagd in het bewijs van arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar. Einde van de arbeidsovereenkomst van rechtswege. Verzoek vergoeding wegens onregelmatige opzegging of schending
Oproeping verweerder, gevolgen turboliquidatie en inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel met terugwerkende kracht
Arbeidsrecht. Wwz. Transitievergoeding oudere werknemers (art. 7:673a (oud) BW). Onregelmatige opzegging waardoor arbeidsovereenkomst net geen tien jaren heeft geduurd. Bestaat desalniettemin recht op de hogere transitievergoeding van art. 7:673a (oud) BW?