ontbinding wegens verstoorde arbeidsrelatie (g-grond i.v.m. geschil over omvang oproepcontract) geen billijke vergoeding ex 7:671b lid 8 sub c BW
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:669 BW
Genoemd in 2.546 uitspraken · Officiële wettekst
2.546 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 56 · live
Artikel 7:671b BW. Geen redelijke grond voor ontbinding. Het verzoek wordt afgewezen.
Wwz. Ontbindingsverzoek afgewezen. De werkgever heeft zich onvoldoende ingespannen om de werknemer weer naar de werkvloer te begeleiden.
Arbeidszaak. Kantonrechter laat werkgever toe te bewijzen dat de werknemer seksueel overschrijdend gedrag heeft vertoond en zich schuldig heeft gemaakt aan seksuele intimidatie.
Wwz-ontbinding g-grond
Geen ontbinding op de kortst mogelijke termijn, nu de werkgever niet, althans onvoldoende, heeft gesteld en onderbouwd dat sprake is van een ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van de werknemer, conform artikel 7:673 lid 7 sub c BW
beschikking ex artikel 7:671b
WWZ-zaak. Ontbindingsverzoek op g-grond. Afwijzing.
WWZ. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:671b jo. 669 lid 3 aanhef sub e.
Ontbinding wegens verstoorde arbeidsverhouding en toekenning van billijke vergoeding naast transitievergoeding.
WWZ. Heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst opgezegd? Wedertewerkstelling toegewezen. Provisioneel verzoek afgewezen, ingehaald door eindbeslissing.
Ontbinding afgewezen bij ontbreken van een voldragen grond. Verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding afgewezen.
Ontbindingsverzoek e, g en h grond afgewezen. Werknemer verwijtbaar gehandeld door tegen instructie op vakantie te gaan. Werkgever ten onrechte verantwoordelijkheid volledig bij werknemer gelegd, terwijl door op non-actiefstelling overleg voortzetting arbeidsovereenkomst vergaand
art 7:671b BW jo art. 7:669 lid 3 d. en g. BW, afwijzing ontbinding wegens ontbreken redelijke grond
Wwz. De door de werkgever naar voren gebrachte feiten en omstandigheden leveren geen redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel g, BW, nu de verstoorde arbeidsverhouding niet zodanig is dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden
WWZ. Ontbinding arbeidsovereenkomst ex art. 7:671b BW. Ter zitting hebben partijen overeenstemming bereikt en het verzoek gewijzigd. De overeengekomen vergoeding, die hoger is dan de transitievergoeding, wordt toegewezen op grond van art. 7:686a BW.
Wwz. Ontbindingsverzoek door werkgever. Toewijzing van de verzochte ontbinding omdat sprake is van zodanig verwijtbaar handelen dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.
Ontbinding arbeidsovereenkomst. Beoordeling toekenning billijke vergoeding bij ontbinding.
WWZ ontbinding afgewezen, verwijtbaar handelen, disproportionele maatregel
Wwz. Ontbindingsverzoek door werkgever. Bewijsrecht is van toepassing, omdat de aard van de zaak zich daartegen niet verzet. Opzegverbod tijdens ziekte staat niet in de weg aan ontbinding, omdat het verzoek tot ontbinding geen verband houdt met ziekte. Afwijzing van de verzochte
WWZ. Vernietiging ontslag (7:681 BW), voorlopige voorziening (223 Rv) en tegenverzoek tot ontbinding (7:671b BW).
Afwijzing verzoek ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:671b jo. 669 lid 3 aanhef sub g en sub d
WWZ ontbinding wegens disfunctioneren
Kan een verzoek tot een zogenoemde pro forma ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van art. 96Rv.; kan niet
Voorwaardelijke ontbinding, bewijsrecht in beginsel van toepassing, geen ernstig verwijtbaar handelen aan zijde werknemer of werkgever, derhalve geen billijke vergoeding, geen verkorte ontbindingstermijn.