Hoewel geen sprake is van volledige ‘beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming’ in de zin van artikel 7:670a lid 2 sub d BW en (dus) sprake is van een opzegverbod tijdens ziekte (artikel 7:670 lid 1 sub a BW), wordt het verzoek van werkgever tot ontbinding van de arbeid
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:669 BW
Genoemd in 2.546 uitspraken · Officiële wettekst
2.546 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Arbeidszaak; Wwz; verzoek werkgever ontbinding arbeidsovereenkomst op a-grond dan wel g-grond; sprake van opzegverbod ex art. 7:671b lid 6 BW (t.a.v. a-grond); geen sprake van ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsrelatie (t.a.v. g-grond); volgt afwijzing. Tegenverzoek werknemer;
WWZ, ontbinding e grond wegens hoog promillage alcohol en besturen busje met cliënten, , ernstig verwijtbaar handelen werknemer, geen transitievergoeding.
ontbinding wegens bedrijfseconomische omstandigheden art. 7:669 lid 3 sub a BW; toekenning vergoeding van vlak vóór 1 juli 2015 gesloten Sociaal Plan, ondanks grote verschil met transitievergoeding.
WWZ. Verzoek ex artikel 7:671b BW tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde arbeidsrelatie. Indien verwijt in overwegende mate bij de werkgever ligt kan niet worden geoordeeld dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovere
Afwijzing verzoek ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:671b jo artikel 7:669 lid 3, onderdeel d en g BW
WWZ. Moet arbeidsovereenkomst eindigen? Billijke vergoeding. Geen d-grond. Verbetertraject onvoldoende. Inmiddels wel ontbinding op de g-grond. Billijke vergoeding vanwege ernstig verwijtbaar handelen van werkgever.
Arbeidszaak, Wwz. Kantonrechter wees ontbinding af, hof bepaalt alsnog einddatum (artikel 7:683 lid 5 BW). Werknemer had in de procedure bij de kantonrechter geen tegenverzoek gedaan. In hoger beroep vraagt hij wel de transitievergoeding en een billijke vergoeding. Hof acht werkn
Afwijzing verzoek ontbinding arbeidsovk. O.a. geen sprake van een verstoorde arbeidsverhouding. Voor zover deze er al zou zijn, is die te wijten aan de opstelling van wg na de re-integratie van wn. Eenzijdige wijziging arbeidsvoorwaarden niet geoorloofd.
gezag van gewijsde ontbindingsbeschikking waarin is geoordeeld dat werknemer verwijtbaar heeft gehandeld door zijn re-integratieverplichtingen niet na te komen
Wwz, ambtenaar, onrechtmatig besluit leidinggevende, g-grond, niet voldoen aan herplaatsingsplicht (toetsingsmoment), billijke vergoeding ipv herstel, compensatie proceskosten. Artt. 7:669, 7:671b BW.
Vernietiging ontslag op staande voet, gegeven wegens gebruik van aan werkneemster verstrekte (volgens werkgever vertrouwelijke) documenten die aantonen dat werkneemster op oneigenlijke gronden zou worden ontslagen. Tegenverzoek tot ontbinding afgewezen.
Verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst primair wegens ernstig verwijtbaar handelen werknemer. Diffamerende uitlatingen over werkgever. Persoonlijkheidsstoornis. Niet verwijtbaar. Ontbinding wegens verstoorde arbeidsverhouding.
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Na beëindigingsovereenkomst met vergoeding volgens sociaal plan, maakt werknemer aanspraak op schadevergoeding; verdeling bewijslast. Samenhang met 19/04926.
De kantonrechter wijst ontbindingsverzoek van ziekenhuis ten aanzien van oncoloog af. De kantonrechter vindt het in dit geval begrijpelijk dat het ziekenhuis een onderzoek naar mogelijk disfunctioneren van de oncoloog is gestart. Dat onderzoek is echter nog niet afgerond. De moge
Arbeidsrecht WWZ. Verstoorde arbeidsrelatie. Opzegtermijn. Transitievergoeding; gelijkwaardige voorziening?
WWZ, ernstig verwijtbaar handelen nalaten en verstoorde arbeidsrelatie
verzoek ontbinding werkgever ivm liegen over opleiding / universitaire titel afgewezen, verzoek ontbinding werknemer toegewezen inclusief vergoeding ogv artikel 7:671c lid 3 onder a BW.
Werkgever dient voorwaardelijk ontbindingsverzoek in. Kantonrechter beoordeelt allereerst of de voorwaarde - namelijk of de arbeidsovereenkomst tussen partijen na 30 november 2018 voortduurt – is ingetreden. Werkgever is aanzegverplichting als bedoeld in art. 7:668 lid 1 BW niet
Afwijzing van een verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding. Aan de toets voor het aanwezig zijn van een redelijke ontslaggrond mogen in het geval van een statutair bestuurder minder zware eisen worden gesteld.
Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een werkneemster met een wsw-indicatie. Omdat er onduidelijkheid is over een door het UWV gecorrigeerd deskundigenoordeel, wordt werkgever bij tussenbeschikking opgedragen om een nieuw deskundigenoordeel bij het UWV aan
WWZ ‘Hoger beroep UWV’ a-grond van artikel 7:669 lid 3 BW. Regeling Sociaal Plan Bibliotheken. Uitwisselbare functie? Passende functie?
Jeugdbeschermer deelt vertrouwelijke gegevens met mensen buiten de organisatie en overschrijdt professionele normen door contact te (blijven) zoeken met cliënten en pupillen na schorsing. Geen geldig ontslag op staande voet, wel reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst in
WWZ. Alle schijn dat werkgever van werkneemster verlost wilde worden toen werkneemster ziek werd. Werkgever heeft ook druk uitgeoefend, wetende dat werkneemster spanning en stress i.v.m. medische aandoening juist moest vermijden. Handelen van werkgever te meer verwijtbaar en onbe
Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door de werkgever in dat verband naar voren gebrachte feiten en omstandigheden een redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel e BW De kantonrechter concludeert dat op grond van het voorgaand