Wwz. De door de werkgever naar voren gebrachte feiten en omstandigheden leveren geen redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel g, BW, nu de verstoorde arbeidsverhouding niet zodanig is dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:669 BW
Genoemd in 2.546 uitspraken · Officiële wettekst
2.546 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 77 · live
Wwz. Ontbindingsverzoek door werkgever. Toewijzing van de verzochte ontbinding omdat sprake is van zodanig verwijtbaar handelen dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.
Ontbinding arbeidsovereenkomst. Beoordeling toekenning billijke vergoeding bij ontbinding.
Wwz. Ontbindingsverzoek door werkgever. Bewijsrecht is van toepassing, omdat de aard van de zaak zich daartegen niet verzet. Opzegverbod tijdens ziekte staat niet in de weg aan ontbinding, omdat het verzoek tot ontbinding geen verband houdt met ziekte. Afwijzing van de verzochte
WWZ ontbinding afgewezen, verwijtbaar handelen, disproportionele maatregel
WWZ. Vernietiging ontslag (7:681 BW), voorlopige voorziening (223 Rv) en tegenverzoek tot ontbinding (7:671b BW).
Afwijzing verzoek ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:671b jo. 669 lid 3 aanhef sub g en sub d
WWZ ontbinding wegens disfunctioneren
WWZ, pro forma ontbindingsbeschikking.
Een voorwaardelijk ontbindingsverzoek dat na 1 juli 2015 ter griffie is binnengekomen, wordt niet gezien als een geding dat betrekking heeft op een voor 1 juli 2015 verrichte opzegging wegens dringende reden. Aldus wordt het voorwaardelijk verzoek beoordeeld volgens het nieuwe re
Voorwaardelijke ontbinding, bewijsrecht in beginsel van toepassing, geen ernstig verwijtbaar handelen aan zijde werknemer of werkgever, derhalve geen billijke vergoeding, geen verkorte ontbindingstermijn.
Voorwaardelijke ontbinding, bewijsrecht in beginsel van toepassing, geen ernstig verwijtbaar handelen aan zijde werknemer of werkgever, derhalve geen billijke vergoeding, geen verkorte ontbindingstermijn.
Geregelde ontbinding op basis van art. 96 Rv. Partijen woonachtig c.q. gevestigd te Den Haag. Ontbinding verzocht op grond van 7:669 lid 3 sub g BW. Ontbinding toegewezen, echter geen wettelijke grondslag voor toekenning van overeengekomen vergoeding.
Formele ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Artikel 7:671b en 669 lid 3 aanhef en sub g BW. Tussen partijen overeengekomen vergoeding, niet zijnde billijke vergoeding of transitievergoeding.
WWZ: geregelde ontbinding, 671b, g grond; tussen partijen overeengekomen vergoeding niet zijnde billijke vergoeding/ transitievergoeding in zin WWZ
Formele ontbinding van de arbeidsovereenkomst met inachtneming van de geldende opzegtermijn gehonoreerd. Tussen partijen overeengekomen vergoeding kan niet worden toegekend door de kantonrechter, wel “verstaat” de kantonrechter in het dictum van de beschi
Wwz, ontbinding ingevolge art. 7:671b jo 7:699 lid 3 g BW, vermelding aanbod kosten outplacement niet relevant voor oordeel
Wwz, ontbinding ingevolge art. 7:671b jo 7:699 lid 3 d BW, geen andere vergoeding dan transitievergoeding of billijke vergoeding mogelijk
Wwz, ontbinding arbeidsovereenkomst op grond van art. 7:669 lid 3 d BW (ongeschikt voor bedongen arbeid), afwijzing nevenverzoek werkgever ex art. 671b lid 8 b BW, afwijzing tegenverzoek werknemer om transitievergoeding vanwege besluit overgangsrecht transitievergoeding, afwijzin
ontbinding arbeidsovereenkomst met verweer en tegenverzoek