Ontslag op staande voet. Werknemer gaat in een kennelijk bepaalde gemoedstoestand van zijn werk naar huis. Hij krijgt van werkgever twee dagen betaald verlof om over een en ander na te denken. De dag dat hij weer verwacht werd op zijn werkplek is hij niet komen opdagen. In de tus
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:669 BW
Genoemd in 2.546 uitspraken · Officiële wettekst
2.546 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 52 · live
De werkgever ontslaat werknemer op staande voet wegens liegen/verzwijgen. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet in de gegeven omstandigheden geen stand kan houden. De arbeidsovereenkomst wordt wel ontbonden wegens verwijtbaar gedrag van de werknemer.
WWZ. Langdurige arbeidsongeschiktheid. Arbeidsovereenkomst aanvankelijk opgezegd zonder toestemming UWV. Verzoeken tot betaling van transitievergoeding, vergoeding wegens onregelmatige opzegging en achterstallig loon toegewezen. Verzoek tot betaling van billijke vergoeding afgewe
Ontbinding arbeidsovereenkomst op de a-grond. Er is sprake van volledige beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming (artikel 7:670a lid 2 sub d BW), zodat het opzegverbod wegens ziekte niet van toepassing is.
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens herhaaldelijk niet nakomen re-integratieverplichtingen en langdurige onbereikbaarheid. Geen transitievergoeding wegens ernstige verwijtbaarheid van werkneemster.
Ontbinding arbeidsovereenkomst op de g-grond. Werkgever heeft ernstig verwijtbaar gehandeld. Toekenning billijke vergoeding van € 50.000.
Ontbinding arbeidsovereenkomst. Geen grond voor toepassing van de cumulatiegrond (i-grond), de ontbinding wordt toegewezen op basis van de g-grond (verstoorde verhouding). Geen aanleiding voor toekenning billijke vergoeding.
Geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen van werkneemster door in een e-mail aan onder meer de Raad van Bestuur van werkgever zware beschuldigingen te uiten aan het adres van haar leidinggevende nadat zij eerder elders binnen de organisatie van werkgever geen gehoor kreeg voo
WWZ-beschikking, ontbinding arbeidsovereenkomst, e- en g-grond. Schending integriteitsregels. Ernstig verwijtbaar handelen werknemer.
De werkgever verzoekt ontbinding van de met werknemer bestaande arbeidsovereenkomst. De werkgever baseert het verzoek op artikel 7:669 lid 3, onderdelen e, g en i. De kantonrechter wijst het verzoek af.
Verzoek tot ontbinding op e-grond, d-grond, g-grond en i-grond. Afgewezen.
Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Werknemer is kennismigrant die wereldwijd werkzaam is bij klanten van werkgever. De werknemer heeft bewust en zonder overleg 40 uren op een project geboekt waaraan hij deze uren helemaal niet heeft besteed. De werknemer he
Ontbinding, Disfunctioneren, Verbetertraject, Verstoorde arbeidsrelatie, Ernstig verwijtbaar handelen werkgever, Billijke vergoeding
Arbeidszaak. Ontbinding arbeidsovereenkomst op de g-grond. Proceskostenveroordeling.
Verzoek van werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op primair d-grond, subsidiair g-grond en meer subsidiair op de i-grond afgewezen. Geen van de gronden is voldragen.
Ontbinding arbeidsovereenkomst uitzendkracht. Uitzendkracht is niet aangesproken op het gestelde disfucntioneren, geen verbetertraject. Werkgever handelt ernstig verwijtbaar door aan te sturen op verstoorde arbeidsrelatie. Toekenning billijke vergoeding.
Verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:669, lid 3, onder e BW tussen de RUG en de werknemer, een hoogleraar, toegewezen. Het opzegverbod wegens ziekte staat niet in de weg aan de ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat het verzoek daartoe van
Vertrouwensbreuk na vertrek verschillende collega’s die niet met werkneemster konden samenwerken. Ontbinding toegewezen.
Ontslag op staande voet wegens oprichten concurrerende onderneming in strijd met nevenwerkzaamhedenbeding en tijdens ziekte niet rechtsgeldig. Ontbinding g-grond. Toewijzing transitievergoeding. Gedeeltelijke vernietiging concurrentiebeding.
Het verzoek van de werkgever om de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden wegens een verstoorde arbeidsverhouding (artikel 7:669 lid 3 sub g BW) wordt toegewezen.
De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 18 april 2020 en kent aan de tramconducteur een transitievergoeding toe ten laste van GVB en veroordeelt GVB tot betaling daarvan. Ook veroordeelt de kantonrechter GVB tot doorbetaling van het salaris
De door werkgever naar voren gebrachte feiten en omstandigheden leveren geen redelijke grond voor ontbinding wegens disfunctioneren op, terwijl er ook geen sprake is van een deugdelijk verbetertraject. Evenmin kan het op hetzelfde feitencomplex gestoelde beroep op de g-grond leid
Bankmedewerker met lang dienstverband, belangenverstrengeling door uitbetalen klantvergoeding aan partner, privérekeningen bekijken e.d. Geen dringende reden, wel ontbinding wegens verwijtbaar handelen. Niet ernstig, dus wel transitievergoeding.
In deze procedure is vast komen te staan dat een trambestuurder, die stelt te zijn gestopt voor een egel op het spoor, moedwillig stenen tegen een wissel heeft geplaatst. Hiermee is sprake van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer. De arbeidsovereenkomst wordt daarom op d
verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst van scholengemeenschap jegens docent afgewezen; e-grond, g-grond, i-grond