Arbeidszaak: Loonvordering. Vraag of er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand is gekomen wordt ontkennend beantwoord.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:668 BW
Genoemd in 411 uitspraken · Officiële wettekst
411 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Op grond van uitleg van de arbeidsovereenkomst en voor zoveel nodig uitleg van de cao, komt de kantonrechter tot het oordeel dat de arbeidsoverkomst van rechtswege is beëindigd.
Verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer van 69 jaar. De arbeidsovereenkomst is krachtens de CAO (Metaal en Technische Bedrijfstakken) bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd geëindigd van rechtswege en zonder tegenspraak voortgezet. Dit betekent dat
Toepassing art. 7:668 en 7:668a BW. Feitelijke voortzetting (zonder tegenspraak) van arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Reeks arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd met verschillende werkgevers. Overgang van onderneming. Opvolgend werkgever. Arbeidsovereenkomst voor onbepa
Kan de tussen partijen sinds juni 2007 bestaande arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd vanaf enige moment geacht worden te zijn aangegaan voor onbepaalde tijd? Neen, partijen hebben gesproken over verlenging van de arbeidsovereenkomst, waarbij de werkgever niet heeft aangegeven
Executiegeschil. Bevoegdheid. Aanvang executie. Belangenafweging. De voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem is bevoegd van het geschil kennis te nemen, nu het vonnis in dit arrondissement door middel van executoriaal derdenbeslag ten uitvoer zal worden gelegd, artikel 475
Art. 254 lid 4 Rv. Geldig concurrentiebeding na verlenging arbeidsovereenkomst. Gedeeltelijke vernietiging beding door schorsing na een jaar.
Arbeidsrecht. Afgewezen vordering tot loondoorbetaling bij voortzetting arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd; voorzetting zonder tegenspraak als bedoeld in art. 7:668 lid 1 BW; stilzwijgende voortzetting?, gedragingen van werkgever.
Arbeidsrecht. Studiekostenbeding in de arbeidsovereenkomst voldoet niet aan de door de Hoge Raad (HR 10 juni 1983, NJ 1983,796) gestelde eisen.
Kern van het geschil in hoger beroep vormt de vraag of de arbeidsovereenkomst die tussen partijen is aangegaan voor de bepaalde tijd van een jaar, ingaande 1 april 2002 en van rechtswege eindigende op 1 april 2003, na het verstrijken van de overeengekomen duur daarvan zonder tege
arbeidsovereenkomst zonder tegenspraak voortgezet?
UItleg CAO, afwijking van art. 7:668a BW.
-