Werkneemster is op basis van arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in dienst. Na ommekomst van de tweede termijn van 6 maanden werkt de werkneemster nog één maand door. Enige weken later ontstaat tussen de werkneemster en de werkgever een geschil of de arbeidsovereenkomst na omm
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:667 BW
Genoemd in 229 uitspraken · Officiële wettekst
229 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd?
Arbeidsrecht. Ketenregeling; art. 7:668a BW. Vierde, opvolgende arbeidsovereenkomst gesloten voor bepaalde dan wel onbepaalde tijd? Betekenis van samenhangende vaststellingsovereenkomst waarin beëindiging van de arbeidsovereenkomst is overeengekomen. Art. 7:902 BW. Vaststelling i
Verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met statutair directeur afgewezen. Disfunctioneren en onherstelbare vertrouwensbreuk niet komen vast te staan. Procedurele fouten gemaakt. Het terugtreden als statutair directeur is onvoldoende om arbeidsovereenkomst te ontbinden,
Indiensttreding bij doorstartend bedrijf na faillissement werkgever. Opvolgend werkgeverschap ex artikel 7:668a BW en artikel 7:667 BW. Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan op grond van artikel 7:668a BW. Vaststellingsovereenkomst wegens stri
Geschil over de vraag of de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van een assistent-scheidsrechter, bijna 17 jaar in dienst van de KNVB, van rechtswege eindigt. In de toepasselijke CAO wordt afgeweken van de (driekwart dwingendrechtelijke) ketenregeling van artikel 7:668a lid 1
Na verkoop van (de activa van) een onderneming is de bestuurder, tevens 50% aandeelhouder, op basis van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (drie jaar) werkzaam geweest voor de koper. De vraag is of - ondanks de tekst van de overeenkomst - sprake is van een a
Arbeidsrecht. Beëindiging door werkgever van arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die voortzetting vormt van arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Art. 7:667 lid 1 en lid 4 BW. ‘Ragetlieregel’ (HR 4 april 1986, ECLI:NL:HR:1986:ZC0649, NJ 1992/654). Opzegging door werkgever
geen overgang van onderneming of opvolgende werkgeverschap.
Werkneemster verzoekt de ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. Werkneemster, 56 jaar oud, is op 1 september 1973 in dienst getreden van werkgever in de functie van huishoudelijk assistente. Zij heeft zich binnen het bedrijf opgewerkt tot HR Coördinator.
Arbeidsrecht. Na minnelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst is er geen grond voor een vergoeding gebaseerd op de stelling dat die beëindiging kennelijk onredelijk is. Het in het kader van die minnelijke regeling niet overeenkomen van een beëindigingsvergoeding dan wel het
Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd; verlenging overeengekomen? Betaling overuren; kan overeengekomen arbeidsduur van 60 uur per week gelden als schriftelijke vastlegging van een verschuiving van arbeidsuren als bedoeld in artikel 22 lid 2 van de CAO Landbouwwerktuigen Exploit
Ontslag directeur wordt in kort geding aangevochten. Was eiser statutair bestuurder? In dit kort geding kan niet worden uitgegaan van het ontbreken van een benoemingsbesluit van de aandeelhoudersvergadering. Vernietigbaarheid ontslagbesluit onvoldoende aannemelijk. Arbeidsrechtel
Is opzeggingsmogelijkheid in overeenkomst voor bepaalde tijd een bepaling als bedoeld in art. 7:667 lid 2 aanhef en sub a BW of een bepaling als bedoeld in art. 7:667 lid 3 BW?
Twijfel aan bestaan arbeidsovereenkomst. Eisende partij moet bewijs leveren.
Opvolgend werkgeverschap. Reeks arbeidsovereenkomsten (on)bepaalde tijd.
Opvolgend werkgeverschap in de zin van artikel 7:668a BW na faillissement oude werkgever? Toepassing HR 11 mei 2012, LJN BV9603.
Kennelijk onredelijk ontslag
Arbeidsovereenkomst tussen vrouw en een vennootschap van man. De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst na verloop van tijd is overgegaan van de ene groepsvennootschap naar de andere. Het pensioenontslagbeding in de arbeidsovereenkomst maakt verboden onderscheid naar l
Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Volgens werknemer was opzegging vereist op grond van artikel 7:667 lid 5 BW (of 7:668a lid 2 BW), aangezien hij van een vorige werkgever was overgenomen en (grotendeels) dezelfde werkzaamheden bleef doen ('de verrichte werkzaamheden'). Werk
Tekortschieten in de dienstverlening/advisering van een accountant jegens een cliënt? Vraag of er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 7:667 lid 4 BW (Ragetlieregel) wordt door de rechtbank ontkennend beantwoord.
Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Voortzetting zonder tegenspraak in de zin van artikel 7:668 lid 1 BW.
Vordering tot loonbetaling en wedertewerkstelling van een Kaapverdische werkneemster die in Nederland voor een Kaapverdisch bedrijf werkt. Werkneemster wordt niet meer toegelaten tot de Nederlandse werkplek. Er is geen sprake van opzegging door de werkgever: uit de expatovereenko
Verstekvonnis in kort geding. Eiseres heeft ter terechtzitting de feitelijke en juridische grondslag van de vordering gewijzigd. Zij heeft deze wijziging niet voorafgaand aan de zitting aan de niet verschenen gedaagde kenbaar gemaakt en evenmin verzocht dit alsnog te mogen doen.
Arbeidsovereenkomst eindigt niet van rechtswege vanwege bereiken pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar. Daarvoor zijn bijkomende feiten en omstandigheden nodig, waarvan niet is gebleken.