Arbeidsrecht. Vordering werknemer in verband met niet opgenomen vakantiedagen. De werkgever dient zijn betwisting van het door de werknemer gestelde tegoed aan vakantiedagen in beginsel te onderbouwen aan de hand van administratieve gegevens met betrekking tot genoten vakantiedag
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:641 BW
Genoemd in 260 uitspraken · Officiële wettekst
260 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
kantonzaak, arbeidsrecht. Vraag tegen welke dag mag worden opgezegd wanneer loon eens per vier weken wordt betaald. Mag werkgever eisen dat nog oenstaande vakantiedagen tot einddatum worden opgenomen?
Vast staat dat gedaagde geld, dat toebehoorde aan eiser, uit de kassa heeft weggenomen. Dit is zowel onrechtmatig als een toerekenbare tekortkoming in de arbeidsovereenkomst tussen hen. gedaagde zal dus de verduisterde bedragen aan eiser dienen terug te betalen. Zij betwist dit o
Misbruik van recht. Werkgeefster vordert loon terug wegens onverschuldigde betaling over periode dat werknemer niet heeft gewerkt. Nadat eerst een aanvraag (buiten medeweten van de werknemer) voor ontslagvergunning door CWI niet is gehonoreerd, heeft werkgeefster de kantonrechter
Overname van achterstallige betalingsverplichtingen van de werkgever. Niet-opgenomen verlofuren.
Openstaande adv-dagen en vakantiedagen bij einde dienstverband. Regeling die bepaalt dat er maximaal vijf vakantiedagen uit een bepaald jaar mogen worden meegenomen naar een volgend kalenderjaar is in strijd met artikel 7:642 Burgerlijk Wetboek.
Arbeidsrecht. Volgens het sociaal plan dient bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst na een procedure bij de kantonrechter de fictieve opzegtermijn voor rekening van werkgever te komen, waarbij een voorwaarde is dat de betrokken werknemer geen verweer voert. De kantonrechter ac
Eiser stelt tegen zijn werkgever een vordering in tot uitbetaling van niet-genoten, brandstofkosten, te veel betaalde pensioenpremie en buitengerechtelijke kosten. De werkgever betwist deze vorderingen.
4 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C03/221HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. A.J. Swelheim, t e g e n BRUSH HMA B.V., gevestigd te Ridderkerk, ERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. 1. Het ged
31 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/143HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. J.M. van der Linden, t e g e n [Verweerder], handelend onder de naam Holland Field Engineering, wonende te [woonp
12 september 2003 Eerste Kamer Nr. C02/029HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, incidenteel verweerder, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n [Verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in c
-