aansprakelijkheid Staat voor niet juist invoeren Richtlijn 2003/88/EG m.b.t. recht op vakantie tijdens ziekte
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:635 BW
Genoemd in 41 uitspraken · Officiële wettekst
41 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Arbeidsrecht. Samenloop ziekte en vakantie. Uitleg art. 7:638 lid 8 BW. Hoe moet het instemmingsvereiste van art. 7:638 lid 8, eerste volzin, BW worden begrepen? Geldt een cao als een ‘schriftelijke overeenkomst’ als bedoeld in art. 7:638 lid 8, tweede volzin, BW?
Overheidsaansprakelijkheid. Arbeidsrecht. Opbouw vakantiedagen tijdens ziekte, art. 7:635 lid 4 (oud) BW. Strijd met Richtlijn 93/104/EG en Richtlijn 2003/88/EG. HvJEU 26 juni 2001, zaak C-173/99, ECLI:EU:C:2001:356,NJ2002/2 (Bectu) en HvJEU 20 januari 2009, C350/06 en C-520/06,
Uitbetaling vakantiedagen bij einde dienstverband. Partijen verschillen van mening over de vraag of de uitbetaling van vakantiedagen aan het einde van het dienstverband, opgebouwd tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid daarvoor moeten worden uitbetaald.
overheidsaansprakelijkheid; vakantiedagen tijdens ziekte; wet in formele strijd met richtlijn; schade?
overheidsaansprakelijkheid; vakantiedagen tijdens ziekte; wet in formele zin in strijd met EG-richtlijn; schade?
Europees recht; Tegenstrijdigheid 7:635 lid 4 BW en artikel 7 Richtlijn 2003/88/EG.
Schadeplichtigheid Staat jegens eiser(es) vanwege het niet na het Bectu arrest aanpassen van artikel 7:635 lid 4 BW aan Europese richtlijn.
Werkneemster vordert vergoeding voor tijdens ziekte opgebouwde, maar niet genoten vakantiedagen en beroept zich daarvoor op de Europese richtlijn 2003/88/EG en het arrest van het Hof van Justitie EG van 20 januari 2009 (Schultz-Hoff). De kantonrechter wijst de vordering (grotende
Is de werkgever gehouden gedurende de loonsanctie van het UWV 100% of 70% van het overeengekomen loon aan werknemer te betalen? Uitbetaling overuren en vakantie uren. Verjaring.
Arbeidsrecht, loonvordering. Eindarrest als vervolg op ECLI:NL:GHARL:2015:2523.
Beoordeling van een vordering tot uitbetaling van vakantiedagen op basis van oud en nieuw recht
Overheidsaansprakelijkheid. Arbeidsrecht. Opbouw vakantiedagen tijdens ziekte, art. 7:635 lid 4 (oud) BW Strijd met Richtlijn 93/104/EG en Richtlijn 2003/88/EG. HvJEU 26 juni 2001, zaak C-173/99, ECLI:EU:C:2001:356,NJ2002/2 (Bectu) en HvJEU 20 januari 2009, C350/06 en C-520/06, E
Beoordeling van een vordering tot uitbetaling van vakantiedagen op basis van oud en nieuw recht
opbouw vakantie-uren bij (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid.
Afwijzing van vordering tot vergoeding van vakantiedagen igv arbeidsongeschiktheid en daaropvolgende beeindiging van de arbeidsrelatie. Richtlijn conforme interpretatie van artikel 7:635 lid 4 BW (oud) is niet mogelijk omdat dit - gelet op tekst en wetsge
Schadeplichtigheid Staat jegens eiser(es) vanwege het niet na het Bectu arrest aanpassen van artikel 7:635 lid 4 BW aan Europese richtlijn.
Schadeplichtigheid Staat jegens eiser(es) vanwege het niet na het Bectu arrest aanpassen van artikel 7:635 lid 4 BW aan Europese richtlijn.
Europese richtlijn geeft werknemers recht op vier weken vakantie per jaar, ongeacht hun gezondheidstoestand. Nederlandse wettelijke regeling is daarmee in strijd. Nationale rechter is echter niet gehouden tot richtlijnconforme interpretatie contra legem.
In deze zaak twisten partijeno.a. over een concurrentiebeding. Eiseres vordert de ontbinding van het concurrentiebeding. De kantonrechter ziet daartoe geen aanleiding. Wèl wordt het beding in tijd beperkt.
Ontslag om bedrijfseconomische redenen met toestemming CWI. Volgens werknemer kennelijk onredelijk ontslag vanwege het zogenoemde gevolgencriterium. Product-/salesmanager, 50 jr, dienstverband van 2,5 jr, gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Oordeel hof: werkgever heeft de reintegrati
Werknemer vordert pensioentoezegging en loon. Hij grondt zijn pensioenvordering op artikel 2 lid 2 Pensioen- en Spaarfondsenwet. Kantonrechter wijst vordering af omdat artikel 2 lid 2 geen aanspraak geeft op een pensioentoezegging, doch slechts een wettelijk vermoeden geeft dat e
Eiser stelt tegen zijn werkgever een vordering in tot uitbetaling van niet-genoten, brandstofkosten, te veel betaalde pensioenpremie en buitengerechtelijke kosten. De werkgever betwist deze vorderingen.