Loonvordering nadat de 102 weken ex art. 7:629 BW zijn verstreken. Deze loonvordering is gebaseerd op art. 7:628 BW en deze wetsbepaling vooronderstelt de arbeidsgeschiktheid van de werknemer. De werknemer zal daarom zijn stelling moeten bewijzen dat hij in staat was de bedongen
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:628 BW
Genoemd in 977 uitspraken · Officiële wettekst
977 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 35 · live
Loonvordering. Partijen hebben onderhandeld over het aangaan van een arbeidsovereenkomst. Of deze tot stand is gekomen, staat nog niet vast. De kantonrechter heeft geoordeeld dat nog geen overeenstemming bestond over het salaris. Het hof gelast een comparitie.
Situationele arbeidsongeschiktheid. Vordering tot loondoorbetaling niet toegewezen.
Einde (arbeids)relatie. In salarisspecificaties genoemde 40 uur niet aannemelijk gemaakt tegenover 25 uur in arbeidsovereenkomst. Overeengekomen arbeid gedurende laatste twee maanden niet meer verricht; in redelijkheid voor rekening van ex partner/werkgever.
Opzegging. Dringende reden. Beroep op vernietigbaarheid. Loonvordering. Arbeidsongeschiktheid. Ziekte. Art. 7:628 en 7:629 BW
"Kantonrechter oordeelt dat tot het ex art. 7:628 BW verschuldigde loon ook de allowance behoort die normaal gesproken alleen wordt toegekend voor feitelijk gewerkte dagen. Dit betreft "in tijdruimte" vastgesteld loon. De allowance maakt ook onderdeel uit van het loon waarop de g
Werkgever niet bereid tot het aanbieden van een andere functie, waartoe hij op grond van het sociaal plan is gehouden. Het niet verrichten van arbeid heeft in elk geval vanaf het moment waarop hier de loonbetaling is gestaakt, een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de
De kantonrechter leidt uit de eigen uitlatingen van de werkneemster af dat zij heeft ingestemd met beëindiging van de arbeidsovereenkomst in onderling overleg. Er bestond voor de werkgever geen verplichting (meer) om de werkneemster op de gevolgen daarvan voor een eventuele uitke
Loonvordering nadat de 104 weken ex art. 7:629 BW zijn verstreken. De reïntegratieverplichtingen van de werkgever zijn eindig. Wanneer de werknemer na de 104 weken slechts in staat was passende arbeid te verrichten, was de werkgever niet verplicht zulke arbeid aan te bieden. De l
Is een voorovereenkomst gelijk te stellen met een arbeidsovereenkomst? Toepassing van het Groen/Schoevers criterium. Werknemer heeft als oproepkracht gewerkt bij werkgever krachtens een (aantal) voorovereenkomst(en). Ingevolge de toepasselijke cao is artikel 7:668a BW niet van t
Executiegeschil. Niet kan worden aangenomen dat het vonnis van de kantonrechter op een evidente juridische misslag berust. Evenmin is gesteld of gebleken dat aan de zijde van eiseres een noodtoestand is/zal ontstaan ten gevolge van na dat vonnis voorgevallen of aan het licht geko
Arbeidszaak. Kort Geding. Loonvordering. Niet de invordering/inname van het rijbewijs van een beroepschauffeur staat aan het verrichten van zijn arbeid in de weg maar de al daarvoor ontstane arbeidsongeschiktheid.
Arbeidsrecht. Kennelijk onredelijk ontslag in de zin van art. 7:681 lid 2, aanhef en onder b, BW. Het enkele feit dat geen voorziening voor de werknemer is getroffen, is niet voldoende om aan te nemen dat het ontslag kennelijk onredelijk is. Ook dan hangt het af van alle door de
Beroep op medehuurderschap afgewezen. Geen hoofdverblijf als bedoeld in artikel 7:628 lid 2 BW
De reïntegratie van een werkneemster in de jeugdzorg mondt na ruim een jaar uit in een tijdelijk dienstverband elders. De centrale vraag is of de oorzaak waardoor de werkneemster in de twee maanden daarvoor geen arbeid heeft verricht in redelijkheid voor rekening van werkgeefster
Arbeidsrecht. Ziekte in de zin van art. 7:629 BW; recht op doorbetaling van loon. (81 RO)
Arbeidszaak. Loonvordering. Eiser heeft zich ziek gemeld na conflict met een collega. Gedaagde heeft de loonbetaling stopgezet wegens niet meewerken van eiser aan re-integratie. Eiser betwist het oordeel van de bedrijfsarts en het UWV en stelt dat hij onafgebroken arbeidsongeschi
arbeid; arbeidsovereenkomst?
Vakbonden vorderen van werkgever, lid van de werkgeversvereniging die partij is bij de CAO Railinfrastructuur, naleving van de CAO-regeling over een inconveniëntentoeslag voor het werken 's nachts en in het weekend. Uitleg van de CAO en de daarin voorkomende woorden 'de werknemer
Een werknemer vordert van zijn werkgever nabetaling van loon alsmede een vergoeding voor overuren. De werknemer is arbeidsongeschikt. De werkgever heeft onvoldoende reïntegratieactiviteiten ondernomen en dient daarom langer loon door te betalen. Zij heeft echter geen vergoeding v
Werknemer stelt zich na WAO-keuring weer beschikbaar. Werkgever stelt dat werknemer niet in staat is de bedongen arbeid te verrichten. De bewijslast terzake rust op de werkgever.
Arbeidsrecht. Internationaal wegtransport. Artikel 7:629a BW. Niet-ontvankelijkheid.
Vordering tot loondoorbetaling na opschorting loon door werkgever vanwege gebrek aan medewerking van werknemer aan reïntegratie; mocht werkgever zijn loonvordering op werknemer verrekenen?
Vordering ex artikel 3:305a lid 1 BW van vakbonden nadat vervoersondernemingen de werknemers die hebben meegedaan aan publieksvriendelijke stakingsacties hebben gekort op hun loon. Kantonrechter beoordeelt welke consequenties werkgevers, gelet op hun verplichtingen ex artt. 7:616
Op non-actiefstelling werknemer en dan geen recht op loondoorbetaling (7:628 BW)?