Artt. 7:610 lid 1 BW; 7:626 BW; 28 lid 1, onder e Wet op de loonbelasting 1964. Eiseres heeft zonder schriftelijke arbeidsovereenkomst voor gedaagde gewerkt en heeft daarvoor betaald gekregen. Zij vordert afgifte van loonspecificaties en jaaropgaven. Gedaagde stelt dat er geen sp
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:626 BW
Genoemd in 319 uitspraken · Officiële wettekst
319 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Werkgever verleent werknemer ontslag op staande voet. Zij voert als dringende reden voor het ontslag aan dat werknemer zich heeft vergrepen aan de boekhoudster. Werknemer betwist dat. Werkgever stelt onvoldoende feiten en omstandigheden waaruit het beweerdelijke vergrijpen blijkt
vorderingen na einde dienstverband, rechtsvermoeden van arbeidsomvang niet weerlegd, artikel 7:610b BW, transitievergoeding, achterstallig loon en vakantiedagen conform de gemiddelde arbeidsomvang toegewezen.
Arbeidsrecht kort geding. Vordering tot tewerkstellen wordt in kort geding niet toegewezen omdat er geen verzoek tot vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst is gedaan en de termijn daarvoor bijna is verstreken. Vorderingen tot het verstrekken van documenten worde
Het gaat in deze zaak met name om de vraag of werknemer door werkgever op staande voet is ontslagen. Verder gaat het om de vraag of werkgever moet worden veroordeeld tot betaling van een aantal vergoedingen. Samengevat oordeelt de kantonrechter dat sprake is van ontslag op staand
Het ontslag op staande voet houdt geen stand. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden omdat er sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie.
Werkgever legt werknemer een loonstop op. Dat is niet terecht want werknemer heeft zich ziek gemeld en de werkgever dient eerst een bedrijfsarts in te schakelen, zodat bepaald kan worden of werknemer wel of niet werkzaamheden kan verrichten. Ook wil werkgever dat werknemer haar l
Afwikkeling van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Gedurende een periode is niet gewerkt wegens een arbeidsconflict. Op grond van artikel 7:628 BW moet het loon over die periode worden betaald.
Werkgever grondt een ontslag op staande voet voor werknemer op een incident met dreigend gedrag, fysiek geweld en vernieling van eigendommen door werknemer. Werkgever en werknemer verschillen van mening wat er is gebeurd tijdens het incident. Er is niet gebleken dat het incident
Kort geding. Opdrachtgever van werknemer is aansprakelijk voor betalen loon op basis van ketenaansprakelijkheid, 7:616a BW. Geen vereenzelviging, arbeidsovereenkomst of onrechtmatig handelen. Opdrachtgever hoeft ook geen wettelijke verhoging te betalen en loonstroken af te geven.
Het opzegverbod tijdens ziekte staat aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst in de weg. Het ontbindingsverzoek van werkgever wordt daarom afgewezen. Tegenover de bevindingen van de bedrijfsarts lag een nadere toelichting op de weg van werkgever waarom er volgens haar toch geen
Werkgever heeft betaling van het loon gestaakt, omdat werknemer weigert te werken. Werknemer vordert betaling van het loon. Die vordering wordt afgewezen. Er is onvoldoende aannemelijk geworden dat werknemer was vrijgesteld van werk, zoals zij stelt. Dat blijkt niet uit het conve
Eiser 4 is een arbeidsovereenkomst aangegaan met gedaagde. Per 1 april 2025 is deze arbeidsovereenkomst geëindigd. De bewindvoerder van eiser 4 vordert - kort gezegd - achterstallig salaris, vakantiegeld en de wettelijke verhoging over het niet (tijdig) betaalde salaris en vakant
Loonvordering afgewezen op grond van artikel 7:628 lid 1 BW. Niet verrichten van arbeid komt in redelijkheid voor rekening van werknemer. Werknemer heeft wel recht op de andere verzochte vergoedingen. Door werkgever gevorderde boete wegens schending van het nevenwerkzaamhedenbedi
Arbeidzaak. Vernietiging ontslag op staande voet.
Geen beeindiging met wederzijds goedvinden; woorden in WhatsAppbericht geen duidelijke en ondubbelzinnige instemming eindigen arbeidsovereenkomst Toewijzing gefixeerde schadevergoeding en transitievergoeding. Schadevordering werkgever bedrijfsbus afgewezen.
premiegrondslag pensioen en werknemersverzekering.
Kort geding. Geschil over betaling volledig salaris. Afspraak deel salaris via bank en deel contant.
Aanzegvergoeding art 7:668 lid 3 BW naar evenredigheid verminderd naar aanleiding van mededeling werknemer niet te willen voortzetten na einde bepaalde tijd.
Kort geding. Eisers zijn ontvankelijk in hun eis en hebben een voldoende spoedeisend belang. Toetsing aan de criteria van het Deliveroo-arrest leidt tot het oordeel dat sprake is van arbeidsovereenkomsten tussen eisers en gedaagde. Gedaagde is dan ook gehouden tot (door)betaling
Verstekvonnis; loonvordering en wettelijke verhoging toegewezen; transitievergoeding afgewezen.
Artikel 7:629 lid 5 BW. Uitkeringen op basis van een aansprakelijkheidsverzekering voor werkgevers mogen niet in mindering worden gebracht op het loon dat tijdens ziekte moet worden betaald.
Arbeidsrecht. Werknemer heeft recht op bonus ondanks het feit dat werknemer op het moment van uitbetalen niet meer in dienst was. Werknemer mocht uit bonustoezegging begrijpen dat die onvoorwaardelijk is voldaan. Vordering van de werknemer wordt toegewezen
De 'opzegging' van de arbeidsovereenkomst wordt vernietigd. Er is geen sprake geweest van een daadwerkelijk ontslag op staande voet. Wel kan het niet meer oproepen van werknemer voor werkzaamheden naar het oordeel van de kantonrechter worden gelijkgesteld met een ‘opzegging’ (weg
Kort geding. De arbeidsovereenkomst is van rechtswege op 2 april 2025 geëindigd. Niet gebleken is dat de arbeidsovereenkomst eerder tot een einde is gekomen. De gevorderde wedertewerkstelling wordt afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst inmiddels tot een einde is gekomen. Werkgev