Belanghebbende is directeur en (middellijk) enig aandeelhouder van een BV. Hij is ook de enige werknemer van deze BV. Het tussen de BV en belanghebbende overeengekomen (bruto)loon bedroeg in de jaren 2006 tot en met 2010 € 99.000. De BV heeft een daarmee corresponderend nettoloon
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:620 BW
Genoemd in 11 uitspraken · Officiële wettekst
11 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
kennelijk onredelijk ontslag; valse reden
Prejudiciële vragen over de verschuldigdheid, kwalificatie en rang van wettelijke rente (art. 6:119 BW) en wettelijke verhoging (art. 7:625 BW) over loon dat boedelschuld is. Betekenis van de loongarantieregeling van het UWV (art. 61 Werkloosheidswet e.v.) en van een faillissemen
Arbeidsrecht. Verbintenissenrecht. Voormalig werknemer vordert betaling overuren. Hof honoreert beroep op klachtplicht. Toepassingsbereik artikel 6:89 BW. Toepassing artikel 6:89 BW.
Partijen verzoeken kantonrechter gezamenlijk op grond van artikel 96 Rv om voor recht te verklaren dat de overeenkomsten tussen hen kwalificeren als een overeenkomst van opdracht en geen arbeidsoverenkomst. Toetsing aan de hand van Deliveroo-gezichtspunten leidt tot de conclusie
Arbeidsrecht. Verbintenissenrecht. Voormalig werknemer vordert betaling overuren. Hof honoreert beroep op klachtplicht. Toepassingsbereik artikel 6:89 BW. Toepassing artikel 6:89 BW.
Arbeidszaak. Bevoegdheidsincident 2:241 BW. Vergoeding wegens onregelmatige opzegging toegewezen. Betaling loon/declaraties afgewezen. Tegenverzoeken betaling bedragen o.g.v. ongerechtvaardigde verrijking/onverschuldigde betaling afgewezen.
Wml / artikel 7a / contante loonbetaling / legaliteitsbeginsel / bevoegdheid toezichthouder / evenredigheid boete
-
Advocaat in loondienst wordt op staande voet ontslagen omdat zij structureel te weinig zou hebben gedeclareerd aan bepaalde cliënten en omdat zij vanaf kantoor teveel privé op het internet gesurft heeft. Het betreft cliënten die zij uit een vorige werkkring in haar praktijk had i
In appel heeft geïntimeerde onder verwijzing naar het bepaalde in art. 7:621 lid 3 BW een beroep gedaan op verjaring van de vordering ter zake van het achter-stallig salaris. Dit beroep faalt. Het gaat hier immers niet om een vordering tot betaling van loon, omdat de voldoening e