Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht. Geneeskundige behandelingsovereenkomst (art. 7:446 BW). Gebrekkige PIP-borstimplantaten, waarmee gefraudeerd is door de producent. Tekortkoming van ziekenhuis? Toerekenbaarheid? (Art. 6:74 BW, art. 6:75 BW, art. 6:77 BW).
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:446 BW
Genoemd in 240 uitspraken · Officiële wettekst
240 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Cassatie in het belang der wet tegen een beslissing van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg op grond van art. 75 Wet BIG. Heeft een patiënt recht op inzage in de bevindingen van een arts die in opdracht van (de aansprakelijkheidsverzekeraar van) het ziekenhuis – op
26 maart 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/045HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: Verzoekster], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, voorwaardelijk incidenteel verweerster,advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n LEVOB SCHADEVERZEKERING N.V., gev
Cassatie in belang der wet. Gezondheidsrecht. Art. 7:446 BW. Art. 7:456 BW. Art. 7:464 BW. Heeft patiënt op grond van bepalingen uit afdeling 7.7.5 BW recht op inzage van advies aan aansprakelijkheidsverzekeraar van ziekenhuis over vraag of zijn medische behandeling volgens de re
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Gezondheidsrecht. Buitengerechtelijke behandeling van zaken over medische beroepsaansprakelijkheid. Kan behandelend jurist zonder toestemming van patiënt inzage krijgen in medisch dossier? Moet hulpverlener inhoudelijk standpunt innemen over vor
Prejudiciële vragen. Buitengerechtelijke afhandeling van medische aansprakelijkheidsclaims tegen ziekenhuis. Noodzaak van een ‘medische machtiging’ door de patiënt. Verhouding tussen enerzijds de verplichting voor het ziekenhuis om een inhoudelijk standpunt in te nemen en anderzi
Verbintenissenrecht. Medische behandelingsovereenkomst. Complicaties ontstaan door gebruik van 'Miragelplombe' bij oogoperatie. Vraag of sprake is van tekortkoming indien een zaak is gebruikt die ten tijde van de behandeling 'state of the art' is maar op grond van later opgekomen
Faillissement medisch zorgaanbieder. Pandrecht op vorderingen van zorgaanbieder op zorgverzekeraars ter zake van DBC-gereguleerde GGZ-zorg die voor het faillissement van de zorgaanbieder is aangevangen, maar nog niet afgerond (‘onderhanden werk’). Zijn voor faillissement vorderin
Ziekenhuizen niet aansprakelijk voor hersteloperaties PIP- implantaten
Appellant is ernstig gehandicapt. Hij woont, met zijn gezin, zelfstandig, maar ontvangt intensieve zorg van geïntimeerde op basis van een al jarenlang bestaande zorgovereenkomst. Geïntimeerde heeft na diverse incidenten de zorgovereenkomst opgezegd. Appellant vordert in kort gedi
voorstel tot het stellen van prejudiciële vragen m.b.t. medische aansprakelijkheid voor gebrekkige hulpmiddelen
Vrijspraak art. 255 Sr en art. 300 Sr. Het hof spreekt de Twentse ex-neuroloog Ernst J. vrij van het opzettelijk in hulpeloze toestand brengen/laten en van mishandeling, althans opzettelijke benadeling van de gezondheid. Het hof is van oordeel dat verdachte weliswaar onmiskenbaar
Medische zaak. Geen ne bis in idem in verband met voorafgaande tuchtrechtelijke uitspraak. Niet-ontvankelijkheid OM in verband met inhoud bevel ex art. 12i Sv. Vrijspraak dood door schuld medicus.
Betreft tarieven medisch specialisten op basis van de Diagnosebehandelingcombinatie (DBC-systematiek). Problemen rond declaratiestructuur van vrijgevestigde medisch specialisten.
Jeugdrecht, privacyrecht. Verzoek van vader om bepaalde gegevens over hem en zijn kind te verwijderen uit een hulpverleningsplan. Is de vader betrokkene in de zin van art. 7.3.9 Jeugdwet? Motiveringsklachten tegen oordeel dat bepaalde gegevens niet voor verwijdering in aanmerking
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht. Geneeskundige behandelingsovereenkomst (art. 7:446 BW). Gebrekkige PIP-borstimplantaten, waarmee gefraudeerd is door de producent. Tekortkoming van ziekenhuis? Toerekenbaarheid? (Art. 6:74 BW, art. 6:75 BW, art. 6:77 BW).
Een 59-jarige vrouw is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaar. De verdachte behandelde in 2017 een Zweedse vrouw met ibogaïne die aan de gevolgen daarvan overleed. Op 3 februari 2017 belt de verdachte 112 en maakt ze melding van een medi
Zorgverzekeringswet. Handelt zorgverzekeraar in strijd met het 'hinderpaalcriterium' (art. 13 lid 1 Zvw) en daarmee onrechtmatig jegens een niet-gecontracteerde zorgverlener door toepassing van een generieke korting van 25% over de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg?
Moeder van in het ziekenhuis overleden jongeman vordert op grond van 843a Rv afgifte van het medisch dossier en het obductieverslag betreffende haar zoon van het ziekenhuis en twee betrokken artsen. Het ziekenhuis en de artsen weigeren afgifte. Zij beroepen zich op hun geheimhoud
Contradictoir. Letselschade. PIP-implantaat. Aansprakelijkheid zorgverlener voor het gebruik van een ongeschikte hulpzaak afgewezen.
Betreft een uitspraak in het kader van de Wet deelgeschilprocedure letsel -en overlijdensschade. Aansprakelijkheid ziekenhuis voor gebrekkig hulpmiddel.
12 augustus 2005 Eerste Kamer Nr. C04/095HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n de onderlinge waarborgmaatschappij UNIVÉ SCHADE B.A., gevestigd te Assen, VERWEERSTER
Opzegging zorgovereenkomst. Cliënt verblijft in zorginstelling op basis van een dienstverleningsovereenkomst (a) en een huurovereenkomst (b). De instelling zegt a op. Die opzegging is, in de omstandigheden van het geval, terecht omdat het noodzakelijke vertrouwen geheel is komen
Laserbehandeling huid. Brandwonden. Laserkliniek heeft niet als goed opdrachtnemer (7:401 BW) gehandeld. Geen geneeskundige behandelovereenkomst, wel reflexwerking daarvan. Laserkliniek komt geen beroep toe op exoneratie uit algemene voorwaarden. Voorschot aan schade toegewezen.
Ziekenhuis handelt niet onrechtmatig jegens hoogzwangere vrouw door te weigeren uitvoering te geven aan de behandelingsovereenkomst op de door haar gewenste wijze. Ziekenhuis is niet gehouden met verloskundige een toelatingsovereenkomst te sluiten nu verloskundige de daarin opgen