Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Overeenkomst tot kinderopvang. Overeenkomst van opdracht (art. 7:400 BW)? Beding in algemene voorwaarden met betrekking tot opzeggingstermijn en -vergoeding. Beding in algemene voorwaarden met betrekking tot annuleringstermijn en -vergoeding. St
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:413 BW
Genoemd in 120 uitspraken · Officiële wettekst
120 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen. Overeenkomst tot het bieden van kinderdagopvang door kindercentrum. Kwalificatie als overeenkomst van opdracht. Bedongen opzegtermijn en opzeg- of annuleringsvergoeding verenigbaar met het eenzijdig dwingende recht met betrekking tot particuliere opdrachtgeve
Onderwijsovereenkomst. Verschuldigdheid opleidingskosten bij tussentijdse beëindiging. Onredelijke bezwarend beding. Overeenkomst van opdracht.
Cursus is een overeenkomst van opdracht. Tussentijds opzegbaar.
Overeenkomst van opdracht. Is cursist die de cursusovereenkomst na drie maanden heeft opgezegd, verplicht het volledige cursusgeld te betalen? Deelbare prestatie. Aansluiting zoeken bij art. 7:411 BW; Annuleringsbeding onredelijk bezwarend (art. 6:233, aanhef en onder a, BW) en o
Stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Valt kinderopvang onder een overeenkomst van opdracht? Mag een opdrachtgever een vergoeding afspreken voor het geval de consument de overeenkomst al voor aanvang van de overeenkomst opzegt?
Het hof toetst gelet op het arrest HvJ EU van 30 mei 2013 (zaak C-488/11) ambtshalve of art. 4 van de a.v. van Groeneveld in het licht van de richtlijn 93/13EEG onredelijk bezwarend is in de zin van art. 6:233 aanhef en onder a BW. Kwalificatie verhouding partijen: overeenkomst v
Voornemen (tot stellen van) prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Valt kinderopvang onder een overeenkomst van opdracht? Mag een opdrachtgever een vergoeding afspreken voor het geval de consument de overeenkomst al voor aanvang van de overeenkomst opzegt?
De in het tussenarrest van het hof van 20.8.2013 (ECLI:NL:GHARL:2013:6164) na het arrest HvJ EU van 30.5.2013 (zaak C-488/11) voorlopig gegeven oordelen zijn na de door beide partijen genomen aktes definitief.
Opzegging overeenkomst van opdracht (opleiding). Schadevergoedingsvordering niet mogelijk. Opleidingsinstituut dient aan te geven op welke vergoeding (ex artikel 7:411 BW) zij aanspraak meent te kunnen maken.
Opdracht tot medische repatriëring. Opzegging. Artikelen 6:215, 8:1410, 8:1165 en 7:408 BW. Gemengde overeenkomst van personenvervoer en opdracht. Opzeggingsbepalingen onverenigbaar. In dit geval opzegging beoordelen aan de hand van de opzegregeling voor overeenkomst van opdracht
Tussenvonnis mondelinge behandeling, met bespreekpunten. Overeenkomst van opdracht danslessen openingsdans bruiloft.
Vordering tot terugbetaling van kosten medisch vervoer. Algemene voorwaarden. Ongerechtvaardigd verrijkt.
Overeenkomst van opdracht. Annuleringsvergoeding van een makelaar. De kantonrechter oordeelt dat de hoofdelijke aansprakelijkheid blijft bestaan richting de makelaar ondanks de scheiding van opdrachtgevers. Ook is geen sprake van rechtsverwerking of een afstand van recht. Makelaa
Een beding in een overeenkomst van opdracht waarin is bepaald dat bij opzegging (door de opdrachtgever) een substantieel deel van de prijs verschuldigd blijft - onafhankelijk van de vraag of er door de opdrachtnemer daadwerkelijk kosten zijn gemaakt - is onredelijk bezwarend als
Geschil over afwikkeling van door architect opgezegde opdracht. Wie is contractspartij? Is de overeenkomst tot opdracht aangepast? Kon de opdracht worden opgezegd? Is de regeling in DNR 2005 over verplichte vergoeding van 10% van het resterende deel van de advieskosten vernietigb
Opzegging beheerovereenkomst van verschillende panden. Mocht de overeenkomst per direct worden opgezegd, ondanks de overeengekomen opzegtermijn? Is sprake van een particuliere opdrachtgever idzv art. 7:408 lid 3 BW?
Is de overeenkomst tot het volgen van een tweejarige cursus een overeenkomst van opdracht (7:400BW)
Het aan het hof in appel voorgelegde geschil is beperkt tot het vonnis in conventie en tot de vraag of [appellant] de overeenkomst onmiddellijk mocht opzeggen op grond van het volgens hem voor hem geldende dwingendrechtelijke karakter van art. 7:408 lid 1 BW, dan wel of [geïntime